<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>LegendMan</title>
	<atom:link href="https://legendman.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://legendman.nl</link>
	<description>Toffe voorleesverhalen</description>
	<lastBuildDate>Mon, 08 Feb 2021 09:13:02 +0000</lastBuildDate>
	<language>en-US</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>

<image>
	<url>https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/02/cropped-LegendMan-basislogo-transparant-32x32.png</url>
	<title>LegendMan</title>
	<link>https://legendman.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Het mysterieuze Paasdrama</title>
		<link>https://legendman.nl/het-mysterieuze-paasdrama/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 19 Apr 2017 18:30:16 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=401</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_0 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_0">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_0  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_0  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2017/04/Het-Mysterieuze-Paasdrama.pdf">Download als PDF</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Door Machiel Emmering. Voorleesduur: ongeveer een 50 minuten. Voor 16+</strong></p>
<p><strong>Waarschuwing: dit verhaal bevat van A tot Z religieuze satire</strong></p>
<p><strong>Handig om te weten om het idee van het verhaal te snappen</strong>: dit verhaal is geschreven binnen het verhalenconcept “<strong><em>THE MISSING LINK – een Wiki-intrige</em></strong>”. In dit concept wordt een verhaal voorbereid voor een publiek dat zich hiertoe heeft opgegeven. Iedereen mag één onderwerp opgeven, waarover men wel iets meer wil weten en dat men verwerkt wil zien in het verhaal. Alle opgegeven onderwerpen moeten, met enige vorm van uitleg erover, linksom of rechtsom op een coherente manier in het verhaal worden verwerkt. Deze editie was tijdens Pasen 2017.</p>
<p>De opgegeven onderwerpen waren:</p>
<p>Pasen – Eeuwige Planten – Paashaas – Grootheidswaanzin – Warmtepomp – Aleatorische Democratie – 3-Eenheid vs. Monotheïsme – Virtual Reality – 7 Wereldwonderen – Lijm – Synesthesie – Hindoeïsme – Relativiteitstheorie</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>Het Mysterieuze Paasdrama<br />
</strong><em>De identiteitscrisis die steeds erger werd – en gelukkig weer goed kwam</em></p>
<p>Bekijk het maar, ik pas, zegt Jezus. Ik geloof er geen reet van, ze bluft, zegt de Paashaas – laat maar zien! En hij legt bij om de inzet gelijk te trekken. Mozes was al weg, en ziet het tafereel glimlachend aan. Ostara legt alvast drie boeren open. De Paashaas denkt: mij heeft dat kreng niet, en hij legt drie achten open. Ostara gooit er één zeven bij. De Paashaas denkt: ik finish ‘r, en legt twee heren open. Got you bitch! Waarop Ostara haar laatste kaart, de vierde boer, bij de andere drie legt, en pestend zegt: ik dacht dat carré boven full house ging? Damn! Roept de Paashaas. Alles voor het meisje, zingt Ostara triomfantelijk.</p>
<p>Maar goed, zegt ze, winnen of verliezen, het is gewoon superleuk jullie weer te zien jongens. Dit zouden we vaker moeten doen, zo’n paasborrel! Waarop Mozes zegt: tja, het is maar goed dat ik het volk destijds heb bevrijd, anders was er geen Pasen en zaten we hier misschien niet eens! Pardon? Zeggen de anderen tegelijk. Denk jij dat Pasen aan jou hangt? Maar omdat ze dat allemaal lijken te zeggen ontstaat er verwarring, en beginnen ze door elkaar te lullen. Okee lui, even orde op zaken, zegt Jezus. Hoe zie jij dat paasverhaal dan voor je Mozes?</p>
<p>Nou begint hij, mijn Joodse volk, de Israëlieten, leefde al honderden jaren in slavernij in Egypte. Nadat ik via een brandende doornenstruik kennis had gemaakt met wat de enige echte God bleek te zijn, snapte ik dat het mijn bedoeling was om hen te bevrijden. Maar de farao zag het, toen ik dit subtiel had voorgelegd, niet bepaald zitten om die goedkope arbeid te zien vertrekken, dus die ging moeilijk doen. Nou, dat heeft ie geweten. God liet zich direct van z’n sterke kant zien en stuurde plaag na plaag op Egypte af. Maar de farao ging maar niet door z’n knieën. Pas bij de tiende plaag was het raak. God en ik hadden afgesproken dat we alle Joodse huizen in een bepaalde nacht met bloed zouden markeren. Don’t ask, dat materiaal kwam op dat moment gewoon even handig uit. Vervolgens zou God flink huishouden in alle niet-gemarkeerde huizen: daar werden alle eerstgeborenen om zeep gebracht. Dat raakte een tere snaar bij de farao, omdat hij snapte dat hij daarmee zelf ook snel aan de beurt zou zijn. Toen mochten we gaan. Maar we hadden wel waanzinnige haast, want hij was al meermalen op eerdere halfslachtige toezeggingen teruggekomen. Dus zijn we ‘m halsoverkop gepeerd. Het brood dat we meenamen voor onderweg had niet eens de tijd gehad om te rijzen. En zo waren we sindsdien vrij, vanwege die truc dat we werden overgeslagen door Gods doodslag in die nacht. Het Hebreeuws voor dit overslaan is pasach, later bekender als pesach, waar Pasen op gebaseerd is. Dat gedoe met dat ongerezen brood hebben we er als gedenkmiddel in de vorm van matzes in gehouden. Mozes besluit met een vastberaden knik, en een slok bubbels.</p>
<p>Leuke anekdote, zegt Ostara, maar het is natuurlijk eerder een fantastisch káásverhaal dan het páásverhaal. We hoeven het niet veel ingewikkelder te maken dan het is. Al sinds mensheugenis vieren mensen de komst van de lente. Die wordt gezien als de wedergeboorte van de aarde. Alles komt letterlijk en figuurlijk weer tot bloei, het licht en de warmte komen terug, tijd voor nieuwe vruchtbaarheid en blijheid.</p>
<p>Jezus interrumpeert: ja dat heeft me trouwens altijd verbaasd! Hoe werkt dat eigenlijk met die planten die bloeien, afsterven, en dan een jaar later na vrieskou en al doodleuk weer gaan bloeien? Ah, vaste of ook wel eeuwige planten bedoel je? Vraagt Ostara. Ja dat zijn mooie dingen. Die planten overwinteren op een bepaalde manier. De geofyten hebben een overwinteringsstam, meestal een bol, en de hemicryptofyten hebben overwinteringsknoppen. Overwinterende embryobloemen als het ware. Op beide manieren staan ze in de stand-by modus, en bewaren ze hun energie voor hun bloeipotentieel. En door het feit dat bijna alle planten autotroof zijn hoeven ze bij het aanbreken van de lentezon nergens heen om wat lekkers te bikken te maken van gebakken lucht en licht. Tof toch? Leuk dat je het vraagt, want het is een mooi voorbeeld van dat lentewonder dat gevierd wordt met Pasen.</p>
<p>En wat is een beetje overtuigende eerbiediging van zo’n toverjaargetij? Juist, het aanbidden van de godin van de lente. Van mij dus. Trouwens, ik wil niet lullig doen, maar met het woord Pasen kom je hier over de grens niet ver. Daar heet hetzelfde fenomeen Easter in Engeland, en Ostern in Duitsland, waar ik vandaan kom. En guess what? Eastern … Ostern … Ostara … zie je het verband? Het is aan mij gekoppeld en letterlijk naar mij vernoemd.</p>
<p>Ehhhh, <em>hate to shatter your egos</em>, zegt Jezus, maar Pasen hangt toch echt aan mij. Het is de hele wereld bekend dat ik mezelf in deze tijd heb opgeofferd om de zonden van de mensheid een beetje te neutraliseren. Dat heeft een hele aanloop gehad, waarbij ik er op Goede Vrijdag aan moest geloven. Maar ik móest een paar dagen later wel herrijzen uit de dood, omdat ik nog een paar belangrijke boodschappen aan mijn gevolg had te melden. En uit die gelegenheid is Pasen ontstaan. Ik wil niet beweren dat het Pesach van Mozes niet bestond, integendeel, maar dat was gewoon Pesach, toevallig ook rond die tijd. En juist die tijd was voor mij bepaald geen pretje. “Ik heb veel geleden”, zeg maar. En Pascho is Grieks voor lijden. Vandaar ook dingen als The Passion of Christ. Snap je? Het Pasen ofwel het lijden van Christus. <em>Mijn</em> lijden. Dus: <em>mijn</em> Pasen. Punt.</p>
<p>Hmmmmm, begint de Paashaas. Kijk nou toch naar jullie. Bakkeleien om de claim op Pasen. En ik snap ook wel waarom jullie er zo fel op zitten: omdat jullie eigenlijk helemaal niet zo zeker zijn van je zaak, en bang zijn dat het klopt dat jullie verhaaltjes voor verreweg de meeste mensen ter wereld helemaal niks meer zeggen. Het moderne Pasen draait inmiddels om mij! Pasen is in de loop der eeuwen gewoon een leuk feest geworden dat men wel wilde vieren, maar dan niet per se met connotaties rond jullie verhalen. Daarom was er voor het moderne Pasen in de zeventiende eeuw behoefte aan een neutraler symboolfiguur voor het volk. Om de legende rondom mij nog wel wat extra lading te geven was ik in die dagen hetzelfde als sinterklaas: ik beoordeelde of kinderen zoet waren geweest, en zo paaseieren verdienden. Wat een gelul, zegt Mozes. Een haas legt toch geen eieren? Dus hoe zit dát dan, en wat doen die krengen überhaupt in het verhaal? De Paashaas vervolgt: je hoeft toch niet zelf iets gemaakt te hebben om het te kunnen brengen? En wat betreft hun rol: daar kan je verschillende kanten in <em>jullie</em> richtingen mee op. Sinds ik op de kaart stond waren zowel de aanhangers van het religieuze Pasen als van het lentepasen er in no time bij om zowel mij als allerlei symbolen eromheen vast te spijkeren aan hun eigen paradepaardje. De religieuzen claimden dat ik als haas symbool stond voor Maria, vanwege een bizar prehistorisch beeld dat wij hazen zelfvoortplantende hermafrodieten zouden zijn. Een beetje zoals die eeuwige planten van net. En die eieren stonden symbool voor het lege graf van jou, Jezus. Vraag me niet hoe je die link voor elkaar krijgt, maar dat is nog altijd de claim. Ondertussen waren de lente-fanaten er net zo snel bij om te roepen dat hazen en eieren al ver voor het hele Christendom symbolen van vruchtbaarheid en wedergeboorte zijn, precies waar hún Pasen om draaide. Maar mij maakt het allemaal niet uit: voor de meeste mensen ter wereld ben ik, zonder dat ik vanuit hun optiek vastgenageld ben aan jullie, gewoon een vrolijk symbool voor het neutrale moderne Pasen dat ze willen. En het ironische feit dat jullie kampen mij er zo graag bij willen hebben, geeft alleen maar aan hoe hard jullie me nodig hebben. Pasen, dat bent ik. Hij was merkbaar blij met z’n eigen betoog.</p>
<p>Het werd even stil. Okee, zei Ostara, dus we hebben vier lezingen van waar Pasen nou om draait, en jullie wijzen allemaal naar jezelf. Ehhh, sorry, zegt de Paashaas, pot verwijt ketel? Jij wijst misschien nog wel het hárdst naar jezelf, met je megalomane godinnengedoe. Pardon? zegt ze, jij verwijt MIJ grootheidswaanzin? Als we even kijken naar de klinische symptomen van <em>Grandiose Delusions</em>, gaat het om een abnormale overschatting van je eigen identiteit, kennis, macht, waarde, of relatie tot speciale entiteiten zoals goden. Als we jou mogen geloven sta jij centraal, en doet iedereen alles om maar aan jou te kunnen relateren? Hou toch op. Nou, zegt Jezus, ik wil niet vervelend doen, maar als je die symptomen pakt, dan zouden we hier allemaal aan grootheidswaanzin leiden &#8230; dat slaat toch ook nergens op? Althans: IK wil Pasen niet claimen als anderen daarmee het idee hebben dat ik aan grootheidswaanzin leidt. Maar WEL op grond van het feit dat mijn verhaal gewoon klopt!</p>
<p>Okee, zegt Mozes, laten we onze eigen verhalen even parkeren, en ervan uitgaan dat niemand van ons Pasen wil claimen als dat onder het megalomanieverwijt gaat. We hebben dus twee bijbelse en twee niet-bijbelse verhalen over de kern van Pasen. Laten we om te beginnen stemmen: steek je hand op als je meer gelooft in een bijbelse versie. Mozes zelf en Jezus steken hun hand op. En voor een niet-bijbelse versie? Ostara en de Paashaas. Hmmm. Twee tegen twee. Weer een impasse.</p>
<p><u>IK</u> moet nog effe wat bubbels erbij, zegt Jezus. Anybody else? Op zich wel, zegt de Paashaas, maar ze zijn een beetje lauw. Valt daar niet wat aan te doen? Ostara loopt naar de keuken en klooit daar wat aan de koelkast. Ze is snel terug en zegt: fixed – we hebben straks weer ijskoude bubbels. De jongens kijken elkaar een beetje gegeneerd aan en vragen: wat heb je nou gedaan dan? Oh, zegt ze, de compressor van de warmtepomp was niet scherp genoeg afgesteld. Huh? Come again? Wat heeft een warmtepomp met een koelkast te maken, en hoe werkt dat dan? Kom óp jongens, dit soort shit horen <em>jullie</em> toch te weten?</p>
<p>De meest voorkomende toepassing ter wereld van de warmtepomp is de koelkast. Het principe is simpel. Neem water. Als dat z’n kookpunt heeft bereikt begint het te verdampen. Op dat moment wordt warmte aan de directe omgeving onttrokken, en gestuwd naar de richting waar de damp naar toe wordt gesluisd. Als de damp vervolgens op een kouder oppervlak stuit, koelt het af – ofwel: het geeft de warmte weer af aan dat oppervlak, en condenseert weer. Stel nu dat je die condens weer toevoegt aan het water waar het vandaan kwam. En je zorgt dat het water blijft koken, blijft verdampen, blijft condenseren, en blijft terugvloeien, in een gesloten systeem, dat rond blijft pompen door een compressor die het blijft aandrijven. Dan heb je dus een circuit waarin op de ene plek warmte wordt onttrokken en op een andere plek wordt afgeven. Dat is exact hoe een koelkast of airconditioner werkt. Aan de binnenkant wordt warmte onttrokken, die aan de buitenkant wordt afgegeven. Alleen wordt er in dat gesloten systeem geen gebruik gemaakt van water, maar van een koelvloeistof, die de bijzondere eigenschap heeft dat het al bij extreem lage temperaturen kookt en verdampt. Op die manier kan er nog steeds warmte worden onttrokken aan spullen in de koelkast die maar een paar graden zijn. Maar dan moet ’t systeem wel hard genoeg worden aangejaagd. Maar hoe heb je dat dan in godsnaam gedaan? Vraagt Jezus. Gewoon, zegt ze, ik heb het draaiknopje in de koelkast op kouder gezet.</p>
<p>Mooi, dat weten we dan ook weer. Twee tegen twee, daar waren we, zegt Mozes. Met een plenair-egalitair-democratische aanpak komen we dus niet verder. De Paashaas zegt: moeten we het dan niet aleatorisch-democratisch aanpakken? De anderen kijken hem glazig aan. Ja, gewoon loting bedoel ik! Het principe van een aleatorische democratie is kortlopende mandaat-toekenning via loting. Alsof je met een dobbelsteen bepaalt wie korte tijd regeert. Daar komt het ook vandaan, alea is Latijn voor dobbelsteen. Bestáát dit in het echt? Vraagt Ostara verbaasd. Zeker, zegt de Paashaas. Vooral Italië heeft er sinds het Romeinse rijk redelijk mee geëxperimenteerd, en ik moet zeggen: het heeft hele goede voordelen. Zoals? Vraagt Mozes. Nou, het helpt vooral de mankementen van het fenomeen “beroepspoliticus” en “vaste partijen” te voorkomen. Ga ten eerste maar na: als politiek je carrière is, dan gaan je eigen belangen rond die baan zich op een gegeven moment vanzelf opdringen. En heb je dan nog wel de meest zuivere intenties rond de publieke belangen? Bovendien, ten tweede, dwingt lidmaatschap van vaste partijen je tot het kunstmatig propageren van dogma’s, zonder dat je gewoon steeds pragmatisch kan kijken naar wat op dat moment even het beste is. En als klap op de vuurpijl, ten derde, is dit het enige middel waarbij je échte politieke gelijkheid nastreeft. Er is immers geen strikt onderscheid meer tussen politici en burgers, tussen bestuurders en bestuurden, omdat je het beide wisselend bent. Daar moet overigens wel bij gezegd worden dat niet iedere debiel per ongeluk het mandaat toegewezen kon krijgen. Er moest wel op de één of andere manier worden geborgd dat je op z’n minst een beetje gekwalificeerd was. Dat lijkt tegenstrijdig omdat dit ook weer om verkiezing lijkt te vragen, maar er waren een paar interessante methoden, bijvoorbeeld een menging tussen loting en verkiezing, of het door anderen laten nomineren van kandidaten voor loting, of doordat kandidaten op de één of andere manier hun bekwaamheid moesten illustreren. Overal waar het werd toegepast leek het te werken. Dus wij zouden het ook kunnen proberen, om iemand van ons het mandaat te geven rond wat het échte Paasverhaal is.</p>
<p>Klinkt okee, zegt Mozes. Maar dan lijkt het me dat we eerst individuele bekwaamheid moeten illustreren om in aanmerking te komen. Agree? De anderen knikken. Dan stel ik voor dat we elkaars statuur even onder de loep nemen. Het lijkt me fair, zeker gelet op de discussie rond grootsheidswaanzin van net, dat als hier iemand met zo’n onterecht opgeklopte identiteit zit, die afvalt. Toch? Er wordt weer geknikt. Okee, laat ik zonder omhaal ’t spits afbijten, pakt hij door.</p>
<p>Ostara, met alle respect, maar klopt het niet dat jij waarschijnlijk slechts het verzinsel bent van één enkele geschiedschrijver uit de achtste eeuw, Beda de Eerbiedwaardige, waar alle schrijvers over jou ná hem simpelweg aan hebben gerefereerd? Ostara begint ongemakkelijk te fronsen. En klopt het niet dat er buiten die lijn geen énkel ander spoor van jou te bekennen valt in álle overige werken over Germaanse mythologie? De mond van de anderen valt open. Are you <em>kidding</em>? zegt de Paashaas. Jij maar leunen op je godinnenstatus en iedereen die je daarom met Pasen eert, ben je gewoon door één fantasierijke ouwe knar uit z’n duim gezogen! Wowww, zegt Jezus, dit is heavy &#8230; je hebt dus eigenlijk helemáál geen autonome identiteit! Ja ik vind het hartstikke gezellig met je hoor, maar ehhh, we moeten het wel even zakelijk bekijken, en ja, je kwalificeert gewoon niet! Daar zijn de anderen het van harte mee eens.</p>
<p>Nee <em>jij</em> dan, pakt Ostara terug, bij jou zit het klip en klaar in elkaar &#8230;. NOT. Kijk naar jezelf man. Net zeg je dat je jezelf hebt opgeofferd, maar we weten allemaal dat je gewoon de lul was omdat het volk voor jou ter kruisiging koos, in plaats van die <em>loser</em> van een Barabbas, tot Pilatus’ stomme verbazing. Dus da’s al een raar ongerijmd verhaal. En dan over de duidelijkheid van je identiteit: jij bent toch onderdeel van die schizofrene drie-eenheid God – Jezus – Heilige Geest, die drie maar toch één zijn? Trouwens, hoe verhoudt zich dat überhaupt tot het monotheïsme? Ja Jezus, zegt Mozes, dat heb ik eerlijk gezegd óók altijd een beetje vreemd gevonden, God heeft zich duidelijk aan mij geopenbaard als de Ene. Nou, begint Jezus, dat ligt wat gecompliceerder &#8230; Gecompliceerder <em>my ass</em>! Dendert Ostara door. Jij krijgt bij mij het verhaal dat je god én mens bent, over vage identiteit gesproken, er niet door. En je wéét trouwens dat de originele Joodse christenen en allerlei andere deelstromingen, die wederom op verscheurde identiteit wijzen, dat drie-eenheid verhaal domweg niet accepteren – het wordt dus al onder je eigen sympathisanten betwist! Jij bent een vat vol ongerijmdheden Jezus, en ook al mag ik je graag, jij ligt er ook uit! De andere twee waren al teruggedeinsd, en vooral ook heel blij dat ze dit geheel aan Ostara hadden kunnen overlaten.</p>
<p>Mooi, da’s dan helder, zegt Mozes. Zeg, effe over jou Paashaas. Jij bent natuurlijk gewoon maar folklore toch? Pfff. Moet jij zeggen ouwe, bijt ie terug. Nee maar even serieus: jij bent toch een Duits verzinsel uit de zeventiende eeuw, dat gaf je net toch aan? Daar gaat het niet om, zegt de Paashaas, ik heb tenminste een solide identiteit, juist omdat er behoefte was aan een ongecompliceerde mascotte, in plaats van al jullie vaagheid-troef gedoe. Werkelijk? Gaat Mozes door. Ik heb anders begrepen dat dat pas later een gangbaar idee is geworden, maar dat Georg Franck die je voor het eerst in 1682 beschreef, dat misschien niet zo bedoeld heeft. Sterker nog, het verhaal bestaat dat onze Ostara hier zich op aarde regelmatig liet zien in de vorm van een haas, en dat jij dáárop bent gebaseerd! Maar dat betekent &#8230; zegt Jezus &#8230; Inderdaad, kopt Mozes ‘m in: dat jij een van een <em>verzinsel</em> afgeleid <em>verzinsel</em> bent! Hatsa! Zegt Jezus. <em>Eat that for lack of identity and qualification</em>! Die had de Paashaas niet zien aankomen. Ontredderd had hij even geen woorden meer.</p>
<p>Dusssssss &#8230; probeert Mozes triomfantelijk zijn gewin te pakken &#8230; Ja ho ’es, zegt Jezus, ik zie waar jij naartoe wil, maar zo makkelijk gaat dat niet. Inderdaad! Gooit Ostara er achteraan. Want hoe zit dat dan met jou? Wel Israëliër, maar met onbekende ouders die pas achteraf aan je zijn toegeschreven, en wel een Egyptische naam en aan het Egyptische hof opgegroeid? Omdat je via een extreem onwaarschijnlijk verhaal te vondeling in de rivier was afgemeerd, om eenmaal gevonden in het hol van de leeuw gekoesterd te worden? Om nog maar te zwijgen over je Joodse leiderschap dat je via volstrekt ontoetsbare encounters met God hebt gekregen, op de meest vergezochte manieren zoals via brandend struikgewas. En dan die plagen? En die gespleten zee? Sorry gast, maar misschien heb je net een wondertje teveel uit de kast getrokken om je identiteit wat meer body te geven nadat je als doodgewone jongen in de Nijl bent achtergelaten. Even goeie vrienden, maar jouw verhalen slaan echt alles. Mozes kijkt een beetje schuldbewust. Hij had het misschien inderdaad wat te dik aangezet, en snapt waar hij staat tegenover zijn vrienden, die hij zelf net had gediskwalificeerd.</p>
<p>Ze kijken alle vier wat bedremmeld voor zich uit en voelen zich wat shaky, uitstralend dat ze donders goed snapten waarom hun status op losse schroeven was gebracht. Nou lekker dan, zegt de Paashaas. Zaten we net nog volop in de stemming, hebben we ineens compleet het zelfvertrouwen bij elkaar weggemaaid, en kunnen we stellen dat onze statuur en identiteit niet zijn wat we wilden. Het is verdomme net alsof we niet écht bestaan. Ja <em>inderdáád</em> man! Jezus ziet een kans om er wat lucht in te gooien &#8230; alsof we een soort virtual reality zijn, fucking groovy! Virtual reality? Vraagt Ostara. Yeah, zegt Jezus, dat is het via een simulatie zodanig manipuleren van de zintuigen, dat het lijkt alsof iets echt gebeurt. Dat kan via beeld en geluid, als het effect maar is dat het lijkt alsof het echt is. Zo is VR ooit ook geduid: “appearing in effect, but not in fact”. In complexere vorm kan je geur, beweging en zelfs smaak toevoegen. Maar het is toch een computerterm? Nou aanvankelijk niet. De Franse theaterman Antoine Artaud kwam er in 1938 mee, toen hij de bedoeling van zijn <em>Wreedheidstheater</em> beschreef in z’n boek “<em>het theater en z’n dubbelganger</em>”. Hij was gefascineerd door levensechte theatrale illusies, waarbij zoveel mogelijk zintuigen tegelijk geprikkeld werden en er “réalité virtuelle” ontstond. In de jaren 60 zijn analoge apparaten op de markt gebracht waar je tegenaan ging zitten, met je armen in twee sleuven, waarbij filmpjes werden afgespeeld en je zintuigen werden geprikkeld. Tot ver in de jaren 80 was het nog redelijk <em>old school</em> techniek, met speciale kamers, helmen, pakken met sensoren, dat werk. Pas later kwamen computers dominant in beeld. Met natuurlijk augmented reality als variant: een samenspel tussen realiteit en een computer-gegenereerde belevingslaag daar bovenop. Al met al maakt het niet uit met welke middelen en via welke zintuigen het effect tot stand komt, als je geest het maar gelooft. En omdat iedereen in ons gelooft – althans: we hebben individueel meer dan genoeg draagvlak – bestaan we duidelijk toch! Dit bood nieuwe houvast, je zag iedereen geïntrigeerd glimlachen.</p>
<p>Maar, zegt Mozes, als ons bestaan en onze identiteit dan afhangen van verhalen en van andermans perceptie van ons, precies zoals Berkeley zei “zijn is waargenomen worden”, wie of wat heeft dan eigenlijk nog wél autonome identiteit? Wat bestáát simpelweg met een krachtige, eigen status, ook al zijn er geen ogen om het te zien? Hmm, goeie, zie je de anderen denken. Materiële spullen? Oppert Ostara. Nahhh, zegt de Paashaas, die verdwijnen vanzelf weer, en bovendien heeft een willekeurig object nou niet bepaald een noemenswaardige identiteit. Okee dat klopt, zegt Jezus, maar grote dingen die voor de eeuwigheid zijn gemaakt en die iedereen kent – die dan toch wel? Zoals de Zeven Wereldwonderen? Oppert Mozes. Ja dát! Die! Dat zijn nou precies dingen met een autonome identiteit die buiten verhalen en perceptie ook bestaan! Laat me niet lachen, zegt Ostara. Weten jullie wel wat het verhaal rond die zogenaamde zeven wereldwonderen is?</p>
<p>Om te beginnen was het nooit de bedoeling om van zogenaamde wonderen te spreken. De Grieken, waarmee het opsommen begon, spraken van theamata, wat “bezienswaardigheden” in de toeristische betekenis zijn. Door een vergissing of een marketingspeling is men later theúmata gaan gebruiken, wat wonderen betekent. En over de wereld ging het ook al niet, omdat de Grieken alleen naar hun eigen regio en vlak over de grens keken. Dus de eerste lijst was gewoon een antieke toeristische streekgids. Die bovendien was opgesteld door een éénpitter, en al vanaf het moment van publicatie betwist werd, als het aantal op zeven moest blijven hangen. Zo zijn er sindsdien talloze lijsten in omloop gekomen. De versie zoals we die nu kennen is pas in de Renaissance gestabiliseerd, toen nota bene zes van de zeven al verwoest waren! Dat is dan ook heel toepasselijk de wonderen van de antieke wereld gaan heten. Twee standbeelden, twee tempels, een vuurtoren, een piramide, en hangende tuinen waarvan het bestaan nooit volledig is bewezen. En alleen van die piramide is nog wat over. Maar ja, wat wil je, een berg handig opgestapelde stenen?!</p>
<p>Sinds het begin was het einde dus al zoek. Omdat er geen overeenstemming kwam en de beoordelingsgebieden uitgestrekter werden, kwam er een explosie van “de zeven wonderen van”. Van allerlei steden en landen, van de natuur, de kosmos, de onderwaterwereld, noem maar op. In 2007 zijn er via een grootschalige poll zeven nieuwe wereldwonderen benoemd. Maar niet alleen ging ook dát weer zeer omstreden, ook leidde dat tot een lijst met allerlei items die óók al in vergaande staat van ontbinding verkeren! Nu hebben we een andere piramide, twee kapotte stadsdorpjes, een kapotte arena, een verweerde Chinese muur, en vooruit: één goed onderhouden tempel en een goed gepoetst beeld. En dan hebben we het nog over rotsvaste dingen voor de eeuwigheid met een prestigieuze autonome identiteit? I don’t think so.</p>
<p>Phoe. Zo werd het niet makkelijker om iets te vinden met een absolute eigen status en identiteit. Waarom repareren ze die zooi dan niet een beetje op tijd? Verzuchtte Jezus. Je kan het, als je <em>ziet</em> dat het stuk gaat, toch gewoon weer aan elkaar lijmen? Huh?! Begint de Paashaas, ben je nou echt zo dom? Het gaat hier toch om geleidelijke erosie, niet om brokken die er vanaf vallen die je effe aan elkaar plakt?! Ze hadden die dingen gewoon van meet af aan degelijker moeten bouwen. Maar, zegt Mozes, een hele goede optie daarvoor zou lijm zijn geweest, dus zó gek is het niet wat Jezus zei. Ze kijken alle drie van: dit ga je vast uitleggen.</p>
<p>Nou, zegt Mozes, lijm heb je in allerlei soorten en maten. Allereerst zijn er de natuurlijke lijmstoffen van plant of dier. Dieren maken om verschillende redenen en op verschillende manieren lijmstof aan. Spinnen maken er bijvoorbeeld hun web mee. Oesters verankeren zich ermee aan de ondergrond. En veel dieren gebruiken hun speeksel omdat het een lijmfunctie heeft. Hetzij “vers” om er insecten mee te vangen, hetzij opgedroogd in de nesten, die zo hun vastheid krijgen. Dan heb je nog de plantaardige lijm, waarvan harsen het beste voorbeeld zijn. Via hars weten we ook dat lijm al zo oud is als de beschaving. En omdat we het als beschaving dus zo goed kunnen gebruiken, zijn we aan verbeterde versies blijven werken. Dat leidde tot de synthetische lijmen. En zo zijn we niet lang geleden tot een fantastische kunsthars gekomen. Extreem flexibel in z’n toepassing en niet kapot te krijgen: bakeliet. Gewoon een mal maken, bakeliet gieten, en voilà, je hebt een bijna onverwoestbaar object dat niet snel onder de indruk is van slijtage-invloeden. Als ze dat spul toen al hadden gehad en die wereldwonderen van bakeliet hadden gemaakt, dan hadden we nu misschien precies datgene waar we zo naar op zoek zijn.</p>
<p>Mja. Maar dat is dus niet gebeurd, merkt Ostara fijntjes op. Dus we kunnen concluderen dat wat we zintuiglijk ervaren niet zo’n onomstotelijk absolute identiteit heeft. Tja, lacht Jezus, dat wisten we natuurlijk eigenlijk al op basis van onszelf, en wat we net over virtual reality zeiden! Ja, zegt Ostara, maar daarin zit er wel een verschil tussen het geconstateerde en het constateren an sich! Dus daarmee breidt het probleem van het zoeken naar absolute fenomenen zich alleen maar als een olievlek uit! Klopt, zegt Mozes. Want dat virtual reality verhaal deed me weer denken aan het fenomeen synesthesie, omdat dat ook gaat over iets raars rond zintuiglijke waarneming. Er wordt weer afwachtend gekeken. Ja, bij synesthesie treedt een vermenging van zintuiglijke ervaringen op, zodat je bijvoorbeeld kleuren <em>proeft</em>, of geluiden <em>ziet</em>. Meer in het algemeen gaat het erom dat je een prikkel van één zintuig ook ervaart met een ander zintuig. Zo heb je ook spiegel-aanrakingssynesthesie, waarbij jij het <em>voelt</em> als je <em>ziet</em> wat er fysiek met iemand anders gebeurt. Heel weird. Als aangeboren fenomeen komt dit bij niet zoveel mensen voor, maar omdat er allerlei varianten van bestaan herkennen genoeg mensen er toch wel iets van. Het is ook een bekende bijwerking van LSD, dus ik heb het zelf vaak genoeg meegemaakt toen we al die tijd door die woestijn doolden. Echt leipe shit. Dus inderdaad, niet alleen wát we ervaren, maar ook dát we ervaren is geen fenomeen met een absolute, onbetwiste status.</p>
<p>Maar &#8230; stamelt de Paashaas &#8230; betekent dat dan dat we compleet verloren zijn in een wereld waarin niets is wat het lijkt? Waarin we met schijn-zekerheid etiketten op alles plakken, en ons vasthouden aan een ingebeelde identiteit van onszelf, van anderen, van dingen, terwijl het één grote illusoire bak drijfzand is, en alles en iedereen anders is dan het lijkt?</p>
<p>Na deze hele discussie volgt weer een korte, aangeslagen stilte. Ik moet weer effe wat nieuwe bubbels, zegt Jezus weer. Hij pakt een nieuwe fles uit de koelkast en schenkt iedereen bij. Lekker koud! Zegt Mozes, en heft z’n glas naar Ostara. Ja jongens, de status van de warmtepomp was in ieder geval absoluut genoeg, toch nog énige houvast!</p>
<p>Dan wordt er aangebeld. De Paashaas doet open, en leidt een verschrikkelijk mooie en goed geklede kerel naar de tafel. Sorry dat ik zo op deze mooie paasmiddag kom binnenvallen beste mensen, maar ik zat hier buiten onder jullie open raam op een bankje, en ving een glimp op van jullie discussie. Kan het kloppen dat jullie je gevoel van soliditeit van jezelf en in feite van alles om je heen een beetje kwijt zijn? Ik heb een all-round oplossing voor identiteits-issues, zeker voor die van jullie. Het viertal kijkt elkaar aan met een mix van verontwaardiging en nieuwsgierigheid. Pardon, zegt Mozes. WIE zei je ook alweer dat je was?</p>
<p>Ach sorry, zegt de mooie man. Ik ben uit enthousiasme iets te snel naar de kern van de zaak gedoken. Mijn naam is Shiva. SHIVA?! Roepen alle vier in koor. Zo’n beetje dé hoofdgod van het hindoeïsme? Inderdaad. Die. Zegt Shiva. Maar jij hebt normaal toch hartstikke veel armen? Vraagt Ostara, die duidelijk naar hem zit te lonken. Nou, zegt ie, valt wel mee hoor, alleen als ik in een uitbundige bui ben, met rituelen en zo. Héy wat leuk dat je langskomt joh! Zegt Jezus. Maarehhh, wat brengt je hier? Nou, zegt Shiva, zoals ik al zei, ik ving wat op van waar jullie ten aanzien van jezelf mee zitten te tobben, en tot m’n genoegen kan ik jullie hier ter plekke weer vaste grond onder jullie voeten geven, definitief zelfs. De houding van het viertal is compleet omgeslagen. Ostara zit verlekkerd en de anderen gefascineerd naar Shiva te kijken, die de vleesgeworden zelfverzekerdheid lijkt. Een absolute, autonome identiteit.</p>
<p>Ehhhmmm, hoe bedoel je dan? Nodigt Mozes uit. Nou weet je, begint Shiva, wat je effe moet weten, is dat wij van het hindoeïsme gespecialiseerd zijn in fusies en overnames. Het hindoeïsme is oud. Oer-oud. Misschien wel één van de oudste spirituele stromingen ter wereld. Maar goed, de wereld was toen nog groot, mensen hadden geen contact met elkaar over langere afstanden, dus voor je het wist begon iedereen z’n eigen lokale spiritualiteit te ontwikkelen. En de mensen waren inventief in hun obsessie met het toekennen van goden aan alles. Dus binnen de kortste keren zat de wereld werkelijk propvol onbeduidende goden, die al direct om de hoek door niemand anders werden erkend. Ja, dat werkt dus niet. Maar wij zagen dat wat de meeste bevolkingen probeerden, steeds neerkwam op spinoffs van wat bij ons al lang als een huis stond. Toen kregen we het inzicht: al deze lokale goden waren niets meer of minder dan manifestaties van één van onze eigen hindoe-goden, aangepast naar de <em>look &amp; feel</em> van de locals. Ofwel: we begonnen te zien dat het hindoeïsme een soort oer-bron was met een paar belangrijke kerngoden zoals ik aan de basis, en dat de wereld hier de vruchten van plukte door <em>gefine-tunede</em> spinoff-goden aan die hoofdboom te cultiveren. En het is zelfs breder dan dat, omdat het als je bijvoorbeeld kijkt naar Boeddha niet eens over goden hoeft te gaan. Maar wacht even, zegt de Paashaas, hindoeïsme is toch gewoon een religie? Nee hoor, zegt Shiva nonchalant, wij voelen zelf niet eens de behoefte om het te definiëren. Wij incorporeren alles.</p>
<p>En hoe verhoudt dat verhaal zich dan tot ons? Vraagt Jezus. Ah, moet ik dat nog even wat explicieter maken? Hóe jullie ook lijken te verschijnen aan de mensen, jullie zijn alle vier eigenlijk parallelle incarnaties van <em>mij</em>. Dat is ook precies de reden waarom jullie je niet zo rotsvast voelden in de vorm waarin je zit. Jullie wisten dat er een diepere essentie van jezelf lag in een nog te ontdekken absolute identiteit. En dat is ook waar jullie een verbondenheid in voelden. Jullie zijn dus verschijningsvormen van mij. Daar heb je je definitieve identiteit.</p>
<p>De bom was gevallen. Je zag ze alle vier mentaal protesteren, maar zelf wisten ze het inderdaad ook niet, en dit was wel een vrij goed verhaal. Bovendien zou het precies de houvast aan zichzelf geven die ze kwijt waren. Waarom ook niet?</p>
<p>Ze lieten het even op zich inwerken, terwijl Shiva zichzelf een glas bubbels had ingeschonken. Lekker koud! Merkt hij op.</p>
<p>Okee, hervat de Paashaas, die een razend scherp punt gevonden denkt te hebben. Stel dat dat klopt. Stel dat wij allemaal gelijktijdige versies van jou zijn – ooit bedoeld als geografisch en in de tijd geschikte varianten &#8230; Hoe kan het dan dat we alle vier uit de meest uiteenlopende tijden komen, en dat we hier toch tegelijk aan tafel zitten?</p>
<p>Simpel, zegt Shiva, jullie leven in verschillende snelheden. Mozes is traag, de Paashaas is snel. Stilte volgt. Dit landde niet. Hebben jullie dan nooit van het begrip relativiteit gehoord? Okee, zegt Shiva, het zit zo. Eén van onze hindoeïstische monniken, Einstein, kwam hier een tijdje geleden achter. Wat kritiek is om te begrijpen, is dat de lichtsnelheid, ongeacht wie ‘m meet, exact hetzelfde is voor iedere waarnemer: 300.000 kilometer per seconde. Dit lijkt een onschuldige aanname, maar de gevolgen zijn extreem, en verklaren ook waarom jullie hier tegelijk zitten. Let op. Als twee met elkaar optrekkende ruimteschepen een lichtsignaal van boven naar beneden heen en weer uitwisselen, dan legt dat licht een kaarsrechte weg af van twee keer de afstand tussen de schepen en doet daar de benodigde tijd over. Zeg twee maal 150.000 kilometer, dus 300.000, dus precies een seconde. Maar neem nu een derde waarnemer die dit van een afstandje bekijkt, terwijl de schepen van links naar rechts langs hem komen. Voor hem legt het licht een veel langere weg af dan voor de waarnemers aan boord van de schepen, namelijk niet alleen van boven naar beneden, maar ook de diagonalen die ontstaan bij de beweging van links naar rechts. Stel nou eens dat de afstandsverplaatsing van het licht die hij ziet, twee keer zoveel is als ten opzichte van binnen de schepen, dus 600.000. Vergelijk het met een bal die in een trein vanaf 1 meter op en neer wordt gestuiterd. Voor degene in die trein heeft de bal zich dan 2 meter verplaatst. Maar voor een waarnemer op het station is dat eerder 102 meter, als de trein zich in de tijd van het stuiteren 100 meter heeft verplaatst. Zo dus ook met het licht gezien vanuit de ruimteschepen, of vanuit het stilstaande externe perspectief. En nou komt het. Door de stelling van Einstein méten beide waarnemers dat het licht 300.000 kilometer per seconde gaat. Terwijl de externe persoon twee keer zoveel verplaatsing heeft gezien, dus 600.000 kilometer. Dus waar er voor die lui in de schepen 1 seconde is verstreken, zijn er voor de stilstaande persoon 2 seconden verstreken, in het <em>schijnbare</em> zelfde tijdinterval. Dat betekent dat de tijd van die stilstaande twee keer zo snel gaat! Tijd is dus relatief, afhankelijk van hoe snel waarnemers zich ten opzichte van elkaar verplaatsen – alle testen hebben dit sindsdien ook bewezen!</p>
<p>Je zag de vier kijken alsof ze water zagen branden, wat overigens nog een stuk normaler zou zijn geweest. Dit was heftiger dan virtual reality en LSD-synesthesie in het kwadraat. Dus okee, pakt de Paashaas door, als dat klopt, hoe verklaart dit bizarre verhaal mijn punt dan? Nou, zegt Shiva, bij verschillende snelheden ontstaat er dus leeftijdsverschil tussen gelijktijdige fenomenen. Als van een tweeling de ene aan boord van zo’n ruimteschip zit en de ander is die stilstaande persoon, en die ene aan boord komt na wat voor hém tien jaar duurde weer terug, dan is die ander twintig jaar verder! En dat effect wordt sterker naarmate de ander sneller gaat. Dus in essentie zijn jullie allemaal tegelijk ontstaan, wat logisch is omdat jullie versies van mij zijn. Alleen jullie leven en bewegen met andere snelheden, dus dat geeft uiteenlopende leeftijden. Mozes is gewoon niet zo snel, dus die is het oudst. Jezus is alweer vlotter, Ostara nog weer sneller, en de Paashaas – die gaat als een speer. Daar zit het verschil in, en daarom zitten jullie als parallelle verschijningen van mij tegelijk aan tafel.</p>
<p>Alle vier staan compleet perplex te kijken. Het voelt alsof hun leven in de afgelopen tien minuten radicaal is veranderd. Ze zijn natuurlijk totaal verbijsterd, maar de kwartjes die heel langzaam beginnen te vallen hebben ook een louterend effect. De absolute identiteit waar ze zo naar op zoek waren voelt nu aanweziger dan ooit. En nog als eenheid met elkaar ook, hoe mooi was dat?</p>
<p>Dus Pasen is eigenlijk een Indiaas feest? Vraagt Ostara. Yep! Zegt Shiva. Alleen met overal lokale verhalen en gebruiken eromheen. Zoals die van jullie. Zeg, wist je trouwens dat ze in Slavische landen het paasritueel hebben dat mannen de vrouwen op SM-achtige manier met zelfgemaakt zweepjes moeten slaan? Jezus grinnikt. Hij zegt: ik vind het allemaal goed. Laten we nog wat bubbels pakken.</p>
<p>&nbsp;</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het ijs van Columbus</title>
		<link>https://legendman.nl/het-ijs-van-columbus/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 21 Jul 2016 12:58:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=374</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_1 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_1">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_1  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_1  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/07/Het-IJs-van-Columbus.pdf">Download als PDF</a></p>
<p><strong>Door Machiel Emmering. Voorleesduur: ongeveer een half uur. Voor 10+</strong></p>
<p>Marietje kwam een beetje sip thuis van school. Haar moeder vroeg wat er aan de hand was. Ze had bij aardrijkskunde geleerd over het “welzijn” van allerlei landen; hoe gelukkig de mensen in verschillende landen zijn. Ze wist al dat het met Nederland wel goed zat. Je hoefde maar naar Marietje te kijken en dan wist je: hier voelt het gelukkig! Maar er was een ander land waar de mensen allemaal <em>óngelukkig</em> waren. Steenland. En daar was Marietje verdrietig over geworden.</p>
<p>Ze zei tegen haar moeder: ik zou die mensen zo graag willen helpen mam, denk je dat ik wat voor de Steenlanders kan doen? Zo’n mooie gedachte wilde haar moeder natuurlijk wel stimuleren. Ze zei: misschien wel, dat is heel lief van je! Als ergens iets niet goed zit en je wilt dat verbeteren, is de eerste stap dat je moet uitzoeken wát er dan niet goed zit. Als je de reden kan achterhalen waarom de Steenlanders ongelukkig zijn, kan je misschien een oplossing verzinnen waarmee die reden verdwijnt. En dan kunnen zij weer gelukkig zijn!</p>
<p>Zo ging Marietje in boeken en op internet zoeken. Maar wat ze ook las, ze kwam er niet achter wat de <em>reden</em> was dat Steenland een ongelukkig land was. Ze las wel overal dát het zo was, maar niet waaróm het zo was. Dat was gek. Het moest toch ergens vandaan komen. Ze besloot om een paar Steenlanders te bellen. Ze kon op internet makkelijk aan telefoonnummers komen door naar bedrijven te zoeken. En ze had op school genoeg Engels geleerd, dat spraken ze daar ook vast wel. Steeds vroeg ze: waarom zijn jullie ongelukkig? Maar iedereen die ze sprak zei: dat weten we zelf ook niet. Het lijkt wel of we het zijn vergeten. De reden ligt waarschijnlijk in het verleden. Maar ja, hoe kom je daar achter?</p>
<p>Dat maakte het allemaal inderdaad niet gemakkelijker. Nu moest de geschiedenis er ook nog bijgehaald worden. En in welke tijd zoek je dan, als er al iets over is opgeschreven? Ze kwam er niet uit. Ze ging naar haar opa. Die is al wat ouder en heeft dus meer geschiedenis meegemaakt, en dan weet hij ook vast hoe je dat het beste kan onderzoeken. Hij begon op fluistertoon tegen haar te praten: kan jij een geheimpje bewaren Marietje? Ja, dat kon ze natuurlijk wel! Althans, ze wist niet zeker, maar dat roep je nou eenmaal als je het geheim wilt horen.</p>
<p>Opa vertelde haar: je mamma heeft je waarschijnlijk wel verteld dat ik m’n leven lang heel graag heb gewerkt aan het mooi maken van tuinen. En dat is misschien ook wel zo, maar wat ze niet weet is dat er iets is wat ik nog véél liever doe: knutselen met superingewikkelde techniek! Zo heb ik in m’n leven al heel wat leuke dingen uitgevonden, zoals een alarmvork die afgaat als je teveel spaghetti eet, een volautomatische denkbeeldige vriend, een tornadobestendige tandenborstel, en &#8230; een tijdmachine! Daarmee kan je terug in de tijd, en die zou jij wel eens kunnen gebruiken voor je onderzoek naar waarom de Steenlanders ongelukkig zijn!</p>
<p>Dit was middenin de roos. Ze had de oplossing gevonden! Nou ja, een tussenoplossing. Een oplossing om het probleem te achterhalen waarvoor ze vervolgens weer een oplossing moest verzinnen. Zo werkt dat met dingen beter maken, in dit geval de Steenlanders. Marietje vroeg: maar ga je dan wel mee opa? Nee meiske, zei hij, iemand moet de machine bedienen! Maar dat kan iemand anders toch doen? Nee, de machine is geheim, weet je nog? Tja, dat was ook zo. Dus verzamelde ze haar moed om alleen in de machine het verleden van Steenland in te duiken. Maar hoe vér moet ik dan terug in de tijd? Vroeg ze. Opa zei: ik zou zeggen: zo ver mogelijk, omdat je dan meteen weet of het toen óók al fout zat, of toen nog niet. Dat vond Marietje wat dubbel klinken, maar er klonk ook wel een zekere logica in door, en opa was nou eenmaal al langer geschiedeniservaringsdeskundige, dus bevestigde ze: okee, dat doen we. Zo ver mogelijk terug in de tijd van Steenland.</p>
<p>Prima zei opa, dat betekent in ons geval 500 jaar terug in de tijd. Marietje opperde voorzichtig: moeten we niet beginnen bij de préhistorie of zo? Waarbij ze zich bedacht dat het eigenlijk een vreemde gedachte was om naar een tijd te gaan die zich kennelijk vóór de geschiedenis heeft afgespeeld. Nou, zei opa, dat kan in principe wel, maar in de praktijk moet ik mijn machines gewoon bouwen met materialen van de Gamma hier tien minuten vandaan. Die zijn nog een beetje betaalbaar, maar het zijn natuurlijk niet de meest krachtige spullen voor mijn machines. Dus in de praktijk trekt de motor van mijn tijdmachine het maar tot 500 jaar terug. Maar daar kan je nog steeds leuke dingen mee doen hoor! Goed, 500 jaar terug dan maar. Opa stelde de machine in op het jaar 1516, aan te komen middenin de hoofdstad van Steenland.</p>
<p>Opa gaf nog stel een armbandje met twee knoppen mee: één knop waarmee je met iedereen in alle tijden overal kan praten, en één waarmee je mij een seintje kan geven dat je terug wilt. Hij vertelde: ik kwam er later na een hele hoop onhandigheden achter dat dit toch wel nuttig was, dus die heb ik erbij geklust. Ben je er klaar voor? Marietje was er klaar voor.</p>
<p>FLITSSSSSS!!! En voor ze het wist stond ze binnen de kortste keren op de centrale markt van de hoofdstad van Steenland &#8230; in het jaar 1516! Maar tjongejonge, wat was het daar koud! Stéénkoud. Ah, dacht ze &#8230; dáár komt dat dus vandaan! Niettemin was ze er. En omdat dit allemaal zo soepel ging, en omdat ze wist dat ze goed bezig was omdat ze de Steenlanders ging helpen om gelukkig te maken, en omdat ze wist dat ze met iedereen kon praten, en omdat ze gewoon supernieuwsgierig was, ging ze meteen zonder een greintje twijfel aan de slag.</p>
<p>Ze besloot dat ze eerst even moest rondkijken. Opa had immers gezegd dat dit punt in de tijd een goed punt was, om te zien of de Steenlanders nu al ongelukkig waren, of juist nog niet. Ze kon het niet zo goed zien. De mensen zagen er in principe prima uit, echt niet dat er duidelijk iets aan de hand was, maar toch &#8230; er straalde door de uitstraling van “alles gaat okee met ons” iets heen van “maar toch &#8230; iets zit niet lekker”. Met alleen maar kijken kwam ze er niet, ze moest gaan praten.</p>
<p>Ze realiseerde zich dat haar introductie waarschijnlijk vreemd ging overkomen. Zo van: hallo, ik kom uit 2016 en ik heb bij aardrijkskunde geleerd dat jullie erg ongelukkig zijn volgens het Wereldgeluksrapport, dus ik kom de reden achterhalen om dat even voor jullie op te lossen”. Dat zou waarschijnlijk net zo vreemd overkomen als wanneer iemand op haar zou afstappen en zeggen: hallo, ik kom uit het jaar 2516, en ik heb via-via gehoord dat één van je achterkleinkinderen in die tijd mórgen iets gaat eten wat hij niet lekker vindt smaken, dus dat zeg ik je nu maar vast even, misschien dat je die tip dan kan doorgeven”. Ze moest dus gewoon maar direct zijn zonder over de achtergrond van haar avontuur te vertellen. Ze stapte op mensen af en begon met knop 1 van haar armband ingedrukt rond te vragen.</p>
<p>Bent u gelukkig? Hmmja hoor, ik mag niet klagen, zei de eerste. Dat klonk niet slecht, maar ook niet heel overtuigend. En u, bent u gelukkig? Het gaat, het gaat, zei de tweede. Beetje hetzelfde als de eerste dus. En u? Of ik gelukkig ben &#8230; lastig &#8230; op zich wel, maar ik voel me wel altijd een beetje &#8230; zoekende. En zo gingen alle antwoorden van iedereen aan wie ze het vroeg. Nou moe, dacht ze, iedereen heeft hetzelfde: het gaat niet echt slecht, maar ook niet echt goed. Ze besloot om het onderzoek wat te verdiepen, waarbij ze een expert kon gebruiken. Ze bedacht: in 1516 hebben ze natuurlijk ook geschiedenis, en ik moet weten hoe het komt dat het “niet echt goed maar ook niet echt slecht” met de mensen gaat. Dus ik moet iemand zoals opa hebben. Op een bankje op het plein zag ze zo iemand en ze stapte op hem af. Hij leek zelfs een klein beetje op haar opa.</p>
<p>Dag meneer, begon ze, ik ben niet van hier. Het valt me op dat als ik vraag of de mensen hier gelukkig zijn, er niet zo’n duidelijk antwoord komt. Het komt er een beetje op neer dat het niet zo slecht gaat, maar het lijkt wel of er ongelukkigheid aan zit te komen. Weet u wat er aan de hand kan zijn? Hij knikte van begrip alsof hij precies zag wat zij had gezien, en bovendien wist waar dit vandaan kwam. En gecharmeerd van Marietjes echte interesse begon de oudere man, alsof hij direct de geschiedenis in staarde, te praten. Het ging als volgt.</p>
<p>Het begon allemaal 25 jaar geleden &#8230; 1491. Het was een mooie dag, voor ons doen zelfs bijna warm. Ik had middagpauze van m’n werk in de haven en zat daar net zoals nu even op een bankje. Een onbekend schip kwam in zicht, onze richting op. We moesten natuurlijk goed opletten, want we wisten niet waar we ons op moesten voorbereiden: waren dit vrienden of niet? Voor de zekerheid haalden we wat verdedigingsmateriaal naar buiten en we zaten te wachten tot het schip aan land kwam. Gelukkig stond er een raar gelede kerel op het voorplecht al ruim van te voren naar ons te zwaaien en roepen. Dat is niet gebruikelijk voor zeerovers, dus we voelden ons gerust gesteld. Het schip kwam de haven binnen en die rare kwibus sprong vlot van boord. Uit nieuwsgierigheid liep ik als eerste naar hem toe.</p>
<p>Aangenaam zei ik, Leif Mattson. Geweldig je te ontmoeten Lijfmutsen, zei hij, ik ben Columbus. En ik voel me zeer vereerd om zoals voorspeld leven aan de andere kant van het water te ontdekken! Sterker nog: het is te gèèèèèk!!!! Yes, I did it!!!! Amerika, met mijn naam erop geschreven, rock!! Leif en andere omstanders keken elkaar een beetje met verbazing en meewarigheid aan van: wie is die halve gare? Ehhh, gaat het wel goed Columbus? Vroeg Leif. Goed? Goed? Never been better ouwe Amerikaan!</p>
<p>Pardon zei Leif, bedoel je m’n nationaliteit? Ik ben gewoon Steenlander hoor! Wat niet heel raar is, als je in Steenland bent! Columbus schudde z’n hoofd, als reactie op een mix van intense verbazing, verwarring en ongeloof. Wat?! Ben ik niet in Amerika? Nee we zijn in Steenland! Jij ook! Dat zeg ik net! Columbus hele houding zakte in van verslagenheid en teleurstelling. Maar &#8230; stamelde hij &#8230; dan zijn we helemaal fout gevaren! Ik ben er op uitgetrokken om Amerika te ontdekken! Nou zei Leif, ik weet niet waar je vandaan komt, maar hier is het in ieder geval niet. Je moet die kant op. En hij wees in de juiste richting.</p>
<p>Bijgekomen van de teleurstelling zei Columbus: we hadden als welkomstgeschenk net een verse lading van iets héél lekker gemaakt voor de lokale bevolking. Willen jullie het hebben? Dat was natuurlijk een rare vraag. Wie zou er nou nee zeggen tegen iets héél lekkers? Nou graag, zeiden alle mensen aan wal. De bemanning van Columbus diende het op in kleine bakjes. De mensen begonnen het te eten en hun blik sperde open van puur geluk &#8230; zoiets lekkers hadden ze nog nooit gegeten! Wat is dit voor een godenspijs Columbus, wilde men weten. Jahaaaaa, lékker hè? Dat vind ik nou ook. We noemen het &#8230; IJS.</p>
<p>IJs! Dit was een revolutie in hun leven. De Steenlanders waren altijd wel gelukkig geweest, maar nu kreeg dat geluk ineens een totaal nieuwe, hogere invulling. Dit was pas écht geluk, alsof het geluk hiervoor een soort van eeuwig nepgeluk was geweest. Kunnen we er alsjeblieft meer van hebben? Véél meer? Ja hoor, zei Columbus, we hebben lekker veel gemaakt omdat we een grote bevolking dachten aan te treffen, en we kunnen nog best wat meer maken. Jullie hebben geluk dat het hier steenkoud is. Dat heeft het ijs van nature wel nodig. Mannen, maak nog maar zo’n lading. Maar daarna moeten we er wel vandoor!</p>
<p>De eerste en tweede gigantische ladingen ijs werden van boord gehaald en opgeslagen. De bevolking kon z’n geluk niet op van geluk. Columbus en zijn mannen gingen weer aan boord om hun avontuurlijke reis voort te zetten. Ze gooiden de trossen los en het schip zette in beweging. Dusssss, riep hij van boord, je zei dat we <em>die</em> kant op moesten? Ja, zei Leif, precies die kant! Bedankt! Riep Columbus, en het schip dreef in de juiste richting. Toen ze al iets verder waren maar nog net binnen gehoorsafstand riep Columbus nog van boord: trouwens hoe weet je dat?! Leif schreeuwde hard terug: mijn voorvaderen zijn er 500 jaar geleden al geweest! Een ontdane en totaal verwarde Columbus zette de juiste koers voort.</p>
<p>De Steenlanders waren blij. Om het zacht uit te drukken. Ze waren nog nooit zo blij geweest. Ze smulden en smulden en smulden van het ijs. Columbus had nog gezegd dat het, hoewel dat niet overal bekend was, ijs met parad-smaak was. Dit was dus het paradijs op aarde. Maar &#8230; zoals dat gaat met eten&#8230; het gaat op den duur op. En dan moet je nieuw eten maken of kopen. En op een bepaald moment was het zover &#8230; HET IJS WAS OP!</p>
<p>Maar nieuw ijs kopen of maken was zo makkelijk nog niet. Ze hadden het spul namelijk nog nooit eerder gekend, dus kopen was geen optie, en maken &#8230; ja, hoe maak je ijs? De Steenlanders raakten nerveus. Het leven was altijd prima geweest, maar nu ze wisten hoe gelukszalig het leven kón zijn met ijs, wilden ze niet meer zonder. Dus gingen ze met z’n allen aan de slag om te proberen ijs te maken.</p>
<p>Maar wat ze ook probeerden: alles mislukte. De één had een recept met meel en stroop, een ander met peper, gember en bonen, weer een ander met broccoli en smeerolie, nog een ander met blauwe kaas, duivenveren en mos, maar niks kwam in de buurt van wat op ijs leek. Het werd een nartionale frustratie en obsessie. De kinderen die destijds net geboren waren werden opgevoed en opgeleid met maar één belangrijk doel: ontdekken hoe je ijs maakt. Maar het lukt niemand. Vijfentwintig jaar geleden niet, en nu nog steeds niet. Dus hoewel we heus nog wel weten dat er meer is in het leven dan ijs, merk je dat iedereen toch wat bedrukt door het leven gaat. Nou ja, het zal op een dag wel overwaaien, zei de oudere man.</p>
<p>Marietje was compleet opgegaan in het verhaal. Wat een verhaal! En de conclusie werd haar ook snel duidelijk &#8230; De oudere man denkt dat de droevenis om het verdwenen ijs over zal gaan, maar dat is niet zo! Sterker nog, het wordt alleen maar erger &#8230; Ze had de reden ontdekt waarom de Steenlanders per generatie steeds ongelukkiger worden, en uiteindelijk in 2016 tot de ongelukkigste landen ter wereld behoren! Ze snapte dat het heel lastig was voor de Steenlanders om het juiste recept voor ijs te vinden. Contact met andere landen was moeilijk en er was helemaal nergens internet. Maar ze bedacht een slim plannetje. Tegen de man zei ze: dank u wel voor het verhelderende verhaal, misschien dat ik wat voor jullie kan doen. En ze drukte op de tweede knop op haar armband.</p>
<p>Binnen de kortste keren stond ze weer in de schuur bij opa in 2016. En, hoe was het? Het was geweldig opa, en ik heb de reden gevonden waarom ze zo ongelukkig zijn! Of beter gezegd: gaan worden. Ze vertelde het hele verhaal. Opa knikte van begrip, verwondering en trots. Hij vond het geweldig dat Marietje dit allemaal had ondernomen en achterhaald. En nou heb ik bedacht dat we hier even moeten uitzoeken hoe je ijs maakt. Dan ga ik nog een keertje terug naar toen, geef ik het recept, dan kunnen ze het zelf maken, en worden ze weer gelukkig! Dat leek opa briljant, dus dat gingen ze doen.</p>
<p>Recepten voor ijs waren makkelijk te vinden. Het was helemaal niet zo moeilijk en het kon zelfs op allerlei verschillende manieren, bijvoorbeeld met melk, room, eieren, yoghurt, en natuurlijk met alle lekkere smaken die je kan bedenken, zoals aardbeien, chocola of banaan. Je hoefde vervolgens alleen maar een plek te hebben waar het kon bevriezen, en dat was in Steenland niet moeilijk. Ze nam alle recepten mee en vertrok weer met de tijdmachine, naar precies dezelfde tijd in 1516. Althans, tien minute later, want ze wilde aankomen op het punt waarop de oudere man zijn verhaal had gedaan. En FLITSSS &#8230; daar ging ze.</p>
<p>En zo stond ze weer op de markt bij de man in 1516 die net zijn verbazingwekkende verhaal had gedaan. Hij knipperde met z’n ogen. Waar was je nou?! Het leek wel alsof je even een flitsmoment weg was nadat je zei dat je misschien wat voor ons kon doen. Misschien dat m’n ogen beginnen te haperen. Maar wat bedoelde je daar eigenlijk mee? Niemand heeft tot nu toe iets aan onze situatie kunnen doen! Precies zei Marietje, tot nu toe! Maar ik heb iets wat u zeker zal interesseren &#8230; TIEN recepten voor het allerlekkerste ijs!</p>
<p>De man kon het bijna niet geloven. Zo’n klein meisje dat de hele bevolking wel even uit de droevigheid zou halen. Kon dit echt zijn? Hij vroeg: hoe kóm je hier aan? Ze antwoordde: ik had toch al gezegd dat ik niet van hier ben. Bij ons is het recept wel bekend, en ik had het toevallig bij me. De man zag dat het echt was en glunderde van blijdschap. Hij zei: als je het niet erg vindt ga ik meteen iedereen in beweging zetten om dit te gaan maken! Natuurlijk, riep Marietje, heel veel succes en eet zéér smakelijk! Haar werk zat er op. Ze drukte weer op de knop en FLITSSS &#8230; ze was weer terug bij opa!</p>
<p>Gelukt? Vroeg hij. Gelukt. Zei ze zelfverzekerd. Althans &#8230; we weten het niet echt zeker. Ik heb de recepten wel afgegeven, maar hoe weten we nou of we daarmee hebben voorkomen dat ze ongelukkig zijn? Moeten we terug naar een ander punt in de tijd of zo, om te zien of het heeft gewerkt? Hmmm, humde opa. Volgens mij hoeft dat niet. Het begon er mee dat je bij aardrijkskunde leerde dat ze zo ongelukkig waren, toch? Dat was zo. Nou, als het goed is gegaan, heb jij de geschiedenis veranderd en zo je nu in dezelfde les heel wat anders leren. Volgens mij moet je niet naar het verleden, maar naar aardrijkskunde! Op de logica van opa kon je altijd bouwen.</p>
<p>Eenmaal in de aardrijkskundeles vroeg ze of ze nog een keer naar die pagina van het ongelukkigste land mocht kijken in het Wereldgeluksrapport. Uiteraard mocht dat. Maar ze kon geen “ongelukkigst land” vinden. Dat ging de goede kant op! Maar ze bladerde verder, en tot haar verbazing kon ze Steenland helemaal niet in het rapport vinden. Wat ging er mis? Ze besloot om de hele lijst door te spitten. Nergens Steenland. Maar ineens viel haar wat op toen ze naar de Top 3 van gelukkigste landen ter wereld keek &#8230; er stond een geheel nieuw land in &#8230; IJSLAND! Ze realiseerde zich wat er was gebeurd: door haar ingreep hadden de Steenlanders het ijs herontdekt, waren ze dolgelukkig geworden, bijna de gelukkigste ter wereld, en hebben ze hun land hernoemd naar de bron van hun geluk! Wie zou er nou niet in een IJsland willen wonen! Alles was helemaal goed gekomen. En opa en Marietje? Die kijken elkaar vaak lachend van begrip aan en houden alles geheim!</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>LegendMan en de letterdief</title>
		<link>https://legendman.nl/legendman-en-de-letterdief/</link>
					<comments>https://legendman.nl/legendman-en-de-letterdief/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 23 May 2016 09:27:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=283</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_2 et_pb_with_background et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_2">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_2  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_2  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/05/LegendMan-en-de-letterdief.pdf" target="_blank" rel="noopener">Download als PDF</a></p>
<p><strong>Door Machiel Emmering. Voorleesduur: rond de 10 minuten. Voor 5+</strong></p>
<p>LegendMan moest even de stad in, omdat hij boodschappen nodig had. Hij liep langs de winkels en er viel hem wat vreemds op. Het begon bij de bloemist. Daar stond een bord met: “bosje tupen: 3 euro”. Slordig, dacht hij, daar zou toch “tulpen” moeten staan. Bij het lunchcafé stond “er is weer vierboesemsap”. Vierboesemsap? Sap met vier boezems? LegendMan bedacht: hier is ook wat weggevallen; er moet natuurlijk vlierbloesemsap staan. En bij de supermarkt stond een bord met daarop: “in de aanbieding, krat pis voor 10 euro”. Dit wordt wel heel raar, dacht LegenMan, je zou toch zeggen dat daar “pils” moet staan. Toen kwam hij bij bakker Karel, waar op een poster stond: “ekkere krenteboen”. Dit kon geen toeval meer zijn: er was iets aan de hand. Eerst bedacht LegendMan wat er moest staan. Met het eerste woord werd duidelijk “lekkere” bedoeld. En toen hij nog even terugdacht aan wat hij eerder had gezien, zag hij een patroon: de letter L ontbrak steeds! En dat betekende dat met “krenteboen” natuurlijk “krentebollen” werd bedoeld!</p>
<p>LegenMan liep naar binnen en zei: “hee Karel, ik heb gezien dat in de hele stad de letter L is verdwenen en dat er ineens overal hele rare teksten staan, wat is er aan de hand?” Karel antwoordde: Heb je het gerucht nog niet gehoord LegendMan? Het blijkt dat we te maken hebben met &#8230; de LETTERDIEF. We dachten dat hij een fabel was omdat wij er nooit iets van merkten, maar nu is hij duidelijk in ons land, en heeft hij de L gestolen! Gelukkig heb je geen geschreven tekens nodig om te kunnen praten, dus we kunnen de L nog wel uitspreken, maar als we de letter willen schrijven gaat dat niet meer. Dat is heel onhandig! LegendMan wilde dit even testen. Hij vroeg pen en papier aan Karel en schreef zijn eigen naam op. Tot zijn verbazing stond er “EgendMan” op papier. Het was inderdaad niet meer mogelijk om de L te schrijven! Tja, onhandig, dacht hij, maar geen levensgroot probleem.</p>
<p>Een paar dagen erna moest LegendMan toevallig weer langs dezelfde winkels. Bij de bloemist zag hij “boje tupen”. Bij het lunchcafe stond “vierboeemap”. En bij de supermarkt stond “krat pi”. Er was duidelijk nóg een letter weg, en daarmee werd het toch echt behoorlijk onleesbaar. Als je niet wist wat er stond kon je het er ook bijna niet meer uit halen. LegendMan concludeerde dat de letterdief weer had toegeslagen, en dat hij deze keer de letter S had gestolen. Ook bedacht LegendMan dat dit, nu er pas twee letters weg waren, al heel snel problematisch werd. Hij moest dus wat doen. Hij besloot de letterdief op te sporen.</p>
<p>Omdat LegendMan heel goed is in zoeken vond hij de letterdief al vrij snel, in een hutje op de hei. De letterdief zag er heel aardig uit. Maar ook een beetje bezorgd. Hij vroeg: je bent hier zeker vanwege de letters hè, LegendMan? Die antwoordde: ja, ons leven op straat wordt er niet handiger op als we steeds minder kunnen schrijven. Om nog maar te zwijgen over wat we in schoolboeken kunnen opschrijven. Straks kunnen we niets meer leren! Waarom steel je de letters eigenlijk? Nou, legde de letterdief uit, ik kom van een andere planeet, en daar eten we alleen maar letters. Met één letter doe ik makkelijk een week, maar dan krijg ik trek in een volgende. Letters eten &#8230; LegendMan snapte niet hoe dat werkte, maar hij had wel gezien dat het al heel snel heel vervelend werd. De letterdief zei: ik wil niemand kwaad doen, maar ik kan niks anders eten dan letters. Kan jij me helpen met een oplossing?</p>
<p>Met de 26 letters van ons alfabet ging het niet opschieten, die mocht de letterdief niet verder opeten. LegendMan dacht even na, en kreeg toen een idee. Als je nou eens naar China vertrekt! Daar hebben ze een gigantisch alfabet van vele <em>duizenden</em> tekens. Hele mooie ingewikkelde grote, daar doe je per stuk vast extra lang mee! En het zijn er zó veel, dat ze zelf niet eens precies weten hoeveel het er zijn. LegendMan dacht: dan moeten ze er toch makkelijk een paar honderd kunnen missen. En de letterdief dacht: hmm, Chinees, dat klinkt wel lekker! Opgewekt vertrok de letterdief. En de stad was erg blij dat LegendMan dit had opgelost.</p>
<p>Een maand daarna ging LegendMan naar zijn favoriete Chinese restaurant. Hij bestelde babi pangang, maar het viel hem op dat er verschillende open plekken in de Chinese woorden op de kaart zaten. Hij voelde zich wat ongemakkelijk en vroeg aan de eigenaar wat hier aan de hand was. Ohhhh, zei de man, het is vleselijk, in mijn land wolden lettels gestolen, en die veldwijnen hiel van de kaalt! Vleselijk! Ai ai ai, dacht LegendMan, het is daar nog erger dan hier! De letterdief moet de letter R hebben gestolen, en deze man kon de R kennelijk niet eens meer uitspreken! En LegendMan dacht: dit is mijn schuld, ik heb de letterdief die kant op gestuurd! Hij zei tegen de eigenaar: ik vind het heel erg van de gestolen letters en dat u er zelfs een spraakprobleem van krijgt; ik ga er wat aan doen! De eigenaar zei nog: splaakplobleem? Ik zeg toch niks laals? Maal we willen geen lettels meel kwijt! LegendMan keek even verward en vertrok toen maar, op naar China.</p>
<p>In China was de letterdief weer snel opgespoord; LegendMan was van een kastje naar de Muur gegaan. Een enorme muur, duizenden kilometers lang. En daar zat de letterdief op een bepaald punt. Al snel was het gesprek hetzelfde als de vorige keer. Weliswaar hadden de Chinezen meer letters dan wij, maar ook daar werd het natuurlijk vanzelf hinderlijk dat woorden niet meer geschreven konden worden. Tja, dat snap ik, zei de letterdief, maar hoe lossen we dit nou op? Ik kan toch moeilijk niets meer eten, dat kan geen enkel wezen! Weet jij niet weer iets slims te bedenken, LegendMan? Die kreeg een idee. Luister letterdief, als jij leeft van mooie letters die voor de mensen op deze planeet nodig zijn om mee te kunnen schrijven, is het dan niet een idee dat jij gewoon je eigen alfabet gaat maken? Dan teken je iedere keer als je trek hebt een mooie, nieuwe, stevige, sappige letter! En dan kan je bovendien mee terug naar ons land, zodat je leuk gezelschap kan opzoeken! Dit vond de letterdief een briljant idee. Samen gingen ze terug naar Nederland.</p>
<p>Toen ze terug waren ging de letterdief meteen aan de slag. Eerst schetste hij heel vluchtig een lettertje op de proef. Die zag er niet slecht uit, en het werkte als een goede snack. Dat smaakte naar meer! Hij tekende nog een paar fantasierijke letters, en die waren echt mooi. LegendMan was ervan onder de indruk. Hij zei: dit moet je aan anderen laten zien! En zo organiseerden ze samen een expositie. Iedereen kwam. Vooral bakker Karel was enorm enthousiast. Hij zei: deze letters zien er zó mooi en lekker uit, dat je ze wel zou willen opsnoepen! Nu kunnen wij natuurlijk geen letters eten, maar &#8230; wat zouden jullie ervan denken als ik deze mooie tekens namaak als &#8230; banketletters?! Iedereen smulde nu al van het idee. Dus bakker Karel ging aan de slag, en de letterdief ook om mooie nieuwe letters te maken.</p>
<p>Kort daarop was er een banketletterfeestje. De letterdief was de eregast. Bloemist Yvonne zei: we kunnen je nu je ons letters <em>brengt</em> in plaats van dat je ze moet stelen natuurlijk niet meer de letterdief noemen. Laten we je de letterzetter noemen! En dan krijg je een galerie waar je je mooie werk aan ons kan laten zien. Dan maakt Karel de letters zo nu en dan na in banket, en af en toe pak je één van je eigen werken om te kunnen eten. Zo wordt de galerie een soort museum, een voorraadkast en een kookboekfoto tegelijk. En zo ging het. De letterzetter bedankte LegendMan heel hartelijk omdat het door zijn idee zo goed was gelopen. Iedereen was helemaal blij met elkaar en het werd een vrolijke boel.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://legendman.nl/legendman-en-de-letterdief/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>2</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Mark en Saskia in dromenland</title>
		<link>https://legendman.nl/mark-en-saskia-in-dromenland/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 12 Mar 2016 13:12:23 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=246</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_3 et_pb_with_background et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_3">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_3  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_3  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/05/Mark-en-Saskia-in-dromenland.pdf" target="_blank" rel="noopener">Download als PDF</a></p>
<p><strong>Door Andy en Mark Lupker. Voorleesduur: rond de 75 minuten. Voor 5+</strong></p>
<p>Hoofdstuk 1</p>
<p><strong>KENNISMAKING MET DROEP</strong></p>
<p>“Mark! Mark!&#8221;, riep Saskia zacht in Mark&#8217;s oor. Mark is haar broer van al bijna 9 jaar en sliep nog steeds heel diep. Ze wil dat hij wakker wordt, omdat ze hem iets wil vertellen. Zij is al bijna 6 jaar, maar ze weet dat haar broer sommige dingen beter weet dan zij en ze wil het hem nu vragen.</p>
<p>&#8220;Mark! Mark!&#8221; riep ze nu iets luider, terwijl ze een angstige blik wierp in de richting van de slaapkamer van haar ouders. Mark sliep nog steeds. Hij snurkte zelfs een beetje. Hij draaide zich in zijn slaap om, smakte wat met zijn lippen en liet toen een knoert van een scheet. Ze proestte het uit van het lachen en kneep hem hard in zijn neus. Mark was meteen klaarwakker en zat rechtop. Verontwaardigd zei hij: &#8220;Waarom knijp jij potverdikkeme in mijn neus? Zal ik jouw eens een flinke kleun geven, Saskia!&#8221; Hij begon zijn bed uit te klauteren om inderdaad te doen wat hij zei.<br />
&#8220;Ssst&#8221;, fluisterde Saskia, &#8220;stil nou toch, het is midden in de nacht. Het is zelfs nog een beetje veel donker. Ik moet je iets laten zien. Kom mee naar mijn kamer.&#8221; Marks nieuwsgierigheid won het van zijn drift, zodat hij achter Saskia aan sloop. Voor het raam van haar kamer wees ze Mark op iets dat in de tuin stond. Eerst zag hij niets meer dan de tuintafel en de stoelen daar omheen.<br />
&#8220;Ik zie niks&#8221;, zei hij een beetje geërgerd en kreeg veel zin om Saskia toch nog die kleun te verkopen, die ze tenslotte best verdiend had. Toen zag hij het ook. Een klein dik mannetje, dat midden in de tuin stond en naar boven keek. Hij wuifde naar ze met zijn kleine dikke armpjes en gebaarde ze naar beneden te komen.<br />
&#8220;Ik zie een klein dik mannetje&#8221;, zei Mark nu.<br />
&#8220;Dat was wat ik je wilde laten zien&#8221;, zei Saskia, &#8220;hij staat daar al een tijdje, maar ik dacht dat ik droomde&#8221;.<br />
&#8220;Hij staat er echt&#8221; fluisterde Mark, ”Kom we kleden ons aan en maken een praatje met hem&#8221;.</p>
<p>Snel kleedden ze zich aan en slopen de trap af. Een beetje angstig keken ze door de achterdeur de tuin in. Het kereltje stond er nog steeds en lachte naar ze.<br />
&#8220;Kom toch&#8221;, piepte het kereltje.<br />
Ze openden de deur en liep langzaam op hem af. Het was inderdaad een klein mannetje dat daar stond. Hij was zeker niet groter dan het hoofd van Saskia. Hij had een kort wit baardje en glinsterende oogjes, die hen guitig aankeken boven een grote rode neus. Hij maakte een klein sprongetje van plezier, maakte een koprol en kwam met zijn beentjes in aanraking met de tuinstoelen. Dat gaf een kabaal, dat ver reikte in de stilte van de vroege ochtend. Geschrokken kroop hij onder de tuintafel. De kinderen keken hem vol verbazing aan.<br />
Saskia begon te lachen en zei: &#8220;Wat ben jij een gek klein mannetje&#8221;. Mark lachte mee en keek onder de tuintafel. Hij reikte hem een hand en hielp hem onder de tafel vandaan.<br />
&#8220;Dankjewel&#8221;, piepte het mannetje, &#8220;was me dat schrikken… Ik ben Droep.&#8221;<br />
&#8220;Met z&#8217;n billen in de poep!&#8221;, rijmde Saskia.<br />
&#8220;Ja, ja, piepte Droep, &#8220;Ik weet dat je goed kunt rijmen en daarom ben ik ook naar je toegestuurd. Ook Mark hebben we nodig om iets moois voor ons te tekenen. Willen jullie ons helpen, alsjeblieft?&#8221;<br />
&#8220;Ik wil eerst weten, waarom je onze hulp nodig hebt?&#8221; zei Mark, die Droep nog eens nader bekeek en zich afvroeg waarom dit perse midden in de nacht moest gebeuren?<br />
&#8220;Goed&#8221;, zei Droep, &#8220;laten we dan even op die tuinbank gaan zitten, dan zal ik dat aan jullie vertellen.&#8221; Mark en Saskia gingen op de tuinbank zitten. Droep, die nu eenmaal een stuk kleiner was dan de kinderen, nam een aanloop met de bedoeling op de bank te springen, maar dat liep anders dan hij gedacht had. Hij sprong omhoog, klauwde met zijn dikke handjes aan de bank, gleed van de bank af en bleef met zijn grote neus aan de bank hangen. Mark pakte hem beet en zette hem op de tafel, waar Droep puffend en zijn pijnlijke neus betastend op ging zitten.<br />
&#8220;Luister naar mijn verhaal&#8230;&#8221;, sprak hij.</p>
<p>Hoofdstuk 2</p>
<p><strong>HET VERHAAL VAN DROEP</strong></p>
<p>Droep kuchte even en begon te vertellen:<br />
&#8220;Het is een triest verhaal dat ik jullie moet vertellen. Het is niet anders, daarom zal ik hij het begin beginnen, Wij, kleine gekke dikke kereltjes, zoals Saskia me noemde, leven al heel lang op een prachtig eiland, midden in de zee. Er zijn veel bossen, mooie dieren en er groeit van alles dat we kunnen eten. We konden alles doen, waar we goed in waren. We werkten een paar uurtjes per dag om groenten en fruit te laten groeien. Als we vrij waren, dan zongen we liedjes, rijmden we er vrolijk op los en maakten we de mooiste tekeningen. Al 200 jaar hadden we een koning, die we zelf gekozen hadden. Hij mocht de baas zijn. Als we vonden dat hij het niet goed deed, dan vertelden we hem dat. En als hij het niet goed bleef doen, dan kozen wij gewoon een andere koning. De laatste koning is wel 200 jaar de baas gebleven, omdat hij een vrolijk en wijs man was. We waren echt gelukkig en we leefden gezellig met elkaar. Tot het gebeurde…&#8221;</p>
<p>&#8220;In ons dorp woonde ook een uitvinder, die altijd leuke dingen maakte, maar deze keer had hij iets gemaakt wat helemaal niet leuk was. Het was een ding van ijzer, dat een harde plof gaf als je ergens aan trok en dan kwam er een klein kogeltje uit, dat zomaar door iemand heen kon gaan! Bovendien was deze uitvinder niet vrolijk meer. Op een dag liep hij naar de koning en maakte hem zomaar dood met dat ijzeren ding en zei erbij dat hij voortaan de baas was. Niemand was het daarmee eens, maar niemand durfde wat te zeggen, omdat ze bang waren van dat ijzeren ding. Hierna gebeurde er allemaal verdrietige dingen. De uitvinder noemde zichzelf Koning Pruleet en zei dat niemand meer muziek en tekeningen mocht maken of mooie rijmpjes vertellen. Hij zei ook, dat alle mensjes in ons dorp met bruine ogen erg dom waren en moesten werken voor de mensen met groene ogen, die altijd heel slim waren. De mensjes met blauwe ogen werden soldaat of bediende, om zo de mensen met groene ogen te beschermen en te doen wat zij wilden. Koning Pruleet had zelf natuurlijk groene ogen…&#8221;</p>
<p>&#8220;Zo gaat het nu al vele jaren en het meest verdrietige van alles is, dat mensen met groene ogen echt denken dat ze slimmer zijn dan alle anderen. De mensen met blauwe ogen denken nu ook echt dat ze alleen maar kunnen doen wat de groenogen hen zeggen te doen, waarna ook de mensen met bruine ogen echt zijn gaan denken dat ze alleen maar met hun handen op het land kunnen werken en meer niet. Niemand tekent, maakt rijmpjes of muziek meer. De mensjes zijn gaan denken dat ze dat niet meer kunnen en ook nog dat het erg slecht is, omdat de Koning dat heeft gezegd. De groenogen zijn het helemaal eens met de koning, omdat zij een beetje bang voor hem zijn en ze, omdat ze groene ogen hebben, een lui en gemakkelijk leventje hebben. Alle anderen moeten immers voor ze werken en daarom voelen ze zich ook een beetje koning.&#8221;</p>
<p>Saskia keek naar de bedroefde ogen van Droep en het viel haar op dat ze hazelnoot bruin waren.</p>
<p>&#8220;Ik ben een oud mensje&#8221;, vervolgde Droep zijn verhaal. &#8220;Daarom weet ik nog hoe goed het vroeger was. Samen met andere oude mensjes, die zowel groene, blauwe als bruine ogen hebben praten we stiekem over die tijd. We hebben zelfs geprobeerd rijmpjes te maken, tekeningen en ook liedjes. We hebben het geprobeerd, maar we weten echt niet meer hoe dat moet. We geloven, dat als al de mensjes weer iets moois kunnen maken, dat we het weer net zo fijn krijgen als vroeger. Na lang nadenken hadden we een plan gemaakt. Dit plan hield in, dat ik de wereld in zou trekken en kinderen zou opzoeken, die ons willen helpen mooie dingen te maken en om weer gelukkig te worden. Als jullie ons willen helpen geloof ik dat zelfs koning Pruleet weer een goed mens wordt. Ik geloof namelijk dat hij betoverd is. Hoe en door wie weet ik niet, maar ik heb het idee dat als we weer mooie dingen maken, het vanzelf weer goed komt. Het eerste wat we moeten doen is de betovering verbreken. Doen jullie mee?&#8221;</p>
<p>Mark en Saskia knikten allebei van ja. Ze waren diep onder de indruk van het verhaal van Droep.</p>
<p>&#8220;Luister&#8221;, zei Droep, &#8220;morgenavond als jullie in bed liggen, dan sluit je je ogen en zegt zachtjes: <em>&#8216;Wiep Wap Woep, kom maar Droep!</em>&#8216;<br />
Dan verschijn ik in jullie droom en gaan we op weg naar het eiland. Het is wel gek hoor om in een droom te reizen, omdat er allemaal lastige en vreemde dingen kunnen gebeuren, maar anderzijds kun je in je droom alles bedenken om naar ons eiland te komen wat je maar wil. Als je eenmaal op het eiland bent, dan maak ik je weer echt wakker en kunnen we aan de slag! Het mooie van het droomreizen is, dat je lichaam gewoon in bed blijft liggen, terwijl je zelf heel ver weg kunt zijn. Ik zou zeggen: Tot morgenavond!&#8221; en weg was Droep.</p>
<p>Mark en Saskia keken elkaar aan en lachten, dat zal me een avontuur worden. Zachtjes liepen ze terug naar hun kamer en speelden daar nog wat, terwijl ze samen veel te fluisteren hadden. Ze hadden een heel echt geheim. Zie je nu wel, dat sprookjes ook in het echt kunnen bestaan!</p>
<p>Hoofdstuk 3</p>
<p><strong>DROOMREIZEN</strong></p>
<p>Ze lagen die avond vroeg in bed. De gehele dag hadden ze uitgekeken naar dit moment, waarop ze met Droep naar het eiland zullen reizen. Ze deden hun ogen dicht en fluisterden:</p>
<p><em>’Wiep Wap Woep, kom maar Droep!’</em></p>
<p>Eerst gebeurde er niets, maar toen voelden ze een licht gesuis in hun oren. Ze kregen het gevoel, alsof ze in een auto zaten, die heel snel optrok. Ze suisden een tijdje door een donkere nacht, waar zelfs geen ster te zien was. De kinderen vroegen zich af waar Droep nou bleef?</p>
<p>Saskia voelde als eerste, dat ze ergens tot stilstand was gekomen en tastte met haar hand in het rond en opende haar ogen. Ze zat op een grasveldje en de zon scheen volop. Ze was omringd met bomen en tussen die bomen zag ze een klein huisje staan. Ze liep er dansend heen en keek door de ramen naar binnen. Plotseling hoorde ze een beangstigend gelach. Ze keek op en zag een enge trol tussen de bomen staan, die zijn harige dikke armen naar haar uitstrekte. Saskia schrok hevig van die nare verschijning en wilde het op een lopen zetten, maar dat lukte niet. Met de allergrootste inspanning kon ze maar een heel klein stapje doen. Het leek wel of haar schoenen aan het gras zaten vastgeplakt. Ze zag de trol steeds dichterbij komen. Ze zag de lange nagels aan zijn handen en het snot dat uit zijn neus liep. Hij lachte op gorgelende toon, en mompelde iets in zichzelf. Saskia kon niet meer weglopen, ze keek omhoog naar de trol, die haar elk moment kon grijpen en ze voelde dat ze heel erg bang was…</p>
<p>Intussen zweefde ook Mark door de duisternis en opende zijn ogen op het moment dat hij stil stond. Hij keek om zich heen en hij zag dat hij midden in een bos stond, het was er donker. Mark dook snel weg achter een bosje, want hij hoorde enig geritsel in het struikgewas. Hij was net op tijd verdwenen, want daar kwamen twee mannen aangelopen, die een zware kist sjouwden. Op de plaats waar Mark zojuist stond, bleven de mannen staan en keken om zich heen. &#8220;Nou Fred&#8221;, zei de één. “Dit lijkt me wel een goede plek”. De ander gromde wat en begon te graven. Ze groeven een diepe kuil en zetten daar de kist in. Hierna gooiden ze de kuil weer vol aarde. De schep, die ze bij dit werk hadden gebruikt, verstopten ze achter een bosje en ze verdwenen. Mark wachtte tot de mannen ver genoeg waren weggelopen en sloop toen naar de plek waar de mannen de schep hadden verstopt. Hij pakte de schep en begon onmiddellijk te graven op de plaats waar de kist in de grond was gestopt. Mark zag echter niet, dat een paar boze ogen naar hem keken, De ogen waren van een afschuwelijk monster. Hij had een blauw groene kop met gele ogen en aan zijn kop zaten zes lange vangarmen. In plaats van een mond had dit monster een grote rode snavel met scherpe tanden. Langzaam kroop hij op Mark af, die niets vermoedend aan het graven was. Op het moment dat Mark opkeek en het monster zag, was het reeds te laat&#8230;</p>
<p>Droep zat achter de tuintafel in de achtertuin en keek naar boven naar de kamers van Mark en Saskia. Hij kneep zijn ogen dicht en dacht heel sterk aan beide kinderen. Hij hoorde ze zeggen:</p>
<p><em>&#8216;Wiep, Wap, Woep, kom maar Droep!&#8217;</em></p>
<p>Hij stak zijn armpjes in de lucht en verdween met Mark en Saskia in dromenland. Hij zag ze beiden ver voor zich uit door de duisternis vliegen en hij zag ook dat ze allebei in het Hokus-Pokus-bos verdwenen. Hij schrok hiervan, omdat hij wist dat hij ze daar niet zo gemakkelijk kon vinden. Bovendien kende hij de gevaren in het bos. Droep landde op een open plek in het bos en ging direct op zoek naar Saskia en Mark. Hij riep hun namen, maar kreeg geen antwoord. Urenlang zocht Droep naar de kinderen, maar kon ze niet vinden. Droep werd erg ongerust. Je kon immers niet weten wat er allemaal in het bos kon gebeuren. In feite kon er alles gebeuren wat de kinderen zelf wilden dromen. Of, en dat is nog griezeliger: wat ze NIET wilden dromen!</p>
<p>Droep ging op een heuveltje zitten, sloot zijn ogen en dacht weer heel sterk aan Mark en Saskia. Zo probeerde hij zijn stem in de hoofden van de beide kinderen te laten klinken. Telkens weer herhaalde hij: &#8220;Mark, Saskia, als jullie me kunnen horen. Doe dan het volgende: je moet weten, dat alles wat je nu ziet en je misschien bang maakt, jij zelf droomt! Probeer je droom te veranderen en droom wat je wil, je zult zien dat jij de baas bent! Probeer te dromen van de grote open plek in het bos en kom daar heen, dan zie je mij&#8221;. Droep bleef dit herhalen en hoopte maar, dat de kinderen hem konden verstaan.</p>
<p>De trol was nu heel dicht bij Saskia. Hij kwijlde nu ook en Saskia voelde zijn stinkende adem in haar gezicht. Ze hoorde hem zeggen: &#8220;Ha, ha, daar heb ik je! Ik stop je in een klein kamertje en laat je lekker eten en als je dik genoeg bent, dan ga ik je opeten!&#8221; De trol pakte Saskia beet en nam haar mee naar zijn huisje, waar ze in een klein kamertje werd opgesloten. Ze huilde dikke tranen. Waar was Mark toch, en Droep? Ze zag een dikke poes langs haar raampje lopen en haar echt gemeen aankijken, &#8220;Wat een gemene kat&#8221;, zei ze, &#8220;ik wou dat die kat een bananenneus kreeg&#8221;. De kat kwam weer langs haar raampje en Saskia zag tot haar grote verbazing, dat de kat een grote gele bananenneus had gekregen. Ze lachte die gemene kat uit. &#8220;Krijg dan ook maar een komkommerstaart!&#8221;, riep ze uitgelaten. En ja hoor, de poes kreeg ook een komkommerstaart. Het was een heel gek gezicht. Plotseling verscheen de trol in de deuropening en zei: &#8220;Wat doe je allemaal, naar kind. Ik zal je dat allemaal wel eventjes afleren!&#8221; Hij liep langzaam op Saskia af.</p>
<p>Toen hoorde Saskia de vertrouwde stem van Droep in haar hoofd: &#8220;Probeer je droom te veranderen en droom wat je wilt! Je zult zien dat jij de baas bent!&#8221;. Saskia wist nu dat dat waar was, want de poes was ook veranderd toen ze dat wilde. De trol strekte zijn puistenarmen naar haar uit en opende alvast zijn mond om een grote hap te nemen. Snel riep Saskia: &#8220;Word nu maar een blauwe muis, stomme trol!&#8221;. De trol veranderde prompt in een blauwe muis. De poes met de bananenneus en de komkommerstaart vond het wel een lekker hapje en sprong er direct achteraan. Saskia liep vlug het huisje uit.</p>
<p>Het monster was groter dan een olifant en zijn vangarmen klemde al om het lichaam van Mark. Hij trok Mark naar zich toe en opende daarbij zijn afschuwelijke rode snavel en liet daarbij een luide boer. Mark voelde het angstzweet over zijn gezicht lopen. &#8220;Ik ga je opeten&#8221; zei het vreselijke monster. Het bracht zijn snavel vlak voor Marks gezicht. Plotseling hoorde ook hij de stem van Droep in zijn hoofd.</p>
<p>“Alles wat je nu ziet, droom jezelf. Als je het echt wil, dan verandert je droom.&#8221; Mark dacht er niet lang over na en droomde dat hij sterk was en een zwaard in zijn hand had. Dat gebeurde dan ook onmiddellijk. Mark gaf het monster een flinke klap met zijn zwaard op zijn snavel, waarop het monster met een schreeuw van schrik en pijn Mark even losliet. Dat was voldoende voor Mark om het monster weer opnieuw aan te vallen. Hij sloeg met zijn zwaard, net op het moment dat een vangarm hem weer wilde pakken, en hakte deze af. Het monster was nog lang niet uitgeschakeld, want het had nog 5 lange vangarmen over. Woest stormde het monster op Mark af. Snel stapte Mark een stukje achteruit, sprong naar de zijkant van het monster en sloeg hem in een klap 3 vangarmen af. Het monster pakte Mark echter stevig beet met de overige 2 vangarmen. Mark kon niets meer doen en keek angstig naar de boze ogen van het monster en vooral naar de grote opengesperde snavel met de scherpe tanden… Juist op dat moment verscheen Saskia en riep: &#8220;Monster, ik wil dat je Sinterklaas wordt&#8221;. En hop: daar stond Sinterklaas in plaats van het monster. Sinterklaas gaf de beide kinderen een letter van marsepein en reed op zijn paard het bos in. Saskia kon nog net horen dat het paard een harde scheet liet tussen zijn dikke billen. Nog wat nalachend aten ze hun letter op en gingen op weg naar de grote open plek in het bos.</p>
<p>Droep stond hen al op te wachten: “Gelukkig daar zijn jullie. Je hebt me dus verstaan. Het is gek hè, in Dromenland te reizen, want alles wat je ziet, dat droom je en je kunt hele gekke dingen dromen, zoals je wel gemerkt hebt.&#8221; Mark en Saskia knikten met hun hoofd. Dat was zeker waar en ze vertelden Droep wat hun was overkomen. Droep lachte erom en zei toen: “Kom we moeten nu echt proberen naar mijn eiland te komen. Omdat ik jullie niet weer kwijt wil raken, kunnen we beter met een groot vliegtuig naar de zee vliegen&#8221;.</p>
<p>En plotseling stond er een groot vliegtuig voor hun neus. Mark zou de piloot zijn, Saskia de stewardess, die voor lekkere hapjes en drankjes zou zorgen en Droep zou de navigator zijn. Een navigator is iemand die de weg weet. Spoedig stegen ze op en vlogen ze heel snel in de richting van de zee. Ademloos keken Saskia en Mark naar beneden. Dromenland bestond uit sprookjes, maar ook dingen waar ze bang voor waren. Gelukkig wisten ze nu hoe ze dit konden veranderen. Zij waren immers de baas van hun eigen dromen! Eigenlijk veel te snel zagen ze de zee al voor zich en maakte Mark een prachtige landing op het strand. Ze stapten uit en Mark en Saskia liepen direct naar de zee en doken in de golven. Het water was heerlijk warm. Ze doken onder en zagen allebei tegelijk een meisje op de bodem van de zee zitten. Het meisje huilde. Ze zwommen naar haar toe en zagen dat ze in plaats van benen een grote vissenstaart had.</p>
<p>“Dat moet vast een zeemeermin zijn!&#8221;, zei Mark tegen Saskia.<br />
&#8220;Hallo?&#8221;, zei Saskia tegen de zeemeermin. &#8220;Waarom huil je zo, ben je gevallen?&#8221;<br />
De zeemeermin keek op en lachte een beetje verdrietig naar haar:<br />
&#8220;Nee, hoor. Ik ben niet gevallen. Wie zijn jullie?&#8221;</p>
<p>Mark en Saskia vertelden wie ze waren. Mark zag dat ze heel mooi was. &#8220;Dag Saskia en Mark, ik ben Elfi”, zei de zeemeermin. “En ik ben verdwaald. Ik hoor thuis in het zeeland van koning Neptunus. Ik was nieuwsgierig naar wat er nog meer in de zee bestond en daarom ben ik stiekem vertrokken. Nu kan ik het land niet meer terugvinden&#8221;. Ze begon weer te huilen. Mark en Saskia keken elkaar aan en zeiden: &#8220;Kom Elfi, wij zullen je wel helpen&#8221;.</p>
<p>Mark liet een hoog fluitend geluid uit zijn mond komen, dat een beetje leek op een sirene. Er gebeurde eerst helemaal niets, maar toen…</p>
<p>Het begon met een snerpend geluid in de verte. De zee kwam in beweging en een grote donkere wolk kwam op hen af. Het snerpende geluid werd sterker en plotseling wemelde de zee van de dolfijnen. Ze doken speels over elkaar heen en begonnen met hun snuit Mark en Saskia te kietelen. Ze gilden het uit van de pret en kietelden de dolfijnen terug, die steeds vrolijker werden. Saskia keek naar Elfi en zei tegen Mark: &#8220;Vergeet die arme zeemeermin nou niet&#8221;. Mark werd plotseling weer ernstig en riep de dolfijnen bij zich. Ze keken hem vol verwachting aan. Mark zei tegen de dolfijnen: “Luister even naar me. Deze zeemeermin is haar zeeland, het land van Neptunus kwijt. Kunnen jullie ons helpen zoeken?&#8221; Een grote dolfijn keek Mark ernstig aan en zei: &#8220;Ik ben Flipje de dolfijn, en we willen je graag helpen, maar haar land is een geheim land. Niemand weet precies waar het is. Het enige dat we weten is, is dat in de buurt van dat land een onzichtbare krab woont, die alles wat in zijn buurt komt met zijn grote scharen pakt en opeet. De krab leeft achter de grote rots in het deel van de zee waar het water pikzwart is…&#8221;</p>
<p>&#8220;Laten we alvast naar de grote rots zwemmen, dan zijn we in de buurt van het zwarte water en ook van zeeland. Dan zien we wel weer verder.&#8221; stelde Mark voor. De dolfijnen hingen zwijgend in het water. Ze waren echt bang om in de buurt van die krab te komen en vonden het idee maar niks. Elfi begon inmiddels weer te huilen, omdat ze begreep dat niemand haar durfde te helpen. Verdrietig keken Saskia en Mark elkaar aan en probeerden een oplossing te bedenken. &#8220;Ik denk dat ik een idee heb”, zei Mark. “Ik droom gewoon een rubber dolfijn, gevuld met lichtgevende verf, die zwemmen kan. Deze rubberen dolfijn, die we Nepper zullen noemen, zwemt voor jullie uit door het zwarte water, zodat het niet meer zo donker is.“ De dolfijnen snapte niet wat Mark precies van plan was. Een rubberen dolfijn kon de krab toch ook niet zien en zeker niet verslaan? &#8220;Vertrouw nou maar op ons!&#8221;, zei Mark en knipoogde stoer naar Elfi. Als dat maar goed gaat dacht Saskia&#8230;</p>
<p>Mark deed flink zijn best om Nepper het rubberen dolfijn er zo echt mogelijk uit te laten zien en droomde er tevens een klein motortje in, zodat hij snel kon zwemmen. Toen hij klaar was, gingen ze op pad naar de grote rots, een tochtje van zeker een paar uur. Onderweg keken ze hun ogen uit. Wat was de zee toch mooi. Toen ze bij de rots aankwamen zei Flipje de dolfijn: &#8220;Opgelet! Hierachter is het gedeelte van de zee, waar we nooit komen. Je ziet dat hier ook geen vis zwemt. Het water is hier erg donker!&#8221;</p>
<p>Langzaam zwommen Mark, Saskia, Elfi en Flip de dolfijn verder. De andere dolfijnen waren achter gebleven, omdat ze te bang waren voor het donkere water. Vol spanning keken ze naar Nepper die in het donkere water gelukkig nog goed te zien was. Het was griezelig stil. Plotseling zagen ze Nepper woest van links naar rechts bewegen. Dat moest de onzichtbare krab zijn. Ze hielden hun adem in. Nepper begon nu wild van boven naar beneden te bewegen. De krab was blijkbaar druk in gevecht met de rubberen dolfijn! Plotseling spoot de verf uit de lekke Nepper en veranderde de donkere zee in een geel en helder licht. De krab werd overspoten met de verf en was nu goed zichtbaar voor iedereen. Het was een geweldig gezicht: een lichtgevende krab, zo hoog als een huis, woedend knipperend met zijn ogen tegen het felle licht. In zijn scharen lag de platte, slappe Nepper. Het plan van Mark was gelukt! Maar wat nu?</p>
<p>Saskia zwom naar de grote krab toe en zei: &#8220;Luister grote krab, ik wil dat je een lieve en goede krab bent, die van alle mensen en dieren houdt en niemand meer bang maakt.&#8221; De ogen van de krab keken eerst woedend naar de kinderen, zijn grote scharen zwaaiden al hun kant op. Toen veranderden zijn ogen en keek heel vriendelijk naar hen. Hij zei: &#8220;Ik weet niet hoe je dit voor elkaar hebt gekregen, klein meisje, maar ik voel me blij en gelukkig. Ik wil niemand meer pijn doen of opeten. Ik wil graag vrienden hebben. Ik ben het alleen zijn zat. Komen jullie mijn huisje binnen en wees niet bang.&#8221; Vol verbazing keken Elfi en Flipje de dolfijn naar de veranderde krab. Hij was nog steeds groot, maar er ging nu iets goeds en vriendelijks van uit. Ze waren niet bang meer. Ze gingen samen met Mark en Saskia het enorme huis van de krab binnen. De krab vertelde, dat hij zeeland van koning Neptunus beschermde tegen indringers, maar hij was zolang alleen geweest dat hij erg naar en vervelend was geworden. Iedereen was bang voor hem. Ook koning Neptunus. Dankzij Saskia was hij weer vrolijk en goed geworden. Hij had weer veel zin om met de andere dieren te spelen. Deze donkere plek moest weer worden gevuld met licht en vol spelende vissen en zeemeerminnen.</p>
<p>&#8220;Hoe komen we nu naar het zeeland van Neptunus?&#8221; vroeg Mark een beetje ongeduldig en knipoogde opnieuw naar Elfi. Saskia zag dat Elfi een beetje begon te blozen. De krab wees met zijn gigantische schaar naar een klein deurtje: &#8220;Dat is de ingang van zeeland kinderen!&#8221;. Elfi zwom een gat in de zee van blijdschap en gingen meteen naar binnen. Aan de andere kant van het deurtje was een grote stad, waar heel veel zeemeerminnen en zeemeermannen woonden. Onder gejuich van allemaal werden ze naar koning Neptunus gebracht.</p>
<p>Koning Neptunus zat op zijn troon met zijn staart te zwaaien van vreugde: &#8220;Ik heb alles gehoord wat jullie voor deze ondeugende zeemeermin hebben gedaan. Ik ben jullie er dankbaar voor. Ik geef jullie een schelp, een heel bijzondere schelp. Als jullie ooit hulp nodig hebben, loop dan naar de zee en roep mij in de schelp.&#8221; Mark borg de schelp op in zijn broekzak. Vervolgens aten en dronken ze nog wat bij de koning. In de stad werd volop feest gevierd, omdat iedereen blij was met Elfi&#8217;s terugkeer, maar ook dat de krab niet meer gevaarlijk was. Na een dolle avond, werd het tijd om afscheid te nemen. Elfi bracht ze terug naar het deurtje, waar ze de zee weer konden bereiken. Ze bedankte hen beiden en Mark kreeg van haar een zoen op allebei zijn wangen. Hij kleurde er van. Ze zwommen het deurtje door en zagen de reusachtige krab druk spelen met de dolfijnen. De krab liet Mark en Saskia op zijn rug glijbaantje spelen. De zee was niet donker meer en er zwommen heel veel vissen en andere dieren. Ze keken naar de spelende dolfijnen, toen ze de stem van Droep in hun hoofd hoorde roepen: &#8220;Saskia en Mark, waar zijn jullie nu? We moeten op weg gaan.&#8221; Mark en Saskia waren bijna vergeten waarvoor ze waren gekomen en zwaaiden naar de dieren in de zee en zwommen weer terug naar het strand, waar Droep ongeduldig op hun stond te wachten. “Genoeg gespeeld kinderen!&#8221;, zei Droep een klein beetje geïrriteerd, &#8220;het laatste deel van de droomreis doen we met deze onderzeeboot!&#8221;. Saskia en Mark stapten direct in en ze gingen snel op weg.</p>
<p>Hoofdstuk 4</p>
<p><strong>HET EILAND</strong></p>
<p>Ze voeren een tijdje onder water, waar de onderwater wereld langzaam voor hun ogen voorbij trok. Ze zag de meest rare vissen, maar ook dolfijnen die vrolijk aan het spelen waren in het water.</p>
<p>&#8220;Opgepast nu&#8221;, zei Droep, &#8220;We naderen mijn eiland. Helaas kunnen jullie eiland niet zien als je nog droomt&#8230; Dus moet ik jullie eerst wakker maken.&#8221; Droep klapte 3 keer in zijn kleine handjes, draaide 5 x rond, verloor zijn evenwicht en viel met zijn dikke neus tegen de vloer van de onderzeeboot. Mark en Saskia moesten hard lachen, maar merkten toen dat hun zicht wazig begon te worden en de droomwereld langzaam veranderde in werkelijkheid.</p>
<p>&#8220;Jullie moeten nu extra voorzichtig zijn&#8221; zei Droep die weer overeind kroop en over zijn pijnlijke neus aaide. &#8220;Alles is nu weer echt en geen droom meer! Je kunt dingen dus niet zomaar meer veranderen&#8221;.</p>
<p>Dat vonden Saskia en Mark wel jammer, ze vonden het maar al te leuk. Maar ze wilde natuurlijk ook graag het eiland van Droep kunnen zien. Ze keken opnieuw naar buiten en zagen nu een reusachtige bergwand. “Dat moet het eiland zijn!”, riep Saskia direct. Ze voeren langs de bergwand en zagen toen een opening, waar ze naar binnen gleden. Droep stuurde de boot weer naar de oppervlakte en legde deze aan bij een steiger.</p>
<p>Toen ze uitstapten zagen ze dat ze in een grot waren aangekomen, die verlicht werd door fakkels met allerlei verschillende kleurtjes. Langs de kant stonden rijen kleine dikke kereltjes en vrouwtjes naar hen te kijken. Ze leken allemaal een beetje op Droep vond Mark. Nadat ze iedereen een hand hadden gegeven, liepen ze door naar een grote kamer, waar ze gingen zitten. Een klein dik mannetje met grote bruine ogen ging weer staan en zei: &#8220;We zijn blij dat jullie gekomen zijn. Droep heeft veel over jullie verteld!&#8221; &#8220;We hopen echt dat jullie ons kunnen leren om weer mooie dingen te maken, hard te lachen en weer gelukkig te zijn&#8221;, riep een vrouwtje met mooie grijs bruine ogen. Weer een ander vroeg aan Saskia: &#8220;Wil jij proberen iets te rijmen? Het is zo lang geleden, dat ik een versje of een rijmpje heb gehoord?&#8221;. &#8220;Ja hoor&#8221;, zei Saskia en ze begon:</p>
<p><em>In onze tuin zat zoals je weet,<br />
Onze Droep met z’n dikke reet<br />
En weet je wat hij in de tuin deed<br />
Hij liet een hele dikke scheet<br />
Snel liep hij naar de stoep<br />
Je kent hem wel die gekke Droep<br />
Hij struikelde en viel met z&#8217;n grote neus in de poep!</em></p>
<p>Het bleef even stil, toen Saskia uitgesproken was. Mark zei nog: &#8220;Moet dat nou, zo&#8217;n vies rijmpje?&#8221;. Droep wist niet of hij het rijmpje erg kon waarderen. De mannetjes en vrouwtjes keken Saskia aan en hun ogen begonnen te schitteren. Hun mondhoeken krulde omhoog en weldra bulderden ze van het lachen. De tranen stroomden over hun wangen van de pret. &#8220;Droep in de poep hahaha!&#8221; De berg schudde van het gelach. Ze kwamen niet meer bij. Droep was de enige die er niet om kon lachen, maar genoot toch van al dat leedvermaak. Wat was het lang geleden dat ze gelachen hadden!</p>
<p>Het geluid van hun luide gelach kaatste tegen de wanden van de grot en ging door de gang naar buiten. De soldaten van de uitvinder, de gemene Koning Pruleet hoorden het nu ook. Lachen was ten strengste verboden op het eiland. Ze riepen snel de andere soldaten bij elkaar en ze liepen de grot in, waar het lachen nog steeds niet bedaard was. In de grote kamer werd iedereen meteen stil en keek iedereen geschrokken en angstig.<br />
&#8220;Allemaal meekomen. Jullie zijn gevangen!&#8221; zeiden de soldaten en keken met hun donkerblauwe ogen naar het bonte gezelschap.</p>
<p>Ze werden weggevoerd en in de gevangenis van koning Pruleet gegooid. Daar zaten ze nu verdrietig bij elkaar. Het was allemaal mislukt. Het was heerlijk om weer te kunnen lachen, dat wel, maar ze hadden zo hard gelachen, dat ze zichzelf hadden verraden. Droep vroeg snel aan Mark of hij niet iets moois zou kunnen tekenen, zodat ze zich niet meer zo verdrietig hoefde te voelen. Mark voelde een krijtje in zijn zak en tekende op de muur een prachtige tekening van Droep die met zijn neus in de poep zat … Vol bewondering en ontzag keken de kereltjes naar deze tekening. Zoiets moois en grappigs hadden ze nog nooit gezien. Sommige begonnen weer zachtjes te grinniken. Plotseling hoorden ze voetstappen in de gang. Koning Pruleet verscheen met een paar soldaten voor de tralies van de gevangenis. &#8220;Opgepast! Hij heeft het ijzeren ding, waar met een knal een kogeltje uitkomt bij zich!&#8221; fluisterde Mark. Met zijn heldere groene ogen keek hij in het rond en lachte gemeen naar ze en sprak luid: &#8220;Jullie wilden iedereen weer blij en gelukkig maken. Dat is niet gelukt. Dat walgelijke gelach van jullie zal ik jullie wel afleren.&#8221; Hij keek de gevangenis rond en zag toen de tekening op de muur. Zijn groene ogen begonnen spontaan te tranen en hij stampvoette van woedde. Snel beschermde hij zijn ogen met zijn handen, alsof de tekening hem pijn deed. “Maak nu snel een rijmpje, Saskia&#8221;, fluisterde Droep. Saskia begon weer vluchtig te rijmen:</p>
<p>Oh die k<em>oning Pruleet<br />
Wist niet wat hij deed<br />
Met je dikke kont<br />
Lachen is toch gezond<br />
Kom toch bij ons in de kring<br />
En kijk naar deze prachtige tekening</em></p>
<p>De koning schreeuwde het uit. Met zijn ogen stevig dicht hield hij nu zijn handen voor zijn oren. &#8220;Hou op, hou op. Ik kan dat niet verdragen&#8230;”</p>
<p>Mark en Saskia begonnen inmiddels luidkeels te zingen. “Hou op! Hou op! Nu hoor ik weer en zie ik weer de dingen waar ik zelf veel van hield.”, jammerde de arme koning: “Ik wil niet gemeen zijn, maar toch kan ik niet anders&#8230; Het is allemaal de schuld van die nare heks&#8230; “ Mark begon koning Pruleet na te tekenen op de gevangenis muur. De dikke mannetjes en vrouwtjes hadden ondertussen weer de slappe lach gekregen. Saskia bleef hard en vals door zingen, terwijl Droep snel richting de rood aangelopen koning liep. “Waar woont die boze heks?” vroeg Droep door de tralies aan de koning. “De heks woont in een huisje bij de zee. Help me, die betovering te doorbreken.&#8221; Schreeuwde koning Pruleet en rende toen luid schreeuwend en huilend weg.</p>
<p>&#8220;Hij is inderdaad betoverd”, zei Droep toen iedereen weer bijgekomen was van al dat gelach, &#8220;door de tekening en het rijmen en zingen hebben jullie de betovering een beetje doorbroken. Hij vertelde van een boze heks, die moeten we zien te vinden. Nu de koning geen tekeningen meer ziet en rijmpjes hoort, zal hij weer helemaal betoverd zijn. We moeten proberen uit deze gevangenis te komen.&#8221;</p>
<p>Ze onderzochten de ruimte en het was Saskia, die een luik in de vloer ontdekte. Er zat een ring aan de luik. Samen met enkele mannetjes trok Mark aan het luik en het ging piepend en krakend omhoog. Ze keken in het gat en zagen een trap, die naar beneden voerde naar een donkere gang. Ze liepen het trappetje af en sloten het luik boven hun hoofd. De gang was zeer donker. Met hun armen ter bescherming voor zich liepen ze stap voor stap de gang door. De gang maakte een bocht en in de verte zagen ze een lichtpuntje. Daar liepen ze heen. Ze kwamen in een grotere ruimte terecht, waar ze het geluid van de zee konden horen. Er was een opening in deze ruimte waar ze het buitenlicht zagen. Droep wilde er door heen kruipen, maar plotseling viel er een traliewerk voor. Ze hoorden een geluid achter zich en zagen dat voor de opening, waar ze zojuist door waren gekomen, ook tralies naar beneden vielen. Ze waren weer opgesloten.</p>
<p>Hoofdstuk 5</p>
<p><strong>DE HEKS</strong></p>
<p>Zwijgend keken ze door het traliewerk naar buiten. Wat moesten ze nu? Plotseling hoorden ze een schelle stem: &#8220;Ha, ha! Ik heb jullie gevangen genomen! Jullie zijn veel te gevaarlijk met al jullie rijmpjes en tekeningen. Dus moeten jullie dood. Over een paar uurtjes zal de zee in deze kamer stromen en zullen jullie allemaal verdrinken.&#8221;</p>
<p>“Dat was de heks!” merkte Mark op. Maar was het waar wat de heks had gezegd? Op dat moment kwam het water met grote golven de ruimte binnen. Het werd nu echt gevaarlijk. Angstig stonden ze bij elkaar, waren ze nog maar in dromenland, dan zouden ze alles direct veranderen! Het water stond al tot aan hun middel. Wat konden ze nu nog doen. Was dit het einde van hun avontuur? Mark voelde in zijn zak en vond daar de schelp, die hij van koning Neptunus had gekregen. Maar natuurlijk, dat was het. Hij sprak in de schelp en vertelde wat er gebeurd was. De schelp gaf geen antwoord. lukte dit wel? Angstig wachtte ze af, terwijl het water steeds hoger steeg.</p>
<p>Het water was inmiddels al tot aan hun schouders gestegen. Alle dikke mannetjes en vrouwtjes moesten op Marks en Saskia&#8217;s hoofd gaan staan om niet te verdrinken! Na een half uur hoorde ze een geluid. Ze keken omhoog en zagen een paar enorme scharen verschijnen, die zonder problemen de tralies doorknipten. Snel lieten ze zich door de opening glijden en zagen nog net de grote krab in de zee verdwijnen. &#8220;Dank je wel, Koning Neptunus&#8221;, zei Mark in de schelp. Er kwam geen antwoord, maar Mark wist nu dat hij het gehoord had.</p>
<p>Ze zagen in de duinen een klein huisje staan, waar rook uit de schoorsteen kwam. Ze slopen er naar toe en zagen door de ramen de boze heks zitten. Zij lachte gemeen en hoorde haar zeggen: &#8220;Dat lukt mooi allemaal. Veronderstel, dat ze deze glazen bol hadden gevonden en in de zee hadden gegooid, dan was de betovering van koning Pruleet voor altijd verbroken en dan zou iedereen misschien weer gaan tekenen of misselijke en walgelijke rijmpjes of liedjes maken…”.</p>
<p>Mark kreeg een idee en zei tegen Saskia: &#8220;We moeten die boze heks uit haar huisje zien te lokken. Als jij nu op die duin daar een lied gaat zingen, komt ze vanzelf naar je toe. Zorg er wel voor dat ze je niet te pakken krijgt, ren naar het strand met de heks achter je aan. &#8220;Tegen Droep zei Mark: &#8220;Maak jij met de andere mannetjes en vrouwtjes een diepe valkuil.&#8221; Het was een goed idee. Droep ging meteen aan het werk en toen hij klaar was, stak hij zijn duim naar Mark omhoog. Mark gaf Saskia een teken en zei begon te zingen:</p>
<p><em>Oude gekke heks, geloof het heus<br />
Ik pak je zo bij je bij kromme neus<br />
Dan ben ik verdwenen<br />
Dus lopen met je kromme benen<br />
Je mag het heus wel weten<br />
Je krijgt 20 dikke vieze scheten</em></p>
<p>Mark zag de boze heks opveren en het huisje uitlopen. Zij zag Saskia en riep: &#8220;Akelig kind. Ik zal je pakken en dan verander ik je in een spin of een kikker&#8221;. De heks rende achter Saskia aan, die in de richting van het strand liep, waar de valkuil wachtte. Mark sloop inmiddels het huisje in en pakte de glazen bol. Hij keek erin en zag de boze koning Pruleet op zijn troon zitten. &#8220;Wat zei ze ook alweer&#8221;, mompelde Mark, &#8220;de bol in de zee gooien en de betovering is verbroken.&#8221;</p>
<p>Hij liep met de bol naar het strand, waar hij Saskia druk zag hollen en de heks achter haar aan. Ze was nu bijna bij de valkuil, maar de heks had haar nu bijna te pakken. Zij strekte haar hand uit om Saskia in haar nek te pakken. Saskia, wist dat de valkuil nu vlak voor haar was en sprong er met een grote boog over heen. De heks niet en viel in de kuil. Zij schreeuwde en schold vreselijk. Droep en de andere mannetjes en vrouwtjes kwamen uit hun schuilplaats en dansten vrolijk om de kuil. Mark naderde met de bol in zijn handen. Hij liet de heks de bol zien en zei: &#8220;Lelijke heks. Deze bol gooi ik in de zee.&#8221; De heks smeekte Mark dat niet te doen. Zij beloofde Mark alles wat hij graag wilde hebben: heel veel speelgoed en snoep kon hij van haar krijgen. Mark twijfelde even keek naar zijn zusje. &#8220;Niks ervan!&#8221;, schudde Saskia afkeurend en nog buiten adem. Mark keek weer naar de heks: &#8220;Ik wil niks hebben van mensen die andere mensen ongelukkig maken.&#8221; Hij pakte de bol en wierp hem in zee. Toen de bol de zee raakte verscheen er een paarse wolk, die boven de zee bleef drijven en daarna naar het strand dreef. De paarse wolk bleef boven de valkuil hangen. De heks keek er angstig naar. Er kwam een stem uit de wolk, die zei: &#8220;Je hebt alles laten mislukken stomme heks. Ik neem je mee. Hier mag jij nooit meer komen.&#8221; De wolk verdween in de kuil en plots was de heks ook weg.</p>
<p>Droep stapte op Mark en Saskia af en zei: &#8220;Ik wist dat jullie mooie dingen konden maken, maar dat jullie beiden zo moedig zouden zijn, dat vind ik heel knap. Dank jullie wel.” “Wie was dat in die wolk?” vroeg Saskia aan Droep.<br />
”Geen idee” antwoordde Droep. “Maar ik heb zo het idee dat we die nog wel een keertje tegen gaan komen. Maar voor nu zijn we blij en gelukkig dat de heks is verdwenen!” “Zo is dat!” riep Mark tevreden. “Nog één ding&#8221; vroeg Droep aan de kinderen : &#8220;willen jullie ons leren mooie dingen te maken en hoe je weer moet lachen?&#8221;</p>
<p>Dat deden ze. Meester Mark en juffrouw Saskia leerden de mannetjes en vrouwtjes op het eiland alles wat ze zelf wisten. De scholen waar Mark en Saskia les gaven waren erg gezellig en er werd heel wat af gelachen. Ze vertelden de mensen ook, dat het helemaal niet belangrijk is welke kleur ogen je hebt, want iedereen is gelijk. Als je maar gelukkig bent met elkaar!</p>
<p>Koning Pruleet mocht koning blijven, omdat hij er ook niets aan kon doen dat hij betoverd was. Hij werd een hele goeie koning. Het ijzeren ding, waar met een knal een kogeltje uitkomt heeft hij kapot gemaakt en weggegooid.<br />
Na een poosje kwam de dag weer dat Mark en Saskia naar huis moesten, tenslotte moesten zij zelf ook weer naar school. Ze beloofden de kleine dikke mannetjes en vrouwtjes, dat als ze weer een boel geleerd hadden, ze weer langs zouden komen. Droep en Koning Pruleet zeiden dat ze altijd langs mochten komen, als ze daar zin in hadden.</p>
<p>&#8216;<em>Wiep Wap Wuis, terug naar huis!</em>&#8216;, riepen de kinderen in koor.</p>
<p>Mark en Saskia werden thuis in bed wakker en ze wisten eigenlijk niet of ze nu gedroomd hadden of dat het allemaal echt gebeurd was.</p>
<p>Wat denk jij?</p>
<p><strong>EINDE</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kastelen veroveren</title>
		<link>https://legendman.nl/kastelen-veroveren/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 01 Mar 2016 13:59:44 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=206</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_4 et_pb_with_background et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_4">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_4  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_4  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/05/Kastelen-veroveren.pdf" target="_blank" rel="noopener">Download als PDF</a></p>
<p><strong>Door René en Noortje Post. Voorleesduur: rond de 100 minuten. Voor 5+</strong></p>
<p><strong>Hoofdstuk 1: Een vuur in de nacht</strong></p>
<p>Het is nacht in de bergen. Het is doodstil en donker. Nee, kijk daar is toch een licht in de verte. Voor een grot brandt een klein vuur. Eromheen zitten drie kleine gestalten, gewikkeld in dekens. Zachtjes praten ze met elkaar. Kijk eens goed, ze lijken niet zo blij. Het zijn drie kleine meisjes die erg op elkaar lijken. Zijn het zusjes? Oh wacht eens, het zijn Ronja, Sonja en Tonja, de drieling-prinsessen! Maar wat doen die nou hier, midden in de nacht voor deze grot? Waar zijn hun ouders, de wachters, de bedienden, hun zachte bedjes, het kasteel?</p>
<p>&#8216;Het is allemaal de schuld van die stomme rovers&#8217;, zegt Ronja. Ronja is de oudste en dapperste zus, ook al moet je dat maar net weten want ze lijken sprekend op elkaar. &#8216;Als zij onze ouders niet hadden ontvoerd, was alles nog goed geweest.&#8217; &#8216;Ja&#8217;, voegt Tonja eraan toe, &#8216;en toen kwam ook de reus nog met zijn verhaal dat het zijn kasteel was. We konden hem natuurlijk niet tegenhouden.&#8217; Tonja is de middelste zus, altijd bedachtzaam en voorzichtig. Sonja zegt: &#8216;We wilden ook niet dat de reus iemand pijn zou doen, dus zijn we maar weggegaan.&#8217; Sonja is de jongste, altijd lief voor iedereen.</p>
<p>De nacht is koud, en ze trekken de dekens wat dichter om zich heen. Ronja gooit nog een paar takken op het vuur. Sonja zit zachtjes te huilen. &#8216;Stil maar, Sonja&#8217;, zegt Ronja, &#8216;het komt heus wel weer goed!&#8217; &#8216;Maar hoe dan?&#8217;, snift Sonja. &#8216;We moeten de reus gewoon oppakken en uit het kasteel zetten!&#8217;, zegt Ronja. &#8216;Ja, maar de reus is veel te sterk voor ons&#8217;, zegt Tonja. &#8216;Weet je nog wat papa altijd zei?&#8217;, vraagt Sonja. &#8216;Wie niet sterk is, moet slim zijn!&#8217; &#8216;We zijn niet sterk&#8217;, zegt Ronja, &#8216;dus laten we slim zijn. We willen hier niet ons hele leven blijven zitten! Ergens moet er een manier te verzinnen zijn om het kasteel terug te krijgen en papa en mama te bevrijden.&#8217;</p>
<p>&#8216;Vergeet het kasteel, laten we eerst papa en mama bevrijden!&#8217;, roept Sonja. Het vuurt knettert, vonken vliegen omhoog met de rook. &#8216;We moeten juist eerst het kasteel terugkrijgen, en dan halen we uit de schatkist de duizend goudstukken die de rovers willen hebben&#8217;, zegt Ronja. &#8216;Ja, maar hoe weten we dan zeker dat ze papa en mama echt zullen laten gaan in ruil voor duizend goudstukken?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Dat weten we ook niet zeker, maar we moeten ergens beginnen, dus we gaan eerst het kasteel proberen terug te krijgen&#8217;, zegt Ronja.</p>
<p>Tot diep in de nacht maken de zusjes plannen. Soms wild, soms slim, soms wel goed bedacht, maar alleen uit te voeren als je drie paarden, veertien soldaten, vuurwerk en een loopbrug hebt. En helaas hebben ze helemaal niets. Nee, ze zullen het helemaal zelf moeten oplossen. Maar hoe? Heb jij misschien een idee?</p>
<p><strong>Hoofdstuk 2: Onverwacht bezoek</strong></p>
<p>De volgende morgen worden de zusjes laat wakker. Bij de bron wassen ze hun gezichten en handen. Ze hebben nog steeds honger en ze hebben het koud. Maar toch zijn ze iets minder droevig dan de avond ervoor. Want nu hebben ze een plan! Als ze terugkomen bij de grot, staat er iemand gebogen over hun kookpot bij het vuur. Wie is dat, en waarom ruikt het zo heerlijk? Als de vrouw zich omdraait, zien ze het ineens: het is Baba, hun oude kindermeisje! Ronja, Sonja en Tonja rennen zo hard ze kunnen naar haar toe, en lachend omhelst Baba ze alledrie tegelijk.</p>
<p>&#8216;Baba, je hebt ons gevonden!&#8217; &#8216;Ja&#8217;, zegt Baba, &#8216;en dat viel nog niet mee. Nadat de reus jullie uit het kasteel had gezet, mocht niemand naar binnen of naar buiten. Gelukkig wist de reus niets van het kleine poortje in de moestuin, zo ben ik ontsnapt.&#8217; Baba heeft wat eten en drinken meegenomen, en een paar dekens om zelf ook op te slapen. Nadat ze heerlijk ontbeten hebben met verse pap, brood en kaas, is het tijd om te praten over het plan. Met Baba erbij gaat het nu zeker lukken!</p>
<p>Met een boodschappenlijstje in haar hand vertrekt Baba even later naar het dorp. Ronja, Sonja en Tonja proberen samen een brief te schrijven. Ze bouwen lange zinnen, strepen stukken weg, beginnen weer overnieuw. Na een tijdje hebben ze een brief waar ze tevreden over zijn. Nu moeten er nog wat tekeningen bij. Als Baba terugkomt van het dorp met de spulletjes die ze nodig hebben, schrijven ze de brief netjes over op mooi, dik papier. Ze plakken er wat plaatjes op, een handtekening en natuurlijk nog een paar gekleurde stempels om het er echt uit te laten zien. Klaar is de brief. Ze stoppen hem in een mooie envelop, en geven hem aan Baba mee om te bezorgen.</p>
<p>Die avond gaan ze heel wat vrolijker slapen dan de avonden ervoor. &#8216;Ik zou willen dat ik erbij kon zijn als de reus de brief leest!, proest Tonja. &#8216;Ja&#8217;, zegt Ronja, &#8216;hij gaat vast gelijk op stap!&#8217; &#8216;Ik hoop wel dat hij zijn wandelschoenen aandoet&#8217;, zegt Sonja gapend, &#8216;anders krijgt hij misschien nog blaren.&#8217; Glimlachend vallen de zusjes in slaap.</p>
<p>De volgende morgen vertrekken ze vroeg naar het kasteel. Ze zien al snel dat de poort openstaat en dat Baba op de muur staat te zwaaien. Ronja, Sonja en Tonja beginnen te rennen om zo snel mogelijk weer terug te zijn. &#8216;Het is gelukt!&#8217;, juicht Baba, &#8216;hij is vanmorgen bij zonsopgang vertrokken!&#8217; &#8216;Geweldig&#8217;, lacht Tonja, &#8216;ik wist wel dat hij erin zou trappen.&#8217;</p>
<p>Baba vraagt wat er nu eigenlijk in de brief stond. Ronja vertelt dat ze hadden geschreven dat de reus een bootreis had gewonnen in de nationale kastelen-veroverwedstrijd. Hij moest alleen dan wel binnen drie dagen in de haven zijn, anders kon hij niet meer mee. &#8216;Maar dat is vreselijk ver lopen!&#8217;, zegt Baba. &#8216;Precies&#8217;, lachen Ronja, Sonja en Tonja, &#8216;dan duurt het dus lekker lang voordat hij er achter komt dat hij geen prijs heeft gewonnen. &#8216;Ja&#8217;, lacht Tonja, &#8216;hij heeft de prijs voor de domste reus gewonnen!&#8217; Iedereen is blij. Alleen Sonja vraagt zich af of de reus niet verdrietig zal zijn als hij ontdekt dat hij voor de gek gehouden is&#8230;</p>
<p>Die avond is het feest op het kasteel. Iedereen viert dat de prinsessen weer teruggekomen zijn. De mensen durven nu ook weer te hopen dat de koning en de koningin op een dag ook zullen thuiskomen. De poort gaat stevig op slot en een paar sterke mannen houden de wacht. Die nacht slapen Ronja, Sonja en Tonja weer in hun eigen zachte bedjes.</p>
<p><strong>Hoofdstuk 3: De wapenmeester</strong></p>
<p>De volgende morgen worden de zusjes al vroeg wakker. Na een stevig ontbijt laten ze de wapenmeester komen. De wapenmeester zorgt in een kasteel dat alle wapens netjes blijven, zodat ze niet gaan roesten en piepen. Nu weten wapenmeesters natuurlijk ook vreselijk veel<br />
over hoe je het kasteel kunt verdedigen als iemand het aanvalt. Dat is precies wat Ronja, Sonja en Tonja willen weten. De wapenmeester vertelt over alle verschillende manieren die er zijn om een kasteel te verdedigen. Dat zijn er nogal wat! Ronja, Sonja en Tonja vragen aan hem of hij ook een manier weet die speciaal goed is om reuzen tegen te houden.</p>
<p>&#8216;Natuurlijk&#8217;, zegt de wapenmeester. &#8216;We gebruiken de grote-steen-voor-de-poortmanier!&#8217; &#8216;Hoe gaat dat dan?&#8217;, vragen de zusjes. &#8216;In de bergen liggen enorm grote stenen. Als we nu zo&#8217;n hele grote steen vlak voor de poort neerleggen, dan kan iedereen erin en eruit behalve als je zo groot als een reus bent!&#8217; Ronja, Sonja en Tonja vinden dat een vreselijk goed plan. Ze willen gelijk aan de slag, zodat ze op tijd klaar zijn als de reus terugkomt.</p>
<p>&#8216;We hebben wel een hele grote kar nodig&#8217;, vertelt de wapenmeester, &#8216;en dikke touwen en zestien paarden en wel twintig sterke mannen.&#8217; &#8216;Zo, dat wordt een hele klus!&#8217;, roept Ronja. &#8216;En die sterke mannen krijgen reuzehonger en de paarden willen haver en hooi en iedereen heeft dorst&#8217;, vervolgt de wapenmeester. &#8216;Nou, ik hoor het al&#8217;, zegt Baba. &#8216;Ik zorg wel voor alle eten en drinken. Ga jij die paarden, mannen, touwen en stevige kar maar regelen.&#8217; &#8216;Ja,&#8217; zegt Tonja, &#8216;en dan verzamelen we bij de grote poort om twaalf uur.&#8217;</p>
<p>Die middag lukt het al snel om een supergrote steen te vinden. Hij past maar net op de kar en is wel zo zwaar als negentig mannen! De paarden trekken en zweten, de mannen kreunen, de touwen kraken en de kar maakt wel erg vreemde geluiden. Maar na een uur ligt de steen toch op de kar. Voorzichtig gaan ze op weg terug naar het kasteel. Bij de poort laten ze de steen voorzichtig van de kar afrollen, zodat hij vlak voor de poort tot stilstand komt. Ronja, Sonja en Tonja kunnen nog steeds naar binnen, maar de wapenmeester moet zich al een beetje langs de steen wringen om door de poort te komen.</p>
<p>Van bovenaf de kasteeltoren, waar altijd iemand op wacht zit, klinkt plotseling een schreeuw. &#8216;De reus! Hij komt eraan!&#8217; Iedereen begint door elkaar te rennen, langs de steen, door de poort. Als alle mensen binnen zijn, gaat de stevige poort op slot, met veertien sloten en een paar extra dikke balken ertegenaan. Nu zijn ze veilig!</p>
<p>De reus komt moe en hongerig, met blaren op zijn voeten, terug naar het kasteel. Hij heeft echt zin in een flink bord soep met dikke boterhammen en daarna een lekker warm bad. Ook al zal de soep wel weer net op zijn, zoals meestal gebeurt in het kasteel wanneer hij om iets te eten vraagt. Als hij in de buurt van de poort komt, ziet hij opeens iets heel vreemds: het lijkt wel of er een grote olifant voor de poort staat! Dat kan toch niet, olifanten wonen toch in het bos?</p>
<p>Voorzichtig komt de reus dichterbij en ziet dat het geen olifant, maar een supergrote steen is! Hij probeert om erlangs te komen, maar zit gelijk vast. De reus trekt zich met moeite weer los, doet zijn rugzak af en probeert het nog een keer. Nee, hij zit nog steeds vast! Alsof dat niet erg genoeg is, beginnen mensen vanaf de kasteelmuur emmers water over hem heen te gooien. De reus wordt drijfnat en trekt zich los. Hij pakt zijn rugzak en loopt boos weg in de richting van het bos, om even later tussen de bomen te verdwijnen.</p>
<p>In de avond maakt iedereen plezier. De inwoners van het kasteel dansen vrolijk op het plein in het maanlicht. De reus zou nu vast terug zijn op zijn boerderij in het bos. Hij zou vast voorlopig niet meer terugkomen. Maar Ronja, Sonja en Tonja zitten op een bankje in de moestuin na te denken, of ze toch niet iets over het hoofd hebben gezien…</p>
<p><strong>Hoofdstuk 4: Het raadsel</strong></p>
<p>De volgende morgen wordt de reus wakker van het kraaien van de haan. De zon is net op en het zonlicht schijnt op zijn gezicht. Buiten loeien de koeien en zingen de vogels. De reus loopt naar buiten en rekt zich lekker uit in de zon. Heerlijk om weer terug te zijn in zijn eigen huis! De poes geeft kopjes tegen zijn been. Hij spint van plezier. Even vergeet de reus dat hij eigenlijk heel boos is omdat hij het kasteel weer is kwijtgeraakt. Waarom wilde hij het ook alweer hebben? Als hij eerlijk is, woont hij veel liever op de boerderij dan in dat oude kasteel. Daar mopperen mensen maar op hem dat hij te hard snurkt in de nacht. En voor lekker eten hoef je ook niet in het kasteel te zijn! Hij kreeg de gekste restjes op zijn bord, en als hij daarover klaagde lachten de dienstmeisjes en liepen ze gewoon weg. Maar ja, hij had het kasteel nu eenmaal gekregen van zijn oudoom Norbert. En toen hij nog een klein reusje was, had zijn moeder hem geleerd dat het niet netjes was om een cadeau te weigeren &#8230;</p>
<p>Na een heerlijk ontbijt van brood, spek en verse eieren gaat de reus naar de kleine bibliotheek op zolder. In deze stoffige kamer vol oude boeken kan een reus het antwoord vinden op alle vragen die maar voorkomen in een reuzenleven. &#8216;Hoe je hoofd niet stoten in een grot&#8217;,<br />
bijvoorbeeld. &#8216;Reuzegrote winterkleren voor beginners&#8217;, of &#8216;Zo kook je een gezonde reuzenmaaltijd.&#8217; De reus veegt wat spinnenwebben opzij om het beter te kunnen zien. &#8216;Hmm, wacht eens even, stond niet hier ergens…, nee dat gaat over schepen. Ja hier, dat is het!&#8217; De<br />
reus trekt een boek tevoorschijn, blaast het stof eraf en leest hardop: &#8216;Hoe kastelen te veroveren&#8217;&#8230;</p>
<p>Aan de keukentafel drinkt de reus een glas water en kijkt voorin het boek. Daarin staan alle hoofdstukken opgesomd, maar geen één ervan gaat over grote stenen voor een kasteelpoort. Het laatste hoofdstuk is heel kort en heeft het over &#8216;obstakels&#8217;. De reus weet niet wat dat zijn, maar in het woordenboek staat: &#8216;een obstakel is iets wat in de weg staat.&#8217; &#8216;Mmm&#8217;, denkt de reus, &#8216;die grote steen is wel echt een obstakel dan!&#8217; Nieuwsgierig leest hij verder in het oude boek. &#8216;Staat er een obstakel voor het kasteel, dan is dat zowel het probleem als de oplossing. Gebruik het obstakel om de weg vrij te maken.&#8217; De reus slaat snel de bladzijde om, maar het boek is afgelopen. Er staat niets meer! Alleen nog een paar lege bladzijden, dat is alles…</p>
<p>Buiten in de zon gaat de reus eerst maar eens de koeien melken. Zo heeft hij tijd om even goed na te denken. &#8216;Het probleem is de oplossing.&#8217; Zoiets raadselachtigs heeft de reus nou nog nooit gehoord. Jammer dat degene die het boek geschreven heeft niet wat duidelijker kon zijn! De reus denkt na over de steen en de poort. Als het hem zou lukken om de steen opzij te duwen, was de poort nog steeds op slot. En de poort was sterk en zwaar, die trok je er ook niet zomaar uit. Daar zou je wel een heleboel paarden voor nodig hebben, denkt de reus. En een heel dik touw. Zou het ook met koeien kunnen? Die zijn ook best sterk. &#8216;Moehoe!&#8217;, loeit een van zijn koeien, en kijkt hem slaperig aan.</p>
<p>De rest van de dag denkt de reus diep na over het probleem. Hij maakt een aantal plannen die niet kunnen werken, zoals: de steen optillen en dan met de steen de poort opengooien (de steen is te zwaar), of de steen kapot maken en dan de brokstukken de heuvel af laten rollen (de steen is te hard om kapot te maken). Zo bedenkt de reus nog een aantal oplossingen waar steeds iets mis mee is. Als hij &#8216;s avonds de laatste dieren te eten heeft gegeven en nog even zit uit te rusten in zijn schommelstoel naast de kachel, maakt hij wat tekeningen in het kastelenveroverboek. Het kasteel op de heuvel&#8230; de grote steen voor de stevige poort&#8230; De steen moet weg en de poort moet open. De steen is te zwaar, de poort te sterk. Of is de steen nou te sterk en de poort te zwaar? Eigenlijk zou de poort de steen moeten optillen en, nee wacht, als je nou gewoon&#8230; Even later zakt het boek op de grond en klinkt er een luid gesnurk door de boerderij.</p>
<p><strong>Hoofdstuk 5: De oplossing</strong></p>
<p>Ronja, Sonja en Tonja zijn alweer helemaal gewend op het kasteel. Nu de steen voor de poort ligt, denken ze niet meer zoveel aan de reus. Ze zijn begonnen om duizend goudstukken bij elkaar te zoeken. Nu zijn Ronja, Sonja en Tonja nog niet zo groot en weten niet hoeveel duizend precies is, maar ze weten wel dat het erg veel is. En dat het stapeltje goudstukken dat ze vinden in de schatkist zeker geen duizend is. Niet eens honderd. &#8216;Maar zouden de rovers ook niet blij kunnen zijn met tien goudstukken?&#8217;, vraagt Sonja. Tonja denkt van niet. &#8216;Rovers hebben altijd heel veel goud nodig.&#8217; &#8216;Waarom eigenlijk?&#8217;, vraagt Sonja. &#8216;Om in een grote kist te stoppen en te begraven op een eiland. Ze maken dan een schatkaart met een kruis erop en dan kan iemand anders dat later opgraven.&#8217; Ronja zegt: &#8216;maar dat doen piraten toch, niet rovers?&#8217; Maar Tonja weet zeker dat rovers het net zo doen. &#8216;Rovers zijn een soort piraten maar dan zonder boot&#8217;, zegt Tonja. &#8216;Dat is ook zielig voor ze&#8217;, zegt Sonja. Ronja vindt niks zielig voor de rovers. Het wordt tijd dat ze papa en mama weer teruggeven!</p>
<p>Maar eerst moeten ze er achter komen waar de rovers zijn. Die goudstukken hadden ze nog niet, maar dat zou vast wel komen. Ze roepen de wapenmeester. Die stuurt direct mannen op weg om rond te vragen waar de rovers zouden kunnen zitten. Ondertussen werken Ronja, Sonja en Tonja verder aan hun plan. Eerst willen ze stenen goudkleurig verven en als grote klompen goud in een kist naar de rovers sturen. Daarna bedenken ze dat ze ook een schatkaart aan de rovers kunnen geven, van een eiland heel ver weg met ergens een kruis erop. Maar ja, zouden de rovers zo dom zijn om dan ook te gaan zoeken? En als het zou werken, zouden ze dan niet terugkomen en juist extra boos zijn? Het is nog niet zo gemakkelijk voor drie kleine meisjes om een goed plan te bedenken.</p>
<p>Terwijl Ronja, Sonja en Tonja druk bezig zijn met het plan, wordt de reus op een ochtend wakker met de oplossing! Ineens begrijpt hij hoe hij de steen kan gebruiken om de poort open te maken. In zijn schuur zoekt hij het dikste touw dat hij kan vinden. Dat gooit hij op een kar en hij legt er nog een lange dikke stok bovenop. Daarna haalt hij twee sterke koeien uit de wei, bindt ze voor de kar en gaat op weg. Vrolijk fluitend zit de reus op de bok van de kar. Tevreden kijkt hij naar de mooie weilanden met zijn geliefde dieren. Hij zou ze weer missen als het zou lukken om het kasteel te veroveren! Een beetje somber denkt hij hierover na. Dan krijgt hij een idee. Hij zal het kasteel terug veroveren en dan verkopen! Ja, dat is perfekt, dan kan hij snel weer terug naar zijn boerderij.</p>
<p>Na een half uurtje heen en weer hobbelen op de kar komt het kasteel in zicht. De wachter op de toren heeft de reus gezien en snel trekken alle mensen zich terug in het kasteel. De poort gaat dicht en veertien grendels knarsen in het slot. Rustig rijdt de reus verder. Bij de steen aangekomen, klimt hij van de kar. Hij pakt het dikke touw en bindt dat vast aan de poort. Vervolgens legt hij de rest van het touw op de grond, wikkelt het drie keer om de steen heen en bindt het daarna nog achteraan de kar vast. Daarna pakt hij de lange, dikke stok en probeert de steen daarmee van zijn plaats af te wippen, in de richting van de rivier. Hij roept tegen de koeien dat ze moeten trekken. Het touw komt strak te staan, de stok kraakt, maar verder gebeurt er helemaal niets. De steen is te zwaar om in beweging te krijgen. Op de kasteelmuur haalt iedereen opgelucht adem. De mensen rennen weg om emmers water te halen.</p>
<p>Maar de reus geeft het niet zomaar op! Hij duwt de stok nog verder onder de steen, legt er nog een steen voor om tegenaan te duwen en hangt met zijn hele gewicht aan het uiteinde van de stok. Nu kraakt de stok weer, maar ook de steen beweegt een beetje. Alleen net niet genoeg om in beweging te komen. De reus blijft gewoon aan de stok bungelen! Intussen zijn de mensen teruggekomen met grote emmers water en ze beginnen deze over de reus heen te gooien. De reus blijft hangen. Dan gebeurt er iets geks: het lijkt wel alsof met elke emmer water die over de reus wordt gegooid, de steen iets meer van zijn plaats komt! Ronja staat bovenin de toren te kijken en begrijpt al snel wat er gebeurt. Ze rent zo gauw ze kan naar beneden om de mensen te waarschuwen. Maar het is al te laat. Na nog een paar flinke emmers water over de kleren van de reus heen, is hij zo zwaar geworden dat de steen nu wel wordt opgetild.</p>
<p>Heel, heel langzaam komt de steen in beweging. De reus roept tegen de koeien dat ze harder moeten trekken en de bocht om moeten gaan. Dat is maar goed ook, want zodra de steen echt begint te rollen, gebeuren er een heleboel dingen tegelijk. De reus valt op de grond en krijgt de stok op zijn hoofd. De steen maakt vaart en rolt rakelings langs de kar met de koeien. Het touw komt strak te staan, en PANG – daar vliegt de poort uit de muur en sleept steeds sneller achter de steen aan die naar de rivier rolt. De reus zit versuft op de grond en kan het bijna niet geloven, en de mensen op de muur ook niet: zo zaten ze nog achter een dikke poort en een grote steen, en zo waren ze allebei verdwenen! Ronja, Sonja en Tonja kunnen het ook niet geloven, maar ze weten wel wat er gaat gebeuren. Baba helpt ze om hun koffertjes in te pakken, met voor iedereen een rugzak met eten.</p>
<p>Als de reus weer een beetje is bijgekomen, ziet hij drie paar benen en drie koffertjes staan. Hij kijkt op en hoort Tonja zeggen: &#8216;Gefeliciteerd reus, je hebt vandaag gewonnen. We gaan nu weg, maar we komen weer terug. Het kasteel is van ons!&#8217; De reus hoort ze weglopen, maar valt weer terug op de grond. Na een tijdje staat hij op en strompelt hij de poort in. De mensen van het kasteel staan klaar om voor hem te buigen. &#8216;Welkom terug, meneer reus&#8217;, zeggen ze, &#8216;we hebben u erg gemist.&#8217; De reus mompelt wat en loopt door. Hij hoort nog een klein meisje vragen: &#8216;maar Mama, dat is toch helemaal niet zo?&#8217; &#8216;Ssst!&#8217;, zegt haar moeder. Dan slaat de deur dicht en is de reus in het kasteel verdwenen.</p>
<p><strong>Hoofdstuk 6: Een oud verhaal</strong></p>
<p>Na een lange tocht komen Ronja, Sonja en Tonja weer terug in de bergen, weer terug bij de grot. Gelukkig is Baba met ze mee en hebben ze deze keer genoeg eten mee kunnen nemen. De zusjes zitten rond het vuur en Baba maakt eten. Ze zijn boos. Zo komen ze niks verder! En nu heeft het kasteel niet eens een poort meer! Wat zou een nieuwe poort eigenlijk kosten? Misschien wel tien goudstukken! Sonja huilt een beetje. Het bevrijden van papa en mama lijkt verder weg dan ooit. Baba maakt lekker eten voor ze en zegt dat ze eerst maar moeten gaan slapen. Zuchtend zoeken ze hun bedjes op en proberen in slaap te vallen. De maan schijnt over drie onrustige kleine meisjes en een kindermeisje die de wacht houdt bij het vuur.</p>
<p>Het is laat. Een eenzaam lichtje brandt in de torenkamer van het kasteel. Ook de reus kan niet slapen. Daar is hij weer, in dat ongezellige kasteel. Zou hij morgen wel verse eitjes en gebakken spek bij het ontbijt krijgen? Vast niet, meestal krijgt hij wat droog oud brood met vreemd ruikende boter en een glas lauwe melk. De reus staat op en kijkt uit het raam. Het maanlicht schijnt over het kasteel, de rivier en het bos. Verlangend kijkt hij door het raam in de verte, in de richting van zijn boerderij. Hoe zou het met de koeien gaan? Zouden ze hem erg missen? Misschien kan hij volgende week eens op bezoek gaan in zijn eigen huis. Waarom was hij hier eigenlijk? En hoe kwam oudoom Norbert aan dit kasteel? Zou hij het ook kunnen teruggeven, of zou dat erg onbeleefd zijn? Met vele vragen in zijn hoofd valt de reus eindelijk in een onrustige slaap.</p>
<p>De volgende morgen gaan Ronja, Sonja en Tonja eerst eens een flinke wandeling maken om goed wakker te worden. Als ze terugkomen, heeft Baba een heerlijk ontbijt voor ze klaargemaakt. Ze eten hun buikjes rond. Daarna gaan ze om het vuur heen zitten. Baba zegt: &#8216;kijk eens wat ik heb meegenomen uit de boekenkamer van het kasteel!&#8217; Ze houdt een boek omhoog met voorop de woorden: &#8216;Hoe kastelen te veroveren.&#8217; Ronja, Sonja en Tonja zijn erg nieuwsgierig en vragen Baba om voor te lezen.</p>
<p>Na wat bladeren leest Baba een oud verhaal. &#8216;Ooit, heel lang geleden, waren er eens rovers die de koningin hadden ontvoerd en meegenomen naar een groot kasteel in een ver land.&#8217; &#8216;He, onze mama is ook ontvoerd!&#8217;, roept Sonja. &#8216;Stil nou!&#8217;, roepen Ronja en Tonja, &#8216;laat Baba snel verder lezen!&#8217; &#8216;Alle mensen waren erg verdrietig dat de koningin weg was&#8217;, vertelt Baba, &#8216;en de koning was zo boos dat hij wel duizend sterke mannen bij elkaar riep om de stad te gaan veroveren en de koningin te bevrijden. Maar de stad was te sterk, de muren te hoog en zelfs na drie jaar proberen waren de mannen nog steeds niets verder. Het werd tijd voor een list.&#8217; &#8216;Wat is een list?&#8217;, vraagt Sonja. &#8216;Een list is een slim plan dat er uitziet als iets heel gewoons of zelfs iets heel doms.&#8217; &#8216;O, zoals onze brief aan de reus over de kastelen-veroverwedstrijd?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Ja, dat was nu een echte list&#8217;, lacht Baba. &#8216;Maar het was ook wel een beetje gemeen van ons&#8217;,<br />
zegt Sonja. &#8216;Dat is waar&#8217;, zegt Ronja beslist, &#8216;maar het afpakken van ons kasteel was nog veel gemener.&#8217;</p>
<p>&#8216;Wat was de list dan?&#8217;, vraagt Tonja aan Baba. &#8216;Ik lees verder&#8217;, zegt Baba. &#8216;De mannen gingen het bos in met zagen en bijlen en hakten wel tien dikke bomen om. Van de planken en stammen bouwden ze een groot, houten paard op wielen. De mensen in de stad keken toe uit de verte en vroegen zich af wat er gebeurde. Wie bouwt er nu zomaar een groot houten paard? Zouden de mannen willen proberen om met het paard over de stadsmuur heen te springen? De mensen lachten erom en waren niet bang. Toen het paard af was, trokken midden in de nacht alle mannen ineens weg. Ze maakten veel lawaai en lieten zoveel mogelijk spullen achter, zo&#8217;n haast hadden ze om snel weg te komen. In de stad hoorden ze het wel, maar wat er zou gebeuren, wisten ze niet. Toen de zon opging, zagen ze verlaten tenten en overal spullen die in het rond slingerden. Er rookten nog wat vuurtjes van de avond ervoor, en midden in het verlaten kamp stond nog steeds een groot, houten paard op wielen.</p>
<p>Eerst wachtten de mensen af. Ze begrepen niet waarom de mannen in de nacht gevlucht waren. Waren ze opeens bang geworden, en zo ja, waarvoor dan? Niemand die het wist, maar na drie jaar in de stad opgesloten te hebben gezeten, wilde iedereen ook wel graag weer eens naar buiten! Voorzichtig, met hun paarden bij de hand, gingen ze kijken. De tenten lagen vol met mooie spullen en de mensen werden steeds vrolijker: de mannen waren nu dus echt weg! Ze waren terug naar huis gevlucht, anders zouden ze al die spullen toch niet achterlaten en midden in de nacht vertrekken? Iemand riep: “ze waren natuurlijk bang voor ons geworden, want ze wisten dat ze het nooit van ons konden winnen!”. Iedereen was nu heel blij en karren vol met spullen werden naar de stad gereden. De tenten werden verbrand. Toen was alles weg. Alleen het paard stond er nog steeds.</p>
<p>In de stad riepen de mensen: “het paard heeft ons geluk gebracht! Laten we het naar de stad trekken en een groot feest geven voor het paard!” Dat leek een uitstekend idee. Met behulp van veel echte paarden werd het houten paard de stad in getrokken. De mensen dansten tot diep in de nacht om het paard heen, zo blij waren ze dat de mannen eindelijk waren weggegaan. Toen iedereen eindelijk was gaan slapen, werd het in de verte al een beetje licht. Het was nu heel stil in de stad. Maar wacht, ergens klonk toch nog een geluid. In de buik van het houten paard ging er heel voorzichtig een luik open. Dertig dappere mannen sprongen stilletjes op de grond. Ze slopen het paleis in en bevrijdden de koningin. Een paar andere mannen zochten paarden uit in de koninklijke stallen. Ze bonden doeken om de hoeven van de paarden heen om te zorgen dat ze geen geluid zouden maken. Heel, heel zachtjes verlieten ze met de koningin de slapende stad en al snel waren ze verdwenen in het bos.</p>
<p>In de morgen, toen iedereen eindelijk weer wakker was, wees een kleine jongen op het luik dat nog openstond in de buik van het houten paard. Uit het kasteel klonk de kreet dat de koningin was verdwenen. En de staljongens riepen dat er één-en-dertig paarden waren gestolen! Toen pas begrepen de mensen dat ze zich beet hadden laten nemen. Alles wat er was gebeurd, was juist bedoeld geweest om de mannen ongezien in de stad te laten komen. Maar ja, de koningin was nu weer terug naar huis en iedereen ging weer zijn eigen gang.&#8217;</p>
<p>Ronja, Sonja en Tonja vinden het een reuzespannend verhaal. Een houten paard, en daar dan in gaan zitten! Dan moest je wel echt heel dapper zijn. &#8216;Ja, en ook heel stil zijn&#8217;, bedenkt Sonja. Baba doet het boek dicht. &#8216;Maar wij kunnen toch geen groot houten paard gaan bouwen?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Misschien moeten we een houten koe maken!&#8217;, riep Ronja. &#8216;De reus is dol op koeien!&#8217; Maar Tonja zegt: &#8216;zelfs als dat zou lukken, zijn we nog niet sterker dan de reus. En trouwens, er is helemaal geen poort, dus we kunnen nu ook gewoon naar binnen lopen. Maar daarmee krijgen we nog steeds niet het kasteel terug. En al helemaal niet onze papa en mama…&#8217;</p>
<p><strong>Hoofdstuk 7: De taart</strong></p>
<p>Hoe kan het verhaal over het houten paard de meisjes helpen om hun kasteel terug te krijgen? Baba weet het ook niet. Ze heeft wel een ander idee: misschien kunnen ze een lekkere taart bakken voor de reus en vriendelijk aan hem vragen of ze het kasteel weer terug mogen? Daar moet iedereen erg om lachen, maar ze hebben ook wel zin in taart. &#8216;Ik ga straks wel naar de bakker om een reuzentaart te kopen&#8217;, zegt Baba. &#8216;Een taart voor de reus?&#8217;, vraagt Sonja, &#8216;waarom dan?&#8217; &#8216;Ja&#8217;, roept Ronja, &#8216;en dan springen we er ineens uit en gooien slaappoeder in zijn gezicht!&#8217; Dat lijkt best een goed idee. Maar om een taart te bakken waar Ronja, Sonja en Tonja in passen? Dat gaat niet lukken. Ze moeten er nog maar eens over nadenken.</p>
<p>Baba gaat eerst boodschappen doen. Als Baba weg is, denken Ronja, Tonja en Sonja verder na over het raadsel. Hoe win je van een reus die heel veel sterker is dan jij? Het slaappoeder lijkt wel een goed idee: als ze de reus in slaap zouden kunnen laten vallen, konden ze hem vastbinden en dan misschien op een kar rollen en naar zijn boerderij terugbrengen. &#8216;Maar als we hem losmaken, dan loopt hij toch gewoon weer terug naar het kasteel?&#8217;, vraagt Tonja. Dat is inderdaad wel zo. En hoe hou je een reus uit een kasteel zonder poort?</p>
<p>&#8216;Ik wil het kasteel niet terug&#8217;, jammert Sonja, &#8216;ik wil mama en papa!&#8217; &#8216;Moeten we toch niet eerst mama en papa bevrijden?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Nee&#8217;, zegt Ronja, &#8216;want waar gaan we dan wonen? In de grot? En we hebben nog steeds geen duizend goudstukken.&#8217; Als Baba terugkomt en ze lekker aardbeientaart met slagroom hebben gegeten, is het tijd om wat te gaan tekenen. Ronja tekent een kasteel met een met een hele grote taart ervoor en een bordje erbij: &#8216;Eet maar lekker op reus!&#8217; Sonja maakt een tekening van papa en mama die op een grote wolk naar hen komen toegevlogen. En Tonja, die krast eigenlijk maar wat. Ze is te hard aan het nadenken om echt iets te tekenen.</p>
<p>Plotseling krijgt Tonja een idee: &#8216;wat als we het slaappoeder nu door de taart heen doen? Dan eet de reus het natuurlijk op en valt hij in slaap!&#8217; &#8216;Maar wat doen we dan verder?&#8217;, vraagt Sonja. &#8216;We kunnen hem dan vastbinden&#8217;, roept Ronja, &#8216;en dan moet hij beloven dat hij weggaat en nooit meer terugkomt, anders maken we hem niet los!&#8217; Ze weten niet of het zal werken, maar het is in ieder geval een plan. Daarvoor hebben ze dan wel een hele grote taart nodig met slaappoeder erdoorheen. Kan de bakker die voor ze maken? En dan moeten ze er ook nog voor zorgen dat de reus hem opeet. Zouden ze het net zo kunnen doen als in het oude verhaal over het houten paard? Tonja probeert het te tekenen. &#8216;Kijk, hier zie je een grote taart op een kar vlakbij het kasteel. En dan moeten we wachten tot de reus hem komt ophalen.&#8217; &#8216;O, en hoe moeten wij dan meekomen met de taart?&#8217;, vraagt Sonja. &#8216;Misschien kunnen we onszelf met plakband vastplakken onder aan de kar!&#8217; Daar moeten Ronja en Tonja wel om lachen. Maar dan zegt Ronja: &#8216;Ja, dat is het! We kunnen ons verstoppen tussen de wielen van de kar, daar is altijd wel ruimte en kijkt niemand!&#8217;</p>
<p>En zo gaan ze het doen. Baba vraagt aan de bakker of hij een supergrote taart wil bakken met twee kilo slaappoeder erdoor. De bakker knikt en zegt dat hij over een dag klaar zal zijn. De volgende morgen vroeg komt de wapenmeester een kar brengen met een ezel ervoor. De wapenmeester heeft de kar veranderd zodat er tussen de wielen een geheim kamertje is gekomen. Als ze hun adem een beetje inhouden, passen Ronja, Sonja en Tonja er alledrie net in.</p>
<p>In de middag wordt de taart bezorgd. Hij is inderdaad geweldig groot en ziet er heerlijk uit, met een enorme berg slagroom, aardbeien en chocola erbovenop. Sonja wil bijna haar vinger in de slagroom stoppen om even stiekem te proeven&#8230; &#8216;Nee, niet doen!&#8217;, roept Baba nog net op tijd. Anders was Sonja in slaap gevallen, en dan kan het plan niet doorgaan! Nadat de taart goed is vastgemaakt en de meisjes in de kar zijn geklommen, loopt de wapenmeester naast de ezel langzaam in de richting van het kasteel.</p>
<p><strong>Hoofdstuk 8: De kaart</strong></p>
<p>Als ze in de buurt van het kasteel zijn gekomen, bedenkt de wapenmeester dat hij net zo goed naar binnen kan lopen met de kar. De poort is toch verdwenen. De reus zit toevallig net op de kasteelmuur te denken aan lekker eten. Die middag heeft hij een bruine banaan, twee rozijnen en wat droge muesli van de dienstmeisjes gekregen. Je begrijpt dat hij dus flinke honger heeft. Als hij de wapenmeester aan ziet komen met een geweldig grote taart, denkt hij niet verder na en rent hij snel naar beneden.</p>
<p>Zodra de kar door de poort heen komt, roept de reus: &#8216;stop, deze taart is van mij!&#8217; De kar stopt. De dienstmeisjes komen aanrennen met een grote gebaksschaal, een groot mes en een vork. Het eerste stuk taart verdwijnt razendsnel naar binnen. Nu komen ook andere mensen aanlopen om van de taart te proeven. Maar de reus roept dat iedereen er van af moet blijven. Het is een reuzentaart en dus alleen voor reuzen met reuzenhonger! De wapenmeester zegt tegen de mensen dat het inderdaad waar is wat de reus zegt. Iedereen kijkt hem boos aan. Deze taart is toch groot genoeg om te delen? Maar de wapenmeester schudt zijn hoofd en fluit een vrolijk liedje.</p>
<p>Tien minuten later ligt de reus met zijn gezicht in de taart te slapen. De wapenmeester klopt op de zijkant van de kar en Ronja, Sonja en Tonja komen naar buiten. Ze hebben lange touwen meegenomen en beginnen direct met het vastbinden van de reus. Hij kreunt wel wat, maar is zó diep in slaap dat hij er niets van merkt! Met de hulp van de wapenmeester, de kok en de dienstmeisjes sjorren ze de reus zo goed mogelijk op de kar. Hij wordt wel een beetje vies, maar daar is even niets aan te doen. De wapenmeester loopt samen met Ronja, Sonja en Tonja in de richting van het bos. Na een tijdje komen ze op de weg naar de boerderij. De reus is nog in dromenland en snurkt er vrolijk op los. Onderweg komen de koeien nieuwsgierig kijken naar deze vreemde optocht. &#8216;Dat lijkt wel de reus op de kar&#8217;, denken ze, &#8216;en wat doet hij daar? Waarom komt hij niet gewoon even met ze spelen, zoals anders, of ze melken?&#8217; De koeien begrijpen er niets van…</p>
<p>Bij de boerderij wordt de reus wakker van het geloei van de koeien in de stal. &#8216;Ben ik ze vergeten te melken?&#8217;, denkt hij half wakker. Hij probeert op te staan om aan de slag te gaan, maar merkt dan dat hij niet kan bewegen. Hij kijkt om zich heen en ziet Ronja, Sonja en Tonja. Hoe komt hij hier, en wat doen zij bij zijn boerderij? Maar ergens is de reus ook opgelucht: eindelijk weer thuis!</p>
<p>De reus vraagt aan de meisjes of ze de touwen willen losmaken, zodat hij de koeien kan melken. En nu ze hier toch zijn, willen ze misschien ook wel blijven eten? De kippen hebben vast weer heerlijke eieren gelegd en uit de moestuin kan de reus genoeg groenten halen om een lekkere soep mee te koken. Maar Ronja, Sonja en Tonja kijken helemaal niet blij. Ze vertellen de reus dat ze hem alleen los zullen maken als hij belooft om niet meer te proberen hun kasteel af te pakken.</p>
<p>&#8216;Maar het is mijn kasteel&#8217;, probeert de reus uit te leggen. &#8216;Ik heb een brief van oudoom Norbert waar dat in staat.&#8217; &#8216;Wie is Norbert en hoe komt hij bij die onzin?&#8217;, vraagt Ronja boos. &#8216;Onze opa heeft dit kasteel gebouwd en van deze oudoom van jou heb ik nog nooit gehoord.&#8217; De reus stelt voor om hem los te maken, zodat ze samen naar de brief kunnen kijken. Ronja, Sonja en Tonja kijken elkaar aan en knikken dan.</p>
<p>Nadat de wapenmeester de touwen heeft losgeknoopt, gaat de reus eerst even onder de waterval naast zijn huis staan. Vrolijk zeept hij zich helemaal in. De zeepbellen vliegen door de lucht. De vogeltjes fluiten en de reus is zó blij dat hij weer thuis is, dat hij Ronja, Sonja en Tonja even helemaal vergeet. Nadat hij zich heeft aangekleed, wil hij meteen bij zijn koeien gaan kijken. Maar dan komen er heerlijke geuren uit de keuken. Natuurlijk hebben Ronja, Sonja en Tonja op de prinsessen-kookcursus geleerd om eieren met spek te bakken. Sonja heeft daarbij nog wat brood gevonden en Tonja maakt een tomatensalade met kaas. De reus merkt dat hij opnieuw enorme honger heeft gekregen. De wapenmeester komt er ook bij zitten. Eerst is het tijd om samen te genieten van het eten.</p>
<p>Als de reus met de laatste korstjes brood de saladeschaal leeg veegt, vraagt Ronja of ze misschien de brief mogen lezen. Met volle mond wijst de reus naar een kastje. Ronja pakt de brief en leest hem snel door. Inderdaad, hij is geschreven aan Reus Robin door een zekere Oudoom Norbert. Maar in de brief staat alleen dat de reus een gebouw heeft geërfd dat staat bij het kruisje op de kaart. &#8216;Heet jij Robin?&#8217;, vraagt Sonja, die heeft meegelezen. &#8216;Wat een mooie naam zeg!&#8217; &#8216;Dank je&#8217;, zegt de reus verlegen. &#8216;Maar Robin, waar is de kaart die erbij zat?&#8217;, vraagt Ronja. &#8216;Eh, die heeft de hond meegenomen naar zijn mand, geloof ik.&#8217; De wapenmeester gaat kijken en komt al snel terug met een verkreukeld papier. Hij strijkt het plat op de keukentafel en iedereen komt eromheen staan. &#8216;Kijk, hier zijn we nu&#8217;, wijst de wapenmeester. &#8216;Daar is het kasteel en helemaal daar staat een groot kruis. Maar dat is aan de andere kant van de rivier&#8230;&#8217;</p>
<p><strong>Hoofdstuk 9: De oude hoeve</strong></p>
<p>Ze kijken allemaal nog eens goed naar de kaart. &#8216;Wat bedoel je&#8217;, zegt Robin, &#8216;aan de andere kant van de rivier?&#8217; De reus houdt de kaart vast, dan op zijn kop en zegt: &#8216;Dus jij denkt dat ik niet het kasteel heb gekregen van mijn oudoom Norbert?&#8217; &#8216;Ik weet het wel zeker&#8217;, zegt de wapenmeester, &#8216;want het kasteel staat niet aan dezelfde kant van de rivier als het kruis.&#8217; Robin zucht. Hij is inderdaad erg slecht in kaartlezen. Daarna klaart zijn gezicht op: &#8216;dus je bedoelt dat ik op mijn boerderij kan blijven wonen?&#8217; &#8216;Erg graag zelfs!&#8217;, roepen Ronja, Sonja en Tonja blij. &#8216;Of zou ik op die andere plek moeten gaan wonen, daar waar het kruis staat?&#8217;, vraagt Robin zich af, alweer een beetje somberder. &#8216;Weet je wat, we gaan gewoon kijken en dan kun je zelf kiezen waar je gaat wonen&#8217;, zegt Tonja.</p>
<p>Dat is een goed idee. Nadat Robin de dieren heeft verzorgd en nog even met de poes en de hond heeft geknuffeld, gaan ze op weg. De wapenmeester gaat met de ezel en de kar weer terug naar het kasteel. Ronja, Sonja en Tonja lopen samen met de reus door het bos, naar de rivier. Ze nemen de oude houten brug en kijken nog eens goed op de kaart. &#8216;We zitten verkeerd&#8217;, zegt Robin, maar Tonja pakt de kaart uit de handen van de reus, draait hem om en geeft hem terug. &#8216;Zie je&#8217;, zegt Tonja, &#8216;je had de kaart op zijn kop. Laten we nu goed kijken, anders komen we misschien weer bij het kasteel terecht!&#8217; Robin schaamt zich er een beetje voor dat hij zoveel problemen heeft veroorzaakt, maar Ronja, Sonja en Tonja willen daar niets van horen. &#8216;Het was voor jou ook niet leuk&#8217;, zeggen ze tegen hem, &#8216;en wij zijn allang blij dat alles nu is opgelost.&#8217;</p>
<p>&#8216;Ja&#8217;, zegt Ronja, &#8216;en hoe hadden we anders vrienden kunnen worden?&#8217; Sonja zegt: &#8216;Die zelfgemaakte kaas was echt heerlijk. Robin, kun je me straks het recept daarvoor geven?&#8217; &#8216;Natuurlijk!&#8217;, lacht de reus, &#8216;maar hij wordt alleen maar zo lekker omdat ik veel met mijn koeien knuffel.&#8217; &#8216;Dan moeten we maar de melk bij jou komen kopen voortaan&#8217;, zegt Tonja. Al pratend lopen ze verder in de richting van het kruis op de kaart. Ze zijn er nog niet, maar komen al wel bij de rand van het bos. &#8216;Ligt het gebouw in het bos?&#8217;, vraagt Ronja. &#8216;Volgens de kaart wel&#8217;, zegt Tonja. &#8216;Laten we maar gewoon doorlopen en dan zien we het vanzelf.&#8217;</p>
<p>Na nog tien minuutjes lopen komen ze bij de restanten van een oude boerderij in het bos. Het is duidelijk dat de boerderij al lang geleden is verlaten: de deuren hangen scheef naar buiten, ramen zijn er niet meer en een grote boom groeit dwars door het dak van de schuur heen. Op een zonnige plek voor de boerderij staat een oude tafel met een grote oude bank. Ze gaan even zitten, en kijken om zich heen. Het is een mooie plek, maar van deze boerderij is niet zoveel meer over. &#8216;Volgens mij kun je hier niet gaan wonen, Robin&#8217;, spreekt Sonja bezorgd. &#8216;Er zitten allemaal gaten in het dak.&#8217; &#8216;Hoe oud was die oudoom van jou eigenlijk?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Zo te zien is er al heel lang niemand meer geweest.&#8217;</p>
<p>Ronja wijst op een ander kruisje op de kaart en vraagt wat dat eigenlijk zou zijn. &#8216;Misschien wel een schat!&#8217;, roept Tonja. Ze gaan op zoek naar scheppen in de oude schuur en beginnen enthousiast te graven op de plek waar op de kaart een kruisje staat. Ronja, Sonja en Tonja worden al snel moe, maar de reus is wel zo sterk als dertien mannen en schept zonder moeite grond, zand en stenen naar boven. Al snel ontstaat er een groot gat. Ineens horen ze: &#8216;Klonk!&#8217; De schep is op hout terechtgekomen! Voorzichtig schept de reus het zand eromheen weg. Een oude kist komt tevoorschijn. Nadat ze deze met veel duwen en trekken naar boven hebben getild, staan ze met zijn vieren te kijken naar een hele grote kist. &#8216;Hij is wel zwaar, maar niet zo zwaar dat er een schat in kan zitten&#8217;, zegt Tonja teleurgesteld. &#8216;Laten we hem nu eerst maar openmaken!&#8217;, roept Ronja ongeduldig. Voorzichtig opent de reus het deksel. Binnenin liggen tientallen zagen, bijlen, hamers, spijkers en allerlei ander gereedschap. De reus is blij. &#8216;Komt altijd van pas!&#8217;, roept hij. Maar de zusjes zijn minder blij. Zij hadden gehoopt op duizend goudstukken&#8230;</p>
<p>Robin zucht diep, kijkt nog eens om zich heen en zegt: &#8216;Gelukkig kan ik in mijn eigen huis blijven wonen! En met al dat gereedschap kan ik het zelfs nog mooier maken.&#8217; Stil zitten ze allemaal nog even bij elkaar om uit te rusten en na te denken. Ronja, Sonja en Tonja zijn blij voor de reus dat alles goed is afgelopen. Maar ondertussen zijn hun eigen problemen nog lang niet opgelost: hoe komen ze aan duizend goudstukken om hun papa en mama mee te bevrijden? Robin ziet dat Sonja een paar tranen van haar gezicht veegt. Bezorgd vraagt Robin hoe hij kan helpen. Hij wil erg graag dat de zusjes net zo blij zijn als hijzelf. Als hij het verhaal heeft gehoord over wat de rovers hebben gedaan, kijkt hij erg boos. &#8216;Ze kunnen toch niet zomaar je ouders ontvoeren?&#8217;, zegt hij. &#8216;Wie denken ze wel dat ze zijn? Waar wonen die rovers? We gaan gelijk bij ze langs om ze dat te vertellen!&#8217;</p>
<p><strong>Hoofdstuk 10: De rovers</strong></p>
<p>Ronja, Sonja en Tonja leggen uit dat ze zelf ook niet weten waar de rovers wonen, maar dat de wapenmeester mannen op weg heeft gestuurd om in het hele land te vragen of iemand de rovers had gezien. &#8216;Het beste kunnen we nu terug naar het kasteel&#8217;, zegt Tonja. &#8216;Nee, laten we eerst langs de grot lopen om onze spullen en Baba op te halen. Nu we weten dat Robin het kasteel niet meer wil afpakken, kunnen we weer rustig thuis gaan wonen.&#8217;</p>
<p>En zo gebeurt het. Baba schrikt eerst wel als ze ineens de reus bij de grot ziet verschijnen, maar Ronja, Sonja en Tonja stellen haar al snel gerust. &#8216;Het was allemaal een vergissing&#8217;, vertelt Tonja. &#8216;De reus wil ook helemaal niet op het kasteel wonen, maar veel liever op zijn eigen boerderij.&#8217; &#8216;Hij woont daar met allemaal hele lieve dieren&#8217;, vertelt Sonja, &#8216;en de koeien geven heerlijke melk en daar maakt de reus echt lekkere kaas van.&#8217; Baba zou die kaas ook wel eens willen proeven. De reus belooft snel een paar kazen langs te brengen.</p>
<p>Terug op het kasteel bergen ze alle spullen op en laten ze de wapenmeester komen. &#8216;Heb je nog nieuws over waar we de rovers zouden kunnen vinden?&#8217;, vraagt Ronja. &#8216;De mannen zijn nog onderweg&#8217;, antwoordt de wapenmeester, &#8216;maar we hebben afgesproken dat ze<br />
morgenochtend allemaal weer terug zijn op het kasteel.&#8217; Dat betekent dat ze nu niet zoveel kunnen doen. Ze vragen aan de reus of hij wil blijven eten. Maar bij het idee dat hij weer op het kasteel zou moeten eten, kijkt de reus helemaal niet blij! Hij zegt dat hij liever nog even bij de koeien gaat kijken. Robin belooft wel dat hij de volgende dag weer terugkomt bij het kasteel. Die avond zitten Ronja, Sonja en Tonja bij elkaar in de grote zaal. Een vuurtje knettert in de haard. Ze hebben nu het kasteel terug, en daar zijn ze alledrie erg blij mee. Ook hebben ze een nieuwe vriend gemaakt, want de reus bleek eigenlijk erg aardig. Het is ook fijn dat Robin wil helpen met de rovers. Maar nog steeds hebben ze geen duizend goudstukken. En zou het lukken om de rovers te vinden? En zouden ze dan mama en papa laten gaan? Er zijn nog veel vragen. Baba komt binnen en zegt dat het tijd is om naar bed te gaan. &#8216;De laatste tijd krijgen jullie veel te weinig slaap!&#8217;, zegt ze. &#8216;Rust eerst maar eens lekker uit, en dan ziet alles er morgenochtend vast wat minder somber uit.&#8217;</p>
<p>De volgende morgen worden Ronja, Sonja en Tonja al vroeg wakker van het gekletter van paardenhoeven op het binnenplein. Snel trekken ze de kleren aan die Baba heeft klaargelegd en rennen ze naar beneden. Het zijn inderdaad de mannen die de wapenmeester op weg had gestuurd. Ronja roept tegen ze: &#8216;Hebben jullie de rovers gevonden?&#8217; &#8216;Ja!&#8217;, roept de leider. &#8216;Ze zitten in de bergen bij de oude molen!&#8217; Na het ontbijt komt ook de reus aangelopen, met onder iedere arm een grote kaas. Ze vertellen hem snel dat ze weten waar de rovers zitten. Daarna gaan ze op weg: de mannen op de paarden, met Ronja, Sonja en Tonja achterop, en Robin ernaast, die loopt met grote stappen. Na een klein uur komen ze in de bergen. Ze gaan op weg naar de oude molen.</p>
<p>&#8216;Robin, wat gaan we eigenlijk doen bij de rovers?&#8217;, vraagt Tonja. &#8216;Gewoon met ze praten&#8217;, zegt de reus, &#8216;en dan zien we wel.&#8217; Algauw komen ze bij de oude molen. De mannen met de paarden rijden snel om de molen heen. Daar zitten de rovers inderdaad! Ze schrikken zich een hoedje van al die paarden. Als er ook nog eens een grote reus de hoek omkomt, beginnen ze zich helemaal zorgen te maken. &#8216;Eh, we hebben niks gedaan hoor!&#8217;, roept de baas van de rovers. Sonja roept boos: &#8216;Jawel, jullie hebben onze papa en mama gestolen! Waar zijn ze eigenlijk? Ik wil ze nu zien!&#8217; Robin doet twee stappen naar voren en de roverhoofdman roept snel: &#8216;Breng de gevangenen, eh&#8230; ik bedoel onze gasten, naar buiten!&#8217;</p>
<p>Een paar tellen later rennen papa en mama naar buiten en beginnen ook Ronja, Sonja en Tonja te rennen. Midden op het pleintje voor de molen geven ze elkaar de dikste knuffel die ze ooit hebben gegeven. Hij duurt wel tien minuten, totdat de roverhoofdman het lang genoeg vindt duren en zegt: &#8216;Zeg, over die goudstukken&#8230;&#8217;. &#8216;Wij hebben geen goudstukken!&#8217;, roept Ronja boos. &#8216;Ga ze zelf maar zoeken als je zo graag wilt hebben!&#8217; Robin zegt tegen de rovers: &#8216;Waarom willen jullie eigenlijk goudstukken?&#8217; De roverhoofdman legt uit dat het dorpje waar ze vroeger woonden, in brand was gevlogen. Nu hadden ze niets meer. Ze hadden goud nodig om gereedschap te kopen om nieuwe huizen en boerderijen mee te bouwen.</p>
<p>&#8216;Wacht eens&#8217;, zegt Reus Robin, &#8216;jullie mogen de boerderij van mijn oudoom Norbert wel hebben! Hij staat in het bos aan de overkant van de rivier.&#8217; De rovers willen graag meer horen. &#8216;Hij staatop een mooie plek in het bos&#8217;, zegt Tonja, &#8216;en er is genoeg gereedschap om alles te repareren.&#8217; De rovers kunnen het bijna niet geloven. &#8216;En zijn jullie dan niet meer boos op ons?&#8217;, vragen ze. Papa zegt: &#8216;Ze hebben ons goed behandeld en konden er ook niets aan doen dat ze hun huizen zijn kwijtgeraakt.&#8217; &#8216;Klopt!&#8217;, roept een van de rovers. &#8216;Ik was eigenlijk gewoon timmerman!&#8217; &#8216;Dat komt mooi uit&#8217;, zegt Robin, &#8216;want er is genoeg te timmeren op de oude boerderij.&#8217; &#8216;Je kunt ook deze molen opknappen&#8217;, zegt papa. &#8216;Hij is van mij en als je hem weer goed maakt, mag je hem hebben.&#8217; &#8216;Geef hem dan als je klaar bent aan mij!&#8217;, roept een andere rover. &#8216;Ik was vroeger de molenaar van het dorp!&#8217;</p>
<p>En zo gebeurt het. Papa en mama wonen weer gewoon op het kasteel, met een heel gelukkige Ronja, Sonja en Tonja. Met behulp van het gereedschap herstellen de rovers de molen, de boerderij en de schuur en bouwen ze zelfs een heel nieuw dorpje op de mooie plek in het bos. Niemand noemt ze alleen meer rovers, want ze zijn nu weer gewoon boeren, timmermannen, metselaars en molenaars geworden. De molen draait vrolijk in de wind en maalt al het verse koren tot meel. Reus Robin is naar zijn eigen boerderij teruggekeerd en knuffelt weer elke dag met zijn koeien. De reus ruilt eieren en kaas voor meel met de molenaar, en van het meel bakt hij heerlijke broodjes. Af en toe stuurt hij ook een mand met heerlijke eieren naar het kasteel. Ronja, Sonja en Tonja komen vaak bij hem langs om de dieren eten te geven en van zijn broodjes met kaas te smullen. In de zomer spelen ze onder de waterval om af te koelen. De reus zit dan tevreden naar ze te kijken op zijn bankje, met de poes op schoot en de haan op zijn schouder. &#8216;Moehoe!&#8217;, roepen de koeien af en toe.</p>
<p>En hoe is het verder gegaan met het kasteel? Kreeg het weer een nieuwe poort? Ja, dat is ook nog een bijzonder verhaal. Papa, mama, Ronja, Sonja en Tonja hadden geleerd dat je niet op hoge muren en dikke poorten kunt vertrouwen. En om te zorgen dat ze dat niet zouden vergeten, blijft het kasteel nu voor altijd zonder poort. Want, laten we eerlijk zijn, als je vrienden langskomen, wil je ze toch niet voor een gesloten deur laten wachten?</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Het beloofde kind</title>
		<link>https://legendman.nl/het-beloofde-kind/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 22 Feb 2016 12:55:58 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>
		<guid isPermaLink="false">http://legendman.nl/?p=186</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_5 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_5">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_5  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_5  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><a href="https://legendman.nl/wp-content/uploads/2016/05/Het-beloofde-kind.pdf" target="_blank" rel="noopener">Download als PDF</a></p>
<p><strong>Door Machiel Emmering. Voorleesduur: rond de 50 minuten. Voor 16+</strong></p>
<p><strong>SAN FRANCISCO, AIRPORT</strong></p>
<p>20 december 2015, Don Johnson zit op een bankje op het vliegveld van San Francisco een beetje om zich heen te kijken. Op een gegeven moment komt er een stoere neger met een geel mutsje op hem af. Hij zegt: volgens mij moet ik bij jou zijn. Don kijkt even en zegt: hé, ben jij niet zo’n bekende rapper? Hip Hop noemen we dat al een paar decennia ouwe, aangenaam, Kanye West. Hi, Don Johnson. Are you kidding me? – zegt Kanye. Dat weet ik toch man, Sonny Crocket, Miami Vice – fantastisch was dat man! Serieus, jullie hebben echt de basis gelegd voor counter-ghetto pimp style, jullie waren bling-bling avant la lettre dude! Tja, lacht Don, the days, the days.</p>
<p>Ze kijken samen wat rond. Wat nu?, vraagt Kanye. Wachten op nummer 3, zegt Don. Ze zitten naast een Starbucks. Of Don koffie wil. Ja, doe maar een doppio tall décaf skinny soy machiato met 1 tikje kaneel – extra heet. Kanye trekt z’n wenkbrauwen even op en gaat naar de counter, waar hij ook z’n eigen split quad venti half/whole latte zonder schuim en met één pompje vanille bestelt. Terwijl ze aan hun brouwsel lurken komt er een soort oudere ski-leraar met een geel mutsje op hen af. De groep der wijzen zo te zien?, vraag hij enigszins verrast ten aanzien van wie voor hem staan en verder min of meer retorisch, wijzend naar z’n eigen hoofd, doelend op de gele mutsjes die ze alle drie op hebben.</p>
<p>I guess &#8230; aangenaam, Kanye West. Hi, Don Johnson. Hoi, zegt hij, Dieter Bohlen. Waarop hij vervolgt: goed &#8230; we zijn dus compleet, maarehhh, weet <em>iemand</em> van jullie iets meer? Nope, zeggen de anderen tegelijk. Lekker dan, gaat Dieter door. Hoe moeten we dan beginnen? Mooie club van wijzen is dit. Trouwens, ik wil niet lullig doen Kanye, maar bij de “wijzen” die ik zou ontmoeten dacht ik nou niet bepaald aan een rapper die eufemistisch gezegd niet om z’n intellect bekend staat. Fuck you, No No, en fuck de media, je hebt geen idee waar je over lult. Ik ben met m’n moeder opgegroeid die professor was op de universiteit; ik haalde alleen maar hoge cijfers, en sprak op een gegeven moment zelfs fucking Chinees. En most of all: ik ben niet zo slecht terecht gekomen. Ik weet niet of we dat ook van jou kunnen zeggen. Wie bén je überhaupt?</p>
<p>Okee okee, zegt Dieter, excuses, dat was lomp. Wie ik ben? Misschien zegt dit nog iets? (Zingt:) you can win, if you want – brother louie louie louie – atlantis, is calling, s.o.s. for love… Nééééhhhh! Ik wist het! Zegt Don – ik herkende je vaag, jij bent die gast van Modern Talking! Exactemundo!, zegt Dieter breed glimlachend. Kanye kijkt van: krijg nóu wat!</p>
<p>Okee jongens, zegt Don, even resetten – we hebben met elkaar een klus te klaren, en we hebben eigenlijk geen idee wat precies en hoe te beginnen, toch? Laten we beginnen met wat we wél weten. Kanye, volgens mij sta jij het dichtst bij onze opdrachtgever miss Spears. Okee, begint Kanye. Britney heeft dus al sinds haar jeugd last van paniekstoornissen, die zich uiten in een angstdroom die steeds maar terugkomt. Het gaat om een kind dat er zou moeten zijn, maar er niet is. Britney gaat in die dromen steeds op zoek, waarbij de setting steeds anders is, maar waarin ze wel altijd dezelfde mensen tegenkomt: ons drie. Waarom weet ze niet. Wat de droomsetting ook is, ze ontwijkt ons om op zoek te gaan naar dat ontbrekende kind – om steevast met het schokbesef wakker te worden dat ze dit kind misschien nooit vindt en het haar altijd zal achtervolgen.</p>
<p>Ze heeft lang gedacht dat het een soort evolutionair signaal was dat ze moeder moest worden. Maar inmiddels heeft ze twee kids, en de dromen zijn niet verdwenen – het wordt eigenlijk alleen maar beklemmender omdat de gedachte oplossing dus niet de oplossing was. En toen kwam ze op dat idee. In die droom komen wij steeds terug, ontwijkt ze ons, en vindt ze het kind niet. Dus ze dacht: als ik die mannen nu eens de opdracht geef dit op te lossen? Ik weet niet hoe ze in m’n hoofd komen en of ze iets met elkaar te maken kunnen hebben, maar als zij hun wijsheid bundelen en die richten op het oplossen van het mysterie van het ontbrekende kind, heb ik in ieder geval de meest logische start van externe hulp. En nu wil ze het dus graag als het even kan voor de Kerst opgelost hebben. Zo mobiliseerde ze deze missie. Onze kerstmissie. En zo zitten we hier.</p>
<p>Okee, zegt Dieter, we zijn dus om het zo maar even te zeggen op zoek naar Het Beloofde Kind. Maar hoe ben jij hier in verzeild geraakt Don? Nou, zegt ie, dat klinkt nogal plastisch, maar Britney bood gewoon een smak geld. Het is leuk om af en toe nog een rolletje te spelen, maar ik kon wel een schnabbel gebruiken. Ah, da’s dus precies hetzelfde als bij mij, zegt Dieter. Don vervolgt: ja, en niet om het mooier te maken, maar ik kon me wel iets voorstellen bij de leemte die haar achtervolgt. Ik had een tweelingbroer moeten hebben, maar die heeft de embryonale fase niet doorstaan – dat blijft toch gek genoeg altijd een lege plek. En jij Kanye? Kan me niet voorstellen dat jij het voor de pegels doet. Nee, tuurlijk niet, zegt hij. Britney en ik zijn BFFs, we zo goed als één, we’re like <em>this</em>, we kennen elkaar al lang en goed. Ik doe het dus gewoon voor haar. En niet omdat ik het per se begrijp. De innerlijke leegte van zo’n kind &#8230; what would I know, mijmert ie een beetje sip en eigenlijk meer tegen zichzelf dan tegen de anderen – ik ben enig kind. Maar goed mannen, aan de bak. Naar dat Beloofde Kind. Zonder clou. Waar starten we?</p>
<p>Don begint hardop te filosoferen. Eens denken &#8230; het is bijna kerst &#8230; wij zijn dus aangesteld als de drie wijzen &#8230; op een missie naar het Beloofde Kind &#8230; om Britney te bevrijden &#8230; we zitten hier uiterst West, dus we móeten wel naar het Oosten, anders lazeren we in zee &#8230; damn, wat is hier een passend beeld bij &#8230; wacht! &#8230; Oost, vrijheid, beeld, beloofd iets &#8230; we beginnen bij het Vrijheidsbeeld voor het Beloofde Land in New York – oostelijker en meer gerelateerd aan vrijheid en beloften wordt het op dit stuk grond niet!</p>
<p>Dieter en Kanye keken elkaar even aftastend aan over dit stukje logica, duidelijk met het gevoel van “sloeg dit ergens op?”, maar zien ook dat ze geen beter alternatief hebben. En zo vertrekken onze drie wijzen in de vliegveld-kerstsferen richting Oost naar het Beloofde Kind. Kanye mompelt in de sluis: zeg mannen, die mutsjes kunnen inmiddels wel af hè?</p>
<p><strong>NYC, STATUE OF LIBERTY</strong></p>
<p>Bij het Vrijheidsbeeld is er tumult onderaan rond de sokkel. Een man staat bovenop de kroon op één van de zeven spikes in te hakken. De menigte is verdeeld. Er is verontwaardiging, verontrusting, fascinatie, geregel &#8230; tumult. Ons drietal kijkt ook aandachtig naar boven. Dan spitst Don indianenstijl z’n ogen, aarzelt even, en prevelt vol verbazing: Piet?! <em>Du moment </em>hij dat heeft uitgesproken weet hij het zeker en hij begint keihard naar boven te roepen: Piet, hey Piet, Piiiiieeeet!!!! De gestalte bovenin zoekt naar de schreeuwer in de menigte en is superverrast en verheugd Don te zien. Hij schreeuwt terug: Don man, amigo, jij hier, je komt als geroepen, kom effe helpen!! En meteen gooit hij het 100 meter lange touw uit dat hij al voor z’n aftocht aan de kroon had vastgemaakt. Don klimt razendsnel naar boven en laat Kanye en Dieter verbijsterd achter over hoe hij dat zo waanzinnig vief als een alledaags dingetje doet.</p>
<p>Op de kroon krijgt Don een voorhamer in z’n knuisten gedrukt en samen beginnen ze als een malle op die spike in te hakken. Piet had de eerste barst al aangebracht, en vanaf dan gaat het snel. Na de kritieke klappen lazert de spike met veel geweld naar beneden. De menigte stuift schreeuwend in algehele paniek uiteen, en het ding landt met een noodklap op de grond. En nu?, vraagt Don. Nu is het goed zo, antwoordt Piet. We gaan de kroeg in, ik heb wel zin in een biertje gekregen. Samen roetsjen ze vlot naar beneden, waar Don de in ongeloof kijkende andere mannen meldt dat het tijd is voor bier.</p>
<p>In de kroeg doet Don de introducties: dit is Dieter, dit is Kanye, en dit jongens &#8230; is Piet. Voluit Pythagoras, maar ik ben er zeker van dat jullie ‘m ook Piet mogen noemen, toch, ouwe? Kanye laat graag snel blijken dat hij niet achterlijk is en geeft Piet een compliment voor z’n visuele bewijs van de hypotenusavergelijking. Ik was zelf ook al als kind bezig met tekenkunst, weet je. Maar &#8230; sorry dat ik dit misschien een beetje onomwonden vraag: wat deed je in godsnaam daarboven en waarom moest die fucking spike er af? Dat ding zat er goed toch? No offense.</p>
<p>Piet glimlacht en zegt: ja weet je joh, ik ben altijd een beetje een rare geweest met getallen. Je kan het bijna een obsessie noemen. En ik had er altijd al van gebaald dat het Vrijheidsbeeld <em>Zeven</em> pinnen heeft! So?, zeggen de anderen. Zeven klopt gewoon niet! Zeven is bad news! De 7 dodelijke zonden, 7 maal gods wraak, 7 jaar hongersnood, 7 jaar in Tibet, Windows 7 &#8230; moet ik doorgaan?! Ik móest de goddelijke balans herstellen. En wat is het getal van harmonie? Zes! Wat is het eerste perfecte getal? Zes! Begin je ‘m te snappen? Dat kreng moest er gewoon af omdat ie er nooit op had gemoeten!</p>
<p>Okee okee!, kalmeren de anderen hem. Dat is dus helder, zegt Dieter, maar &#8230; waar kennen jullie elkaar in godsnaam van? Piet en Don kijken elkaar even met schavuitige melancholie aan. Waarop Piet zegt: kijk jongens, je doet bepaalde dingen in het leven, en soms liggen die niet helemaal in dezelfde hoek. Ik begrijp dat jullie drie bekend zijn (waarbij hij half naar Dieter kijkend nuanceert), nou ja, in ieder geval de meerderheid van jullie, maar ik heb ook nog wel eens in een andere hoedanigheid enige bekendheid genoten – en dan niet als number cruncher. Dieter en Kanye kijken elkaar onbegrijpend aan. Misschien helpt dit, zegt Piet, wat zien jullie als ik dit doe? (Doet met z’n vingers voor z’n ogen alsof hij een masker op heeft.) Waarop Kanye en Dieter in nieuwe staat van verbazing in koor roepen: ZORRO?!</p>
<p>Ha ha! .. Lacht Piet, juist ja! Zorro! Dat was ik. Mooie tijd hoor. De mannen zijn te overrompeld om iets zinnigs uit te brengen, terwijl Don genoegzaam een lekkere slok van z’n bier neemt omdat hij dit natuurlijk wist. De jongens krabbelen langzaamaan weer in de conversatie en vragen bedremmeld: maarehhh, wat heeft dat met Don te maken? Hierop veert Don op en begint: ja boys, Piet zei het al: soms doe je niet je hele leven lang hetzelfde ding. Voordat ik bij Miami Vice kwam ben ik een tijdje piraat geweest op de Zwarte Zee. De bovengrens van verbazing was weg bij Dieter en Kanye. Hoe of dat zat.</p>
<p>Ja, zegt Don, ik groeide dus alleen op nadat ik moest begrijpen dat mijn tweelingbroer het niet had overleefd. Ik voelde me eenzaam en was een erg druk kind. Ik ging muiten en was sowieso gefascineerd door de piraterij. Ik wist wat me te doen stond. Ik vertrok naar de Zwarte Zee en sloot me aan bij een bende. Heftige tijd. Zware gevechten. Op een gegeven moment verloor ik zelfs m’n onderbeen in een strijd en liep ik kort daarop rond met een houten poot. Waarop hij met een toon van plots besef mompelt: paste achteraf gezien eigenlijk bij het beeld van een piraat. Je ziet er niks meer van joh!, zegt Kanye. Nee, het is gelukkig helemaal bijgetrokken. Anyway, daar leerde ik dus in een triogevecht met één zware vijand en één schip waarmee we direct een alliantie hadden gesloten Zorro kennen, hij was huurling bij die gelegenheidsbondgenoot. Dankzij gebundelde krachten konden we winnen en zaten we ’s avonds gezellig kennis te maken bij de kruidenthee van het overwonnen schip. Later had ik het wel gezien met dat rauwe wereldje en besloot ik acteur te worden.</p>
<p>De mannen lieten dit even op zich inwerken en bestelden nog maar een biertje. Piet gooide het weer even open met de vraag: wat brengt jullie eigenlijk hier? En de mannen vertellen het verhaal. Phoe, zegt Piet, en dan zou <em>mijn</em> verhaal vreemd zijn! Maareh, <em>wát</em> zoeken jullie eigenlijk? Dat beloofde kind? Of de oorzaak van haar angststoornis? Of &#8230; wat? Tja, zegt Dieter, dat weten we dus ook niet zo goed. Het is een beetje trial &amp; error. We zoeken denk ik naar nuttige clues. So far heeft ons dat bij jou gebracht, maar er moet geloof ik nog wel een wonder gebeuren willen we dit voor Kerst over een paar dagen opgelost hebben. Hmmm, humt Piet. Een wonder &#8230; dat doet me denken aan &#8230; Don &#8230; herinner jij je nog de legende van de Zwarte Zee? Of is dat aan je voorbij gegaan – misschien dat je al weg was of zo? Don knikt met lichte onwetendheidsgêne van nee.</p>
<p>Wel, zegt Piet, de Zwarte Zee was zo in trek bij piraten omdat er soort schat bij Sebastopol moet liggen. Wat de schat precies is weet niemand, maar het gaat in ieder geval om een mysterieuze Grote Rode Knop. Wat er gebeurt als je op de knop drukt weet ik niet, maar ik heb op het water gehoord dat het wel heel bijzonder moet zijn, omdat de knop al 2.500 jaar bewaakt wordt door het enige geslacht van superhelden dat we op aarde kennen – de laatste telg moet daar ook nog als bewaker zitten. Het schijnt echt een mission impossible te zijn. Maar misschien levert het almacht of zo op. Misschien is het wel de weg naar je wonder. Moet je toch nog een tikkie verder naar het Oosten. Hey, meer kan ik ook niet verzinnen.</p>
<p>De jongens kijken elkaar aan. Dit keer snapt Don hoe de anderen naar <em>hém</em> zullen hebben gekeken op het vliegveld in San Fran. Maar de optie klinkt niet onaantrekkelijk – en wat zouden ze anders moeten doen? Ze besluiten die weg te volgen. Don bedenkt zich nog iets: zeg Piet, jij gaat niks meer me die spike doen denk ik hè? All yours baby, antwoordt Piet, blij van dat kreng af te zijn. Terwijl Don na het teruglopen de spike op z’n rug bindt vragen de anderen waar dat in godsnaam goed voor mag zijn. Nou, zegt Don, ik bedacht me ineens: als we dat Beloofde Kind nou ineens wél tegen gaan komen in dat verre Oosten, dan is het wel zo tof als we wat cadeaus te overhandigen hebben, toch? Hmm, goed idee, hoor je de anderen denken.</p>
<p><strong>ZWARTE ZEE / SEBASTOPOL (FEDERALE STAD RUSLAND, OEKRAÏNE-KRIM)</strong></p>
<p>Deels uit Don’s nostalgie, deels uit besparingsoverwegingen besluiten ze op Istanbul te vliegen en vanaf daar met een schip de Zwarte Zee naar Sebastopol over te steken. Kanye vraagt Dieter hoe het voelt om weer bij z’n roots te zijn. Dieter antwoordt dat ie niet snapt waar hij het over heeft. Gást, we zijn wel een flinke sloot water over gegaan, maar er zit nog altijd 2000 kilometer tussen! Okee, chill man, ik begon eigenlijk gewoon wat interesse in je te krijgen. Was Modern Talking altijd al je jeugddroom geweest? Dieter ontspant. Het is echt gewoon interesse.</p>
<p>M’n jeugddroom &#8230; nee, dat is nogal anders gelopen. Don en Kanye gaan wat aandachtiger zitten. Even zien, waar moet ik beginnen &#8230; Het was mid-jaren zeventig en ik was als vroege twintiger veelbelovend student biotechnologie. We pionierden in van alles. Vruchtbaarheid, DNA, stamcellen, zelfs klonen, we experimenteerden wat aan. Ik droomde van een rol zoals Graig Venter die in het latere Human Genome project heeft ingenomen. Die ijdele zak heeft trouwens nog aardig wat lol van ons onderzoek gehad, maar dat terzijde. Goed, ik vorderde en ik moest eind jaren 70 en begin jaren 80 een paar examens doen met complexe experimenten. Mijn mentor, Herr Doktor No, had me beloofd dat als ik het zus en zo zou doen, ik niet kon falen. De uitslagen van het onafhankelijke examenlab logen er niet om: faliekant gefaald voor beide examens – en als ongeschikt gebrandmerkt om door te gaan in het vak. Herr Doktor No begreep het ook niet.</p>
<p>Ik was kapot. M’n toekomst was weg. In m’n wanhoop was ik al snel alle schaamte voorbij en ik besloot het roer volledig om te gooien, door m’n heimelijke passie voor slappe homofiele italopop te cultiveren. Zo stichtte ik een paar jaar later Modern Talking. Toen ook dát bergafwaarts ging ben ik me vast blijven bijten in dingen die me nog enige aandacht zouden geven, zoals tv-shows. En ski-les natuurlijk. Vandaar dat ik op het vliegveld ook een beetje lullig op je reageerde Kanye – ik denk gewoon een tikje jaloezie.</p>
<p>De jongens waren duidelijk geraakt door dit verhaal en voor het eerst voelden ze als drietal een soort band ontstaan. De reis verliep verder goed en op een goed moment bulderde de matroos vanuit het kraaiennest: land in zicht! Ze waren bij Sebastopol.</p>
<p>Aankomend bij het huis zeiden ze tegen elkaar: viel nog wel mee hè, om het te vinden? Tja! Je hoefde maar te fluisteren “waar is de geheimzinnige grote rode knop die al 2.500 jaar door superhelden wordt bewaakt” en je kreeg kraakheldere aanwijzingen vanuit verschillende kanten! Het ziet er trouwens wel flink anders uit dan ik had gedacht &#8230; het is gewoon &#8230; een huis! Ze belden aan. Een iele gestalte in een grijs maillotpakje met een rode onderbroek eroverheen en een iets te korte blauwe cape op z’n rug deed open. Wat kan ik voor jullie doen heren? Aangezien de drie alleen maar glazig naar de verschijning keken doorbrak Kanye dit, doend alsof alles volslagen normaal was – ehhh, we zijn op zoek naar de geheimzinnige grote rode knop die al 2.500 jaar door superhelden wordt bewaakt – zijn we hier aan het juiste adres? Oh ja hoor, ik ben de laatste telg van het bewakersgeslacht, in optima forma, tot uw dienst, kom binnen!</p>
<p>Al snel zaten ze aan een glaasje Oekraïense neut. Om niet onbeleefd te zijn door direct naar de kern van de zaak te duiken maar eerst wat interesse in de gastheer te tonen vroeg Don: zo, dus u bent superheld? Ja, dat klopt. Waar bent u dan eigenlijk superheld in? Toen hij het vroeg bedacht hij zich dat je dit zo waarschijnlijk niet uitdrukte, “ergens superheld in zijn”, maar het zou wel duidelijk zijn. Wat mij superheld maakt bedoel je? Ah ja, zo zei je dat. Nou, ik heb een volstrekt unieke gave. Ik heb De Gave Die Nergens Van Pas Komt. Pardon?!, keken de anderen. Maar &#8230; wat kán je dan? Ik bedoel: vliegen of onzichtbaar worden of op plafonds kunnen zitten – dat is wel <em>weird</em>, maar daar snap je het punt nog wel van. Wat komt er voor bijzonders bij jouw gave om de hoek kijken?</p>
<p>De superheld riposteerde direct met trots over z’n ad-remmigheid: nou, niks! Maar dat is toch ook logisch bij De Gave Die Nergens Van Pas Komt? Die triggert immers nooit wat voor bijzonders dan ook. Omdat die trigger nooit gaat. Zou een beetje overbodig zijn om aan De Gave Die Nergens Van Pas Komt een <em>heeeuuuuul</em> bijzonder kunstje te hangen dat toch nooit aan de orde komt, toch? Tegen die logica konden de mannen moeilijk op. Zodat Don voorzichtig naar de conclusie hobbelde: dus je kan eigenlijk gewoon niks?! Nou, zegt de superheld, noem dat maar <em>gewoon</em>, er is niemand op aarde die <em>zó</em> niks kan als ik. De kracht heeft zich per generatie versterkt. Dieter kreeg een melancholische blik van verwantschap.</p>
<p>Okee, zegt Kanye, en hoe zit het dan met die knop? Hátsa, dacht Don, eindelijk het punt waar we moeten wezen! De knop!, roept de superheld uit. De Grote Rode knop. Ja, daar is een hoop om te doen geweest. Ja, wat dan?, vragen de mannen. Kan het kloppen dat de knop tot een wonder of almacht of zo leidt? Nou, zegt de superheld, dat zou me verbazen, die knop ligt hier al die tijd maar te liggen. Willen jullie ‘m misschien even zien? Da’s een bijzonderheid op zich: niemand anders dan ons superheldenbewakersgeslacht heeft de knop ooit gezien. Ja, dat wilden de mannen natuurlijk wel. De superheld loopt naar de kast en komt terug met een dienblad met een glazen stolp erop. En onder de stolp &#8230; een grote rode knop. Daar is ie dan heren!, zegt hij triomfantelijk. Het drietal kijkt naar de knop zonder helemaal te weten hoe te reageren. Maar&#8230; zegt Kanye, dit is gewoon een knop! Alléén maar een knop! Er zit niet eens een machine of zo aan! Nee, zegt de superheld, dáárom zou het me ook verbazen als er iets gebeurt als je er op drukt!</p>
<p>Dit was even een flinke ontgoocheling. Hadden ze hier dat hele roteind voor gereisd? Ja luister, zegt de superheld, IK heb ook nooit beweerd dat de knop iets kon of dat jullie hier moesten zijn! Die knop is een uitvinding van mijn oudste voorouders. Door onze speciale gave moesten we natuurlijk <em>íets</em> verzinnen om nog enig bestaansrecht te hebben. In die tijd, 2.500 jaar geleden, waren de mensen nogal onderzoekend van aard, en het leven was vooral een te verklaren mysterie. Dus bedacht die bet-overgrootvader: als wij nu eens bewakers van een niet-toegankelijk mysterie worden! Dat geeft ons iets wat de interesse van mensen zal wekken, iets wat men zal willen – en ons dus een bestaansrecht. Aldus.</p>
<p>De mannen turen naar de knop. Het was op zich wel een mooie. Maar &#8230; vraagt de superheld, wat hadden jullie gehoopt? Waarom zijn jullie hier? De mannen doen het verhaal. Aha, reageert hij. Als ik het zo even beluister hebben jullie inderdaad geen zak aan de knop, maar moeten jullie bij de <em>schaduwmensen</em> zijn. Nee? Nooit van gehoord? Kijk, dat is het voordeel van een superheldengeslacht zijn dat de mysterieuze grote rode knop bewaakt: dat de geheimen van de wereld gewoon naar je toe worden gebracht. Je bent immers onderdeel van zo’n <em>scene’tje</em>.</p>
<p>Ieder mens participeert met zijn onderbewustzijn en semi-bewustzijn in de schaduwwereld: een wereld die diep in de aarde zit, en bevolkt wordt door de schaduwmensen. Die wereld is zeg maar een afspiegeling van de bovenwereld. En dan niet als perfect spiegelbeeld, maar alles wat daar gebeurt is net even raarder. Zeg maar een lachspiegel, maar dan niet om te lachen. Die wereld representeert de bovenwereld en wat daarin gebeurt op een manier die we wel herkennen, maar niet doorgronden. Mensen beleven de participatie in deze wereld in de vorm van dromen, visioenen, hallucinaties, dat werk. Als je het mij vraagt moet je voor de ontrafeling van Britney’s angstdroom over het Beloofde Kind naar de schaduwmensen. Dat kan ook relatief makkelijk, en daar hebben jullie mazzel, omdat een klein deel van hen op het aardoppervlak leeft – bij Choshi, een kilometer of 60 rechts van Tokio. Jullie moeten dus toch nog een tikkie Oostelijker. Sterker nog, veel Oostelijker wordt het niet.</p>
<p>Dit was goed!, kon je de mannen zien denken. Een concretere lead naar de oplossing dan deze hadden ze nog niet gehad! Ze maakten zich op voor vertrek en vroegen aan de superheld: waarom heb je je geheim eigenlijk zo makkelijk en open met een paar volslagen onbekenden gedeeld? Ach, zegt hij, het werkt best veréénzamend hoor, mijn rol. En gaandeweg zijn de mensen hun interesse in het mysterie van de grote rode knop ook verloren. Je weet wel, sinds internet en die bezetenheid rond mobiele telefoons en zo. Soms krijg ik zelfs de indruk als ik boodschappen ga doen dat die lui hier me voor halve dorpsgek verslijten – terwijl ik m’n cape en onderbroek altijd expres extra goed strijk als ik de deur uit ga. Door het delen met jullie krijg ik toch een impuls in m’n gevoel van bestaansrecht – en daar was het van het begin af aan toch om te doen geweest!</p>
<p>De mannen steken hem een hart onder de riem en brabbelen hem toe dat hij echt een toffe vent is en enorm heeft geholpen. De superheld glundert zoals hij al lang niet meer had gedaan. Kanye vraagt: nog één klein dingetje, en volledig geaccepteerd als je nee zegt, maar &#8230; mogen wij de knop mee? Als aandenken aan jou? Ik bedoel: als niemand de knop ooit heeft gezien, en als ie toch nergens voor dient, en jij bent de stoere bewaker waar je niet langs komt, dan hoef je ‘m eigenlijk niet fysiek hier te hebben toch? De superheld dacht hier even over na, pakte die logica, en stopte Kanye de knop toe. Voor m’n vrienden, zei hij op bandsmedende toon. Maar mondje dicht! Ze vertrokken. Wat gaan we met die knop doen Kanye? Is voor op de cadeautafel, zegt ie. We kunnen toch moeilijk met mirre aankomen. Trouwens, ik weet niet eens wat het is.</p>
<p><strong>CHOSHI, JAPAN – GROOT TOKIO</strong></p>
<p>De schaduwmensen blijken in een verlaten spookdorp te leven. Terwijl ze er rondlopen kijken Don en Kanye hun ogen uit. Ze hadden op deze trip natuurlijk al wel wat vreemde dingen gezien en meegemaakt, maar dat was allemaal nog voorstélbaar. En hier liepen ze ineens te midden van, ja, wat waren het, wezens? – tweedimensionale mensfiguren die inderdaad als schaduw op de grond, of waarop dan maar ook, kwiek voortbewogen, maar volstrekt autonoom – niet als schaduw van <em>iets</em>. Dit is echt onvoorstelbaar, zegt perplexe Don. Dieter kijkt de beide heren meewarig aan en kijkt nog even rond. Hij ziet niets anders dan een eenzaam verlaten, vervallen dorp. Okee mannen, genoeg gelachen, klaar met het DieterDollen. Er is hier niks, we zitten niet goed. Niet goed? Slaakt Kanye uit, kijk nou naar die lui, volop leven, en wát voor leven! Freaky, om die schaduwen zo los van ons te zien! Kom, we maken contact. En hij stapt op een schaduw af die toevallig op een muur staat te leunen. Hij begint geëngageerd te praten en Don komt er vlug bij. De sfeer is al snel supergemoedelijk en de jongens beginnen te grinniken. Dieter ziet alleen maar hoe zijn twee kameraden tegen een muur zonder schaduw erop aan staan te lullen. Hij vraagt zich af wie hier gek geworden is. Onzeker vanuit z’n minderheidspositie komt ie wat dichterbij staan. Don en Kanye staan nu beiden in een andere richting te praten, hun hoofd steeds naar links en rechts bewegend, alsof ze beiden met verschillende mensen staan te praten. Don roept naar Dieter: volop aanspraak joh, we zijn een soort bezienswaardigheid hier! Een hele groep schaduwmensen had zich rond Don en Kanye geschaard.</p>
<p>Dieter werd er nu wel een beetje geïrriteerd zenuwachtig van. Waar héb je het over man! Jullie staan te midden van een godverlaten bende in the fucking middle of nowhere allebei individueel voor je uit te lullen! Kanye zegt: kom op man, zie je het écht niet? Supertoffe lui! Don en Kanye bewegen het gesprek in de richting van hun doel. Het wordt beduidend stiller in de groep schaduwmensen, bijna verontrustend voor Don en Kanye. Niet voor Dieter natuurlijk. Hij ziet alleen maar dat de mannen een beetje onzeker afwachtend gestopt zijn met tegen zichzelf lullen. Dan staan ze beiden begripvol te knikken – vanuit Dieters perspectief in het luchtledige. Ineens zeggen ze, Dieter wenkend: kom, ze nemen ons mee naar hun opperhoofd!</p>
<p>Eenmaal aangekomen staat een Gandhifiguur het trio op te wachten. Een mensfiguur. Thank God!, zegt Dieter, er is tóch <em>íemand</em> in dit spookgat! De andere twee zijn verbaasd nu op een mensfiguur te stuiten. De tientallen schaduwmensen die waren meegelopen vertrekken en er volgt enthousiast gedag en gezwaai van Don en Kanye. Dieter maakt naar het Gandhifiguur een teken van gekte, hoofdknikkend richting de anderen. De vier mannen gaan zitten het Gandhifiguur vraagt aan Dieter: jij zag dus niks? Hij antwoordt: nou, niet als je op die zogenaamde schaduwmensen doelt! Waarop het opperhoofd zegt: dat kan hoor, dat kan, ik zie ze ook lang niet allemaal. Don en Kanye kijken verbaasd. Hoe bedoel je? Nou, zegt het opperhoofd, hoeveel schaduwmensen zijn zojuist met jullie meegelopen? Nou, antwoordt Don, ik denk serieus wel 25. Minstens, beaamt Kanye. Ja kijk, ik zag er maar 4 toen jullie aankwamen. Gek hè? Maar je raakt eraan gewend. A propos Dieter: jij hebt roots in Duitsland zo te horen, klopt dat? Dieter beaamt. Maar goed, vervolgt hij, ik moet als opperhoofd natuurlijk wel het nodige uitleggen aan degenen die ik wél zie, vooral richting al die lui die zich niet voelen zien staan – die waren in de eerste instantie natuurlijk gepikeerd over mijn vermeende arrogantie en voortrekkersgedrag. Maar dat is wel beslecht. Ze hebben me ook niet voor niets opperhoofd gemaakt. Ja, zegt Dieter, hoe word je dat dan? En wat ben jij eigenlijk? Ben je dan een soort schaduw of gewoon een mens, zoals het lijkt? Nou, zegt ie, nu ik toch met jullie alleen ben kan ik daar wel een boekje over open doen. Althans heren, jullie zien meer dan ik, we zijn toch geloof ik alleen? Kanye bevestigt.</p>
<p>De Gandhiman vertelt: lang geleden was ik een grote, sterke medewerker in de staalindustrie ergens in Duitsland. Vandaar dat ik je accent snel herkende Dieter. Maar ik vond het verschrikkelijk. Elke dag zware shit tillen en gründlich pragmatisch doen, schweinnhaxe eten, naar de baas luisteren &#8230; ik droomde van een ander bestaan. Een tegenovergesteld bestaan. Niks tillen, beetje mediteren, lekker de hele dag vegetarisch eten, en als het even kon zelf baas <em>zíjn</em>. In een rare ingeving vertrok ik ter inspiratie naar India waar Gandhi een voorbeeld werd, en later naar Japan om mezelf in een onbekende wereld opnieuw invulling te geven. Via een autonome verkenningstocht belandde ik hier. Ik zag wat jullie ook hebben gezien. Alleen zoals al snel bleek in mindere mate. Maar dat gaf niet. De schaduwmensen waren interessant en aardig – ik voelde me er thuis. Ik wilde blijven, daar lag mijn bestemming. Maar ik hoorde natuurlijk niet bij hen.</p>
<p>Toen kreeg ik een plan. Ik dacht: wat als ik vertrek, mezelf chirurgisch volledig laat verbouwen tot een soort fantasiefiguur dat je eerder met dromen dan met werkelijkheid associeert, terugkom, en me voordoe als een speciaal, uniek schaduwmens: de vleesgeworden schaduw. Dat klinkt misschien weinig plausibel, maar zij wisten dat ik sommigen van hen wel en sommigen niet kon zien. Ik kon ze dus wijsmaken dat zij op vergelijkbare manier nu iets zagen dat ze nog nóóit hadden gezien en moeilijk konden geloven, maar het was er tóch, pal voor hen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik koos voor Gandhi vanwege dat malle fantasie-uiterlijk en de associatie met wat ik wilde: beetje mediteren, lekker vega. En zo werd ik hier na mijn innovatieve herintroductie uiteindelijk onthaald als hun opperhoofd: de vleesgeworden schaduw die bijna op een mens leek. En ik ben hier gelukkig.</p>
<p>Maar vertel ’es, wat zoeken <em>jullie</em> hier? De mannen vertellen het verhaal weer. Interessant, interessant, mijmert de Gandhi-cheat. Kunnen en mogen we met de schaduwmensen praten om de droom te duiden?, vraagt Kanye. Laat me er even over nadenken, zegt het opperhoofd. Zo gemakkelijk ligt dat niet. Maar ik heb het gevoel dat ik wel iets voor jullie kan doen. Als jullie geduld tot morgenochtend kunnen hebben, kan ik even één en ander in gang zetten. Dat vond de crew prima. Ze waren best moe en het klonk alsof deze vreemde vogel toch van enige betekenis kon zijn.</p>
<p>De volgende ochtend kwamen ze weer bijeen. De Gandhiman zegt: ik heb me de hele nacht met de oplossing bezig gehouden. Daarbij heb ik teleurstellend nieuws en tegelijk ook goed nieuws. Teleurstellend is misschien: de oplossing ligt niet hier. Maarrr &#8230; het goede nieuws is dat ik wel weet waar de oplossing wél ligt! Daarvoor moeten jullie nog één reis maken, en wel &#8230; nog een stuk verder naar het Oosten! Naar het Oosten?, vragen onze vrienden aan deze oostelijke rand van de wereld zich af. Maar dan &#8230; zijn we terug bij af! Precies!, zegt het opperhoofd. Jullie moeten terug naar San Francisco, en wel naar dit specifieke adres in een buitenwijk. Daar aangekomen mogen jullie deze brief in het bijzijn van de huiseigenaar lezen. Ik vermoed dat jullie dan zo’n beetje zijn waar jullie wilden komen: het Beloofde Kind. Maar bedenk: de brief mag niet eerder open dan daar. Kan dat ook beloofd zijn? Het trio hoefde elkaar niet eens aan te kijken om te weten dat iedereen stikte van de nieuwsgierigheid, maar ze konden moeilijk anders. Dus ja, beloofd.</p>
<p>En zei hij niet tussen neus en lippen door dat het perspectief van het Beloofde Kind reëel was? Dieter vroeg: niet om ’t één of ander, maar kunnen we als aandenken, of eigenlijk gewoon als cadeau aan het Beloofde Kind niet een geschenk van hier meenemen? De Gandhiman peinsde even, keek om zich heen, en wees naar de muur. Wat denken jullie van dat schaduwkabinet? Don en Kanye keken tegen een enorm ding aan. Dieter zat weer onbeholpen te knikken dat hij het punt weer miste. Kanye dacht hardop: tja, hij is wel mooi. En Britney bárst natuurlijk van de zooi, dus die kan altijd wel wat onopvallende maar grote bergruimte gebruiken. Ja, maar hij is wel érg groot, zei Don, te groot om mee te nemen. Daar heb ik een simpele oplossing voor, zei het opperhoofd. Als je ‘m belicht is die schaduw natuurlijk meteen weg. Dus hier heb je een fietslampje. Als je die aan laat en met de kast in je jaszak doet merk je er niks van. Dat deed Dieter. Ze hadden nu drie mooie cadeaus en hopelijk een doorslaggevende lead naar de oplossing. De drie wijzen gingen door naar het Oosten, op naar het Beloofde Kind.</p>
<p><strong>SAN FRANCISCO, BUITENWIJK</strong></p>
<p>Maar &#8230; ik kén dit adres, zegt Kanye als ze er door een taxi afgezet worden. Britney doet open en reageert extatisch als ze de mannen zo onaangekondigd ziet staan. Jullie zijn terug! Yes! Ik ben gered! De mannen zetten hun mooiste onzekere glimlach op. Toch?, vraagt ze nu met enige terughoudendheid. Nouwwwww &#8230; zegt Kanye, <em>waarschijnlijk</em>! Laten we je even snel bijpraten over wat er is gebeurd sinds we elkaar vier dagen geleden voor het eerst ontmoetten. Niet om de suspense te rekken, we worden allemaal gek van nieuwsgierigheid, maar aangezien we ook nog bepaald niet zeker weten of we je hebben kunnen helpen moet je toch even weten hoe we op dit punt zijn gekomen, en wat er straks staat te gebeuren. Bovendien moet je misschien iets weten over Don en Dieter, omdat je die eigenlijk helemaal niet kent anders dan als figuren in je dromen. That made sense.</p>
<p>Dus Britney verneemt de verhalen over de ontmoeting op het vliegveld, Piet bij het Vrijheidsbeeld, de link met Zorro en de piraterij, Don’s verleden hierin en de terugkeer naar de Zwarte Zee, Dieters in de kiem gesmoorde carrière als briljant bio-technicus, de grote rode knop en de innemende laatste telg van het superheldbewakersgeslacht, het spookdorp van de schaduwmensen en het nep-Gandhi-opperhoofd, en hun terugkeer naar de meest Oostelijke versie van het vertrekpunt: datzelfde punt als eindpunt. En hier waren ze dan compleet. Met de geheimzinnig brief. Ze waren er alle vier meer dan klaar voor. Wie mocht de brief lezen? Britney natuurlijk. Niet alleen was zij het lijdend voorwerp in dit avontuur, ook wilden de mannen zich galant tonen. Daarnaast had ze de prettigste stem om naar te luisteren, en was ze, niet onbelangrijk, de opdrachtgever. Ze ritst de brief open en begint hardop te lezen.</p>
<p>Illuster viertal. In Choshi konden jullie je ogen niet geloven over wat jullie zagen (op Dieter na). Omgekeerd kon <em>ik</em> m’n ogen niet geloven over wie hier voor me stonden – en jullie straks vermoedelijk ook niet. Dieter, jou herkende ik meteen. Ik moest snel dat verhaal over mezelf als Duitse staalarbeider verzinnen, omdat ik het vóór moest zijn dat je me op basis van m’n stem actief zou herkennen. Dat werkte. Maar toen jullie over de queeste vertelden werd ik bevestigd in m’n vermoeden over de identiteit van de andere twee. En toen Britney aanjager van de hele zoektocht bleek te zijn switchte er iets in me. De wroeging waar ik al lang mee had gezeten werd weer volledig actief, en ik moest het hele verhaal gewoon op tafel leggen. De Koude Oorlog is verdomme al weet ik hoe lang voorbij.</p>
<p>Jongens, ik ben Dieters oude mentor, Herr Doktor No. Jullie weten wellicht dat we destijds nogal met het leven zaten te knutselen in ons bio-technologisch lab. Dieter was m’n meest getalenteerde leerling. Hij had visionaire inzichten in vruchtbaarheidscondities en kloonbaarheid van stamcellen. Daarmee kon hij voortborduren op andere visionaire inzichten die op dat moment al ruim 30 jaar oud waren, maar die in de praktijk in een kritiek stadium waren blijven hangen. In de laatste dagen van de jaren ’40 had een Amerikaanse arts een even simpel als briljant idee. Wat als, om welke reden dan ook, zoals de dreiging van een nieuwe wereldoorlog, of whatever, een stel de mogelijkheid van uitstel van reproductie wil, of liever gezegd, uitstel van volgroeiing van het begin daarvan. En wat als we dit mogelijk kunnen maken door invriezing van bevruchte eicellen?</p>
<p>Ze begonnen met experimenten. En omdat ze ook inzicht wilden in de effecten van de experimenten zélf, moesten ze per experiment eigenlijk een basisgroep en een controlegroep hebben. Ze bereikten dat door te experimenteren met tweelingen. Van vele nog amper embryonale tweelingen werd de ene helft weggehaald en ingevroren, en de ander werd gewoon geboren. Ze hadden diverse samples afgenomen, maar het was ze nooit gelukt om de ingevroren helft weer tot leven te wekken, vrijwel alle samples eindigden roemloos als genetisch afval, tot eeuwig verdriet van de ouders die hier aan mee hadden gewerkt.</p>
<p>Dieter was op dit spoor gekomen en had op grond van wat artikelen en veelbelovende onderzoeksresultaten het zeldzame laatste sample weten te bemachtigen. Hij kwam erachter dat één van de kritieke succescondities was dat de vaderlijke inbreng door invriezing tot een kritiek punt was gedaald, en dat er dus in feite aanvullend vaderlijk DNA nodig was. Hij experimenteerde met zijn eigen genetisch materiaal. Maar hij wilde zeer voorzichtig zijn, want hij had maar één sample. Parallel was hij ook bezig met het klonen van stamcellen. Hij bedacht dus: als ik mijn sample kloon en daar eerst mee experimenteer, blijft het origineel vellig en mag dit experiment eventueel misgaan. Zo kloonde hij die onvoldoende bevruchte eicel, en vulde aan met zijn eigen materiaal. We hadden in het lab nog helemaal dubbel gelegen van het lachen, omdat Dieter het preparaat op een nogal delicaat moment in het proces in de bak met chocolade-ijs die voor ‘m stond had laten vallen. Maar hij ging vol goede moed door. Hij was er zelfs dusdanig van overtuigd dat het ging lukken dat hij het experiment zonder het resultaat te kennen indiende voor de onafhankelijke examencommissie. Gefaald, zei de commissie. Daarna zette hij alles op alles om het goed te krijgen in het experiment met het origineel. Weer was hij overtuigd, weer had hij het ingediend als examenstuk waarvan de onafhankelijke commissie het resultaat moest volgen en vaststellen, en weer &#8230; gefaald.</p>
<p>Ik was activistisch pacifist in die dagen, en bepaald geen vrienden met de leiding en het hele systeem. En ook omdat ik m’n schweinhaxe niet altijd op at hield de Stasi me nauwlettend in de gaten. Ik was in hun ogen de vijand. Mijn bio-technisch potentieel en dat van m’n leerlingen moest zo snel mogelijk worden geneutraliseerd, want straks gingen we nog heulen met <em>weet ik wie</em> – en zou het zich tegen de Staat keren. Dus moesten experimentresultaten in de doofpot worden gestopt en carrières vernietigd. Paranoïde hufters.</p>
<p>De experimenten waren helemaal niet mislukt. Don, jij bent de tweeling waarvan je andere helft eind ’49 is ingevroren – het laatste sample dat er nog was. Je ouders namen op een gegeven moment het verlies aan en hebben je toen het verhaal verteld over je tweelingbroer die het nooit heeft gehaald. Britney, jij bent Don’s tweelingzus, 32 jaar later geboren. En jij Kanye, jij bént de facto Britney, jij bent haar kloon, dat was je al voordat ze zelf geboren was. En Dieter is dus de totstandbrenger van Kanye en Britney, tevens de co-vader, hoewel hij als vader ruim 4 jaar jonger is dan Don. Voor Don geldt dus de eigenaardigheid dat de vader van zijn tweelingzus jonger is dan hij. En Kanye, jij bent niet langer enig kind. Sterker nog: je hebt er nu ineens vrij veel wonderlijke familie bij. Jongens, zien jullie het? Jullie zijn allemaal elkáárs Beloofde Kind. Dieter, had ik je niet beloofd dat het zou lukken?</p>
<p>Britney, jij hebt via signalen van de schaduwwereld het visioen gehad dat er iets ontbrak, en dat deze heren de line-up voor de ontknoping vormden – het was mazzel dat de cultuuruitingen van de heren je in staat stelden ze überhaupt te kennen. Je hebt duidelijk subliminaal opgeslagen dat er meer om deze mannen te doen was. Nu weten jullie het. En hoe. Eindelijk is het verhaal eruit en zijn jullie als elkaars beloofde kinderen over en weer herenigd. En eindelijk ben ik daarmee ook bevrijd van het juk van de onderdrukking. Ik ga een kerstschaduwbiertje met Ebenezer pakken. Hou van elkaar, het ga jullie goed!</p>
<p>Het bleef minstens een halve minuut doodstil en de vier zaten elkaar met open mond vol verbijstering aan te kijken. Totdat Britney het begon uit te gillen, en de mannen direct met haar: áááhhhhh!!!! Broertje! Broertje! Zusje! Pappa! Kinderen! Ze vielen elkaar collectief in de armen en de kamer overstroomde van liefde en gelukstranen. Ze waren door het dolle heen en violen zwollen aan. Dit was de meest geslaagde kerstmissie ooit. Ze tuigden samen een prachtige kerstboom op, en de mannen glunderden &#8230; Britney, we hebben nog wat mooie cadeaus voor je meegenomen! Onder de boom lagen ingepakt de spike, de grote rode knop en het schaduwkabinet. Het universum was nog nooit zó in harmonie geweest.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
